Schwalbe’s snelle broertjes: Racing Ralph en Ray

Eerste indrukken

Schwalbe heeft veel energie gestoken in het ontwikkelen van de nieuwe Addix compounds. Nu de compounds op orde zijn, is Schwalbe stap voor stap haar profielen aan het vernieuwen. Hans Dampf beet het spits af, nu is het de beurt aan de cross country-band… of liever gezegd: banden. Ze produceerden er namelijk maar liefst twee: de Racing Ralph en de Racing Ray. Om te zien wat de nieuwe compound en de nieuwe ontwerpen brengen, ging ik er mee op pad.

Snelle slijtage en het zelfs compleet verliezen van noppen waren veelgehoorde klachten bij Schwalbe banden tot dusver. Hoog tijd voor de Duitse bandenfabrikant om grip (…) te krijgen op de problemen en met oplossingen te komen. Het meest zichtbare resultaat zijn de gekleurde strepen die tegenwoordig de banden (ont)sieren. De grote verandering is echter functioneel: nieuwe rubbercompounds.

Ook al hebben we geen harde verkoopcijfers, we kunnen stellen dat de Racing Ralph – zelfs ondanks het slijtagegedrag – toch één van de populairste cross country banden in Nederland en België is. Met het hertekenen van de Racing Ralph werd hij als achterband geoptimaliseerd voor tractie. Hij wordt alleen geleverd met de Addix Speed compound, herkenbaar aan de rode streep. Als voorband kwamen de Duitsers met een nieuw profiel op de proppen: De Racing Ray. Het ontwerp van deze Ray is juist gericht op grip in bochten en is dus bedoeld als voorband. Ook deze wordt slechts in één compound geleverd: in dit geval de Addix Speedgrip, herkenbaar aan de blauwe streep. Het lichtgewicht LiteSkin karkas zoek je tevergeefs op de website van Schwalbe. De gebroeders Race zijn er alleen met het sterkere, stabielere en vooral beter luchtdichte SnakeSkin karkas.

Wij ontvingen een setje in maat 29×2,25” en testten deze in de Hollandse droogte.

Wat me opvalt bij het uitpakken van de banden is de afgeronde vorm van de noppen. Dit wijkt echt af van de ontwerpen die ik tot nu toe ken van Schwalbe. Op de Racing Ralph zijn ze overwegend dwars geplaatst voor tractie en bij de Racing Ray staan de blokken meer in de lengterichting voor grip in bochten. De ronde blokvorm moet zorgen voor meer grip in alle richtingen en daarmee meer controle en voorspelbaar gedrag. Voordat we dat gaan ervaren, leggen we de banden uiteraard nog even op de weegschaal. Het geclaimde gewicht voor beide banden is 625 gram. Voor de Racing Ralph kom ik op 626 gram en voor de Racing Ray op 611 gram. Prima; niet alleen qua claims en werkelijkheid, maar ook qua positionering ten opzichte van concurrerende banden.

Ik heb de banden getest op mijn Scott Spark RC met 100 mm veerweg voor en achter. Deze heeft recent een welverdiende upgrade gehad naar een wielset met Duke Lucky Jack SLS velgen met een interne breedte van 25,6 mm. Een combinatie van fiets en wielen waar Ralph en Ray zich uitstekend op thuis moeten voelen.

Met de gebruikelijk procedure laten de banden zich perfect tubeless monteren. Band eromheen met een klein zetje van de bandenlichter, 50 ml latex erin en rustig oppompen met de vloerpomp. Bij 2 bar hoor ik een luid PANG, PANG en klaar. Makkelijker wordt het niet. Gemonteerd op de velgen meten de banden 58 mm en 57 mm. In de niet-SI wereld komt dit overeen met 2,25 Inch. Spot on! Twee dagen later staan de banden nog steeds netjes op 2 bar, de boel zat dus meteen goed dicht. Let wel, 50 ml is niet veel, maar dankzij het SnakeSkin karkas is het toch voldoende. Bij de ‘oude’ LiteSkin variant kon je dat echt wel vergeten. Daar moest aanzienlijk méér latex bij en bleef je schudden en draaien om de banden luchtdicht op de velg te krijgen. Als je het überhaupt al voor elkaar kreeg…

Voor mijn wekelijkse rondes op de Utrechtse Heuvelrug zet ik de band achter op 1,6 bar en voor op 1,45 bar (ik weeg 68 kg). Bij het wegfietsen over het asfalt valt me meteen op dat het rolgeluid laag is en trillingen amper aanwezig zijn. Dat duidt op zachtere noppen, wat typisch een hogere rolweerstand geeft. Zonder dat ik meetgegevens kan en zal overleggen, durf ik echter de uitspraak wel aan dat de rolweerstand in elk geval duidelijk lager is dan de Rocket Rons waar ik normaal op rij. Goed; dat profiel is wel iets grover, natuurlijk. Ook blijven de banden in bochten erg makkelijk rollen en zijn zeer stabiel. De lage afgeronde noppen die dicht bij elkaar zijn geplaatst, doen blijkbaar hun werk. Ja, ik weet dat ze niet op asfalt thuishoren, maar niet zelden fiets ik vanuit huis naar de routes van Zeist, Lage Vuursche of Leersum. Dan zijn weinig rolweerstand en stabiel weggedrag toch wel prettig.

Het gemak en controle waarmee je verhard rijdt, zet zich voort op de offroad routes. Het valt me op dat je in bochten veel snelheid houdt en de banden solide blijven aanvoelen. Het sleutelwoord hierbij is vooral voorspelbaarheid. Waar de banden met het LiteSkin karkas nog al eens ‘ineens om klapten’, geeft het SnakeSkin-karkas duidelijk meer support. De lage noppen hebben natuurlijk een beperkte mate van grip. Echt agressief insturen betekent dat het voorwiel onherroepelijk gaat glijden. Als je iets minder de hooligan uithangt, is er toch met veel vertrouwen op hoge snelheid te rijden en kom je niet snel grip tekort. De achterband gedraagt zich eigenlijk op dezelfde manier. Er is genoeg grip en als je blijft zitten en mooi ‘rond’ trapt kom je ook op een steile droge wortelklim makkelijk naar boven. Ga je staan en stampen op de pedalen, dan verliezen de banden ook hier hun grip. De gebroeders hebben een behoorlijk voorspelbaar gedrag dat uitnodigt tot een gecontroleerde, ‘flowy’ rijstijl.

Kritische noten

Ik hoop dat de beschikbaarheid van de banden beter is dan vlak na introductie van de Addix compounds. Voor de Rocket Ron viste ik al meermaals achter het net voor de Addix Speedgrip. Daardoor heb ik noodgedwongen een andere band gekocht. Het concept van de geteste banden leunt sterk op de combinatie van voor- én achterband; deze moeten dan ook beide beschikbaar zijn.

De zijkant van de banden vermelden een drukbereik van 1,8 bar tot 3,7 bar. Huh? De voordelen van tubeless rijden komen juist bij lage druk goed tot z’n recht en de band is met lagere druk ook echt stabiel. Lichte rijders die deze ondergrens respecteren halen daardoor niet het maximale uit de band.

Lichtvoetige broers

De omstandigheden waarin ik de banden tot dusver heb getest variëren van erg droog, tot onmeunig droog. Vlak na een regenbui in de afgelopen maand ben ik meteen naar buiten gegaan om iets te kunnen ervaren van het gedrag in het nat. De routes op de Utrechtse Heuvelrug worden echter zo goed onderhouden en de grond is zo dorstig, dat ik slechts één klein miezerig plasje kon vinden. Helaas. Maar hou er rekening mee dat wanneer het modderig wordt, deze banden hun grip gaan verliezen. De noppen zijn te laag om door de modder te prikken en bovendien zal het profiel snel vollopen met modder/klei vanwege de dicht bij elkaar geplaatste noppen.

De nieuwe compounds beloven echter wél meer tractie in nattigheid; zeker met natte wortels in de typische zandgronden hier, lijkt dat ideaal. Je hoeft dan niet per se een grover profiel te kiezen om grip te behouden en een compromis te maken ten aanzien van rolweerstand.

Tot dusver hebben we echter nog weinig nattigheid gehad en dus blijft die tractie dan ook nog even een vraag. Datzelfde geldt voor de slijtage. Tot dusver zijn Ralph en Ray zijn zeer voorspelbaar, stabiel en lichtlopend gebleken. De keuze van Schwalbe om alleen SnakeSkin versies aan te bieden, lijkt me een slimme. De LiteSkins zijn té kwetsbaar, geven te weinig support en het gewichtsvoordeel dat je er mee hebt, doe je toch teniet door de hoeveelheid die je nodig hebt om ze enigszins luchtdicht te krijgen. Deze SnakeSkins waren sneller dicht dan ik tot dusver gewend ben van Schwalbe!

Als ook de nat-weer-eigenschappen gunstig uitpakken, zouden deze broers goede allround cross country banden voor de Lage Landen zijn. Tot dusver ben ik zelf erg enthousiast; ik laat ze er dan ook nog even opzitten. Zodra ik meer kilometers en verschillende weersomstandigheden heb getrotseerd, meld ik me met een update.

Tot slot toch nog even over de strepen op het loopvlak. Inmiddels zijn ze minder rommelig dan de eerste Addix banden, maar echt strak is het nog steeds niet. Dat resulteert in een slingerende streep op een verder mooi liggende band. Deze visuele onbalans doet toch een beetje afbreuk aan een mooi product. Maar goed, ik schuif bierfiltjes ook altijd precies midden onder het voetje van het bierglas. Het kan dus aan mij liggen…

Tekst & foto’s: Thijs Roeleveld

Posted in Reviews and tagged , , , , , , , , , , , , , , , .