Van Roekel vertelt: Pace RC200 frameset

Vaak is rond beter… soms vierkant

vrv6

RTV Utrecht heeft “Van Rossem vertelt”, wij hebben “Van Roekel vertelt”! In deze serie vertelt Jeroen van Roekel, oprichter en directeur van het Mountainbikemuseum, over de meest bijzondere exemplaren in zijn collectie. Items die voor hem éxtra speciaal zijn, om welke reden dan ook. Het kan een unieke of onbetaalbare fiets zijn, maar ook een klein onderdeel, of zelfs een oude fiets waar op het eerste gezicht weinig aan is. Je wordt echter niet zomaar museum-directeur: Jeroen weet van al deze items wel iets bijzonders te noemen!

Wat is de overéénkomst tussen een Lotus Elise en dit frame van Pace? Allebei Engels? Juist, maar daar gaat het nu even niet om. Nee, beide zijn opgetrokken uit geëxtrudeerde aluminium profielen. Want buizen kun je ze eigenlijk niet noemen…

Is dat mooi of wát? Foutje van de fotograaf: de vork zit niet één maar twéé keer verkeerd om: in zijn geheel achterstevoren… én met de buitenpoten verkeerd om over de binnenpoten geschoven!

“Jezelf profileren”

In 1989 dachten de meeste fabrikanten nog in getrokken ronde buizen, aan elkaar gesoldeerd middels lugs of gelast. Dat er nog andere buisvormen mogelijk zijn, hadden weinigen door. Totdat Pace in de extruder aanzette en met een uniek frame op de markt kwam: de RC100. Vierkanter dan een Cube. Dát deed wel even wat wenkbrouwen fronsen! En dan hebben we het nog niet eens over de speciale Magura-remnokken, een Bullseye-trapas en smeerpunten in de balhoofdbuis!

Jeroen: Dit is geen RC100, maar een RC200 F1 of F2, gemaakt rond (…) 1993. Framenummer RCO463. Ik kocht hem ooit via een advertentie in de O2 Bikers van een Belg. Bellen en daarna bij de bank geld overmaken. Zo ging dat toen.

Echt alles is mooi aan dit frame, daarom moést ik’m hebben. De ‘Bokma-gedachte‘ is tot het maximale uitgewerkt. Zelf het mannetje in de liggende achtervork en de balhoofdbuis zijn vierkante extrusies. En vergeet de zitbuis en de zadelpenklem niet. Ook dié, inderdaad. Maar er zit wél een ronde zadelpen in. Er is flink gefreesd om dat in elkaar te laten passen…

Dat is niet het enige freeswerk trouwens. Een extruder poept gewoon een oneindig profiel uit met een constante dikte. Om tóch de wanden (lokaal) dunner te maken, is élke buis aan de vier buitenkanten uitgefreesd! Dat maakt het frame natuurlijk erg duur.

Sowieso zitten er veel mooie dure details op. Die zadelpenklem, maar ook montagenokken voor een anti chain suck device onder het bracket. In de tijd van de grofstoffelijke triple-cranksets géén overbodig luxe. Twéé paar bidonnokken op de onderbuis. Tot slot nog een kabelkatrolletje onder de voorderailleur. Top-pull derailleurs bestonden nog niet, maar schakelkabels ‘moesten’ op een mountainbike bovenlangs, want “anders zouden opspattende stenen je buitenkabel kapotslaan”, hahaha.

Noot van de redactie: Na publicatie blijkt dat zelfs een museumdirecteur er wel eens naast kan zitten. Marten Gerritsen van M-gineering stuurde ons namelijk het volgende bericht: “In ’92 waren er al zat top-pull voorderailleurs. Het probleem was alleen dat de klembanden niet op een vierkante buis pasten. Een FD voor aanlasnok in combinatie met was wel zeldzaam, die waren er nauwelijk totdat Sachs alle FD’s met losse klemband begon te maken, maar dat was een paar jaar later.” Marten, bedankt voor deze opheldering!

En vervolgens was er geen geld meer over voor Lak en grafisch design?

Jeroen: De eerste RC100 had een grijze afwerking en gele stickers. Deze RC200 is nóg minimalistischer: kaal aluminium en een paar kleine stickertjes. Zoals we hem allemaal kennen. Prima zo hoor, dit frame heeft toch geen opsmuk nodig?

“Minimalistisch. Hier zie je ook de subtiele ribben op de achterzijde van de balhoofdbuis.”

RC35 vork

Jeroen: Dit is een vork uit de eerste serie vanaf 1993. Je ziet dat aan de brug die de onderpoten verbindt: het is een dun stalen buisje. Terwijl je eigenlijk geëxtrudeerd aluminium zou verwachten! Latere generaties hadden wel een CNC-gefreesde aluminium brug. Wat ik mooi vind, is dat de beugel en de remnokken aan de achterzijde zitten. Mechanisch best slim, maar in die tijd wel lastig met de kabelvoering van de cantilevers! En dan die carbon wrap om de onderpoten… Intern is het allemaal wat minder spannend: knutselige elastomeren, die wél 45 mm veerweg bieden…

Van frameset tot fiets?

Op de vraag hoe hij hem zou opbouwen tot complete fiets is het even stil. Maar dan gaat hij los…

Jeroen: Déze óf een starre Pace vork. En Pace naven uiteraard, met daaromheen van die prachtige Mavic Sunset regenboogvelgen. Mooie dunne spaakjes, gekleurde nippels en lekker smalle 1.7 skinwall banden. Dan zou ik de Suntour voorderailleur aanvullen met de bijbehorende achterderailleur en shifters. Cranks van Bullseye, remmelarij van Grafton. En dan afmaken met een Britse Use zadelpen en uiteraard een klassiek Flite zadel. Ja, dat moet’m zijn.

Denk hier een Suntour derailleur bij.

Pace: still Pacing! More or less…

De RC bleef zich in detail evolueren, maar de basisgedachte bleef gelijk. In 2004 stopte de productie. In 2006 kocht DT Swiss de verende-vorkendivisie van Pace en verdween het merk bijna volledig uit zicht. Maar… Pace bestaat nog steeds. Echt spannend is het allemaal echter niet meer. De starre carbon vorken doen nog denken aan vroeger, maar de hardtails die ze aanbieden hebben ronde buizen en zijn “designed and tested in the UK.”

Meer informatie: Retrobike

Tekst: Jeroen van Roekel, Lars Vogelenzang
Foto’s: Coen de Jongh

Posted in Mountainbike museum, Specials and tagged , .