Trailhunting – Op zoek naar Ötzi

Ooit van Ötzi gehoord, de steentijdman die op meer dan 3.000 meter hoogte in het eeuwige ijs van de Ötztaler Alpen is gevonden, op de grens van Oostenrijk en Italië? Fotograaf Joris Lugtigheid en mountainbikers Jeroen Bervoets, Joris Birnie en Arjan Kruik gingen er naar op zoek, op de mountainbike. Het idee was, vanuit Oostenrijk naar Ötzi’s vindplaats te rijden, om vervolgens via Italië weer terug te gaan. Uiteindelijk pakte dit plan héél anders uit…

Tekst: Jeroen Bervoets
Foto's: Joris Lugtigheid

Het idee voor de tocht komt van Arjan Kruik. Die heeft iets met geschiedenis en het lijkt hem daarom wel aardig een driedaagse huttentocht te maken waar we tegelijkertijd ook wat van opsteken. Ons ploegje bestaat naast Arjan Kruik en ondergetekende ook Joris Birnie en fotograaf Joris Lugtigheid. De route die is uitgestippeld voert van het Oostenrijkse skidorp Sölden naar de op 3.000 meter hoogte gelegen Similaunhütte, net over de Oostenrijkse grens in Italië. Van daaruit zullen we via Val Senales en Val di Fosse naar de Stettiner Hütte op 2.875 meter rijden. Om vervolgens via de Passo del Rombo weer terug naar Sölden te fietsen. Mooi plan!

Pedagogisch lopen

Het pedagogisch verantwoorde deel zit in de eerste dag. Vanuit de Similaunhütte willen we namelijk een korte hike maken naar de plek waar in 1991 op 3.200 meter hoogte het bevroren lijk gevonden werd van een man uit de steentijd. Een bizarre vondst, want het lichaam van de man – die al snel Ötzi genoemd werd – had ruim vijfduizend jaar onder het ijs gelegen! Tegenwoordig ligt Ötzi in een glazen vrieskist in een museum in Bolzano. Als je in de buurt bent en tijd hebt moet je daar zeker even gaan kijken. Doordat Ötzi en zijn spullen zeer grondig onderzocht zijn, hebben wetenschappers de laatste dagen voor zijn dood behoorlijk goed kunnen reconstrueren. Een spannend verhaal!

Maar goed, wij gaan kijken naar de plek waar hij gevonden werd. En dus vertrekken we ’s ochtends vroeg uit Sölden, rugzakken op met uitrusting voor drie dagen, kaarten en een opgeladen gps. Het eerste stuk is relaxed over asfalt. Pas bij het dorpje Vent verruilen we het asfalt voor een schotterstrasse. Steil, maar goed te doen, alhoewel ik merk dat een 24-tands binnenblad in combinatie met grote wielen aan de zware kant is. Desondanks rijden Joris Birnie en ik soepel omhoog. Joris en Arjan kunnen in eerste instantie goed meekomen, maar op een meter of 2.400 valt Arjan ineens stil. “De hoogte”, hijgt hij. “Ik krijg m’n benen ineens niet meer rond”. Mooi moment om even pauze te houden, we hebben tenslotte toch al ruim duizend hoogtemeters in de benen en we kunnen allemaal wel een bordje pasta gebruiken. Volgens de kaart zijn we vlak bij de Martin Busch Hütte. “Nog honderd hoogtemeters”, bemoedig ik Arjan. Pittige hoogtemeters, dat wel, want als het grindpad om de berg heen draait en we de berghut zien liggen, blijkt het laatste stuk als een muur omhoog te gaan, zo steil. De spaghetti bolognese die we een kwartiertje later in de gelagkamer van de berghut naar binnen schuiven, is dus beslist welverdiend.

Nog 500 hoogtemeters

Vanaf de Martin Busch Hütte is het nog maar 500 hoogtemeters naar de Similaunhütte. In theorie zijn we dus op tweederde van de trip. Hoe dat in de praktijk is, moet nog blijken. Want hoeveel hoogtemeters kunnen we fietsen en hoeveel moeten we lopen? De eerste meters beginnen goed. Gewoon fietsbaar. Maar dan maken we een fout. Bij een Y-splitsing volgen we de signalering; we gaan rechts de berg op. Terwijl het pad dat links langs de beek loopt er toch echt veel toegankelijker uitziet. Maar ja, de officiële bordjes wijzen naar boven…
Eerst duwen we de fietsen nog, maar al snel gaan de bikes op de schouders, zo zwaar en steil is het terrein. Dit kost tijd, ons schema klopt van geen kant meer. Nog een wandeling naar de vindplaats van Ötzi maken? We mogen blij zijn als we überhaupt voor het donker de Similaunhütte bereiken! Als Arjan tijdens een korte pauze een oud mailbericht binnenhaalt dat hij van de VVV van Vent gekregen had wordt ik zelfs een beetje chagrijnig. Dit staat namelijk in dat berichtje: “Wir empfehlen bei der Abzweigung statt rechts der Markierung zu folgen, den Weg links am Bach entlang zu nehmen. Dieser Weg ist einfacher, näher und mit Steinmännchen markiert.” Komt-ie nu mee, die pannenkoek… en dan begint het ook nog te regenen.

Maar goed, teruggaan is geen optie. En dus ploeteren we door, over sneeuwvelden, dikke rotsblokken en gladde modderpaadjes. We lijken eerder alpinisten dan mountainbikers! Maar ook al gaat het niet snel, we komen wel steeds hoger. En uiteindelijk zó hoog, dat we toch nog verrast zijn als de Similaunhütte tussen de wolken opduikt. Wow, 3.000 meter! Zó hoog was ik nog nooit met m’n bike!

Mooi, zo’n berghut. Lekker warm, lekker eten. En lekker slapen. Alhoewel dat laatste niet voor iedereen geldt. Vooral Arjan heeft veel last van de hoogte. Hij ziet er de volgende ochtend uit als een dweil. Als we willen weten hoe een lijk eruit ziet, hoeven we heel die Ötzi niet te zien. We hebben al een lijk bij ons… Dat Ötzi-plan staat sowieso op losse schroeven, want omdat we de trip nogal strak gepland hebben, is er vandaag eigenlijk geen tijd voor een wandeling naar de fundstelle. Bovendien, het regent nog steeds en vanwege de hoogte zitten we helemaal in de wolken. We besluiten daarom af te dalen naar Val Senales in Zuid-Tirol. Volgens de hüttenwirt schijnt daar de zon.

De afdaling van de Similaunhütte naar het Vernago-stuwmeer is pittig. Wat heet! Het is een van de lastigste, meest extreme afdalingen die ik tot nu toe gereden heb. Niet alleen omdat het terrein uiterst technisch is, maar ook vanwege de natte ondergrond en de dikke mist. Maar het is ook spectaculair. Vanwege de regen, de mist en het rauwe, stenige landschap lijkt het alsof we op een andere planeet zijn.

Maatje te groot

Een planeet die vierhonderd hoogtemeters lager toch gewoon de aarde blijkt te zijn. De route loopt nu vlakker, er groeit weer gras en de zon komt zowaar door. Uitgelaten laten we de bikes naar beneden rollen. Alleen Arjan blijft achter. Hij rijdt onzeker en heeft het zichtbaar niet naar z’n zin. Vreemd, want normaal is hij juist niet te houden op dit soort paden. Komt dat door de inspanning van gisteren? Eenmaal beneden bij het Vernago-stuwmeer blijkt de reden: niet alleen heeft z’n voorrem bijna geen druk meer, ook de achterdemper lekt olie. Tja, deze berg was blijkbaar niet alleen een maatje te groot voor hemzelf, maar ook voor zijn fiets. En veroorzaakt ook het einde van ons tripje. Want een kapotte rem valt misschien nog wel te fixen, maar waar haal je zo snel een nieuwe achterdemper vandaan? En dus gaat na een kort overleg plan B in werking. We rollen over de weg Val Senales uit, helemaal tot aan de stad Merano, waar we een bus pakken terug naar Sölden. Zo rijden we de Passo del Rombo een dag eerder dan gepland omhoog. En niet op het zadel van onze fiets, maar in een comfortabele busstoel. Toch jammer. Volgend jaar een herkansing?

Reisinformatie

Verblijf

Wij verbleven in hotel Alpina. Dit hotel is gespecialiseerd in mountainbikers en wielrenners en daarom ook lid van Mountainbike Holidays. Deze hotelorganisatie heeft in het Ötztal twee gespecialiseerde bikehotels. Lidmaatschap van Mountainbike Holidays garandeert dat het hotel speciale faciliteitenvoor bikers heeft en dat route-informatie voorhanden is. Ook kunnen deze hotels voorzien in gidsen en bike-instructie.

Berghutten

De Similaunhütte ligt op 3.019 meter hoogte. Best pittig. Als je aankomt, wil je dus wel dat ze een plekje voor je hebben. Vooraf reserveren is dus geen overbodige luxe!

Route

Hier vindt je de driedaagse route die we hadden willen rijden. Helaas zijn we niet verder gekomen dan Merano. Misschien een volgende keer beter?

Algemene informatie over fietsen in het Ötztal vind je via: www.oetztal.com

Posted in Specials, Spots and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , .