Trailhunting in Portugal

Portugal: Niet het eerste land dat je te binnen schiet in een zoektocht naar een midwinter-trainingskamp, waar uitdagende paden niet tot in mei verscholen liggen onder een sneeuwdek. Noem vervolgens de Algarve en je verwacht vooral klagende bejaarden, vakantieparken en stomdronken noorderlingen. Wie echter net voorbij die generieke bouwsels kijkt, komt een weelde van paden tegen. Helemaal onverwacht zou dat niet moeten zijn: de Algarve heeft z'n eigen etappekoers (niet geheel vrij van wat misselijke secties) en de regio is overwinteringsoord voor een hele zwik downhillers, voornamelijk Britten. Hoewel je nergens in Europa 's winters een echte garantie op zon en droge paden hebt, is zo ver zuidelijk de ellende vaak maar van korte duur...

Met de Velozine crew kregen we het voor elkaar om natuurlijk precies in de natste periode te arriveren. Onze aanvankelijke uitvalsbasis was Monchique. Dat dorp ligt precies in het zadel tussen de twee hoogste pieken van de regio, de Foia (902 m) en de Picota (773 m). Omdat deze bergen met kop en schouders boven het landschap uitsteken, stuwen ze alle vochtige lucht die vanaf de zee aangedragen wordt flink omhoog. Dichte, hele dichte mist is het gevolg, met name op de zuidflanken. Kurkdroog waren de paden tijdens onze trip zodoende niet. De keerzijde was wel dat, met dagtemperaturen rond de 15 graden, het bos grotendeels een welkome groene afwisseling was voor al het dorre bruin thuis.

De hellingen van de Foia en Picota zijn steil en grotendeels begroeid met dicht eucalyptusbos. Verder richting dal maken deze bomen plaats voor typisch mediterraan struikgewas, vol stekels en doorns. Waar de mooie paden lagen was ons zodoende niet direct evident: zelfs kleinere grindwegen zijn van hoger af niet snel te zien. We grepen aanvankelijk naar online topografische kaarten, maar deze bleken weinig zinvol. Zelfs de Strava Heatmap kon er weinig van maken. Voordat de twijfel echt toe kon slaan, kwamen we gelukkig het 'geheim' van de twee bergen tegen: een netwerk aan downhillroutes. Wie de grindwegen en bospaden volgt tot één van beide toppen, komt ze al snel tegen, soms overlappend met wandelpaden, maar grotendeels hun eigen weg door het donkere woud banend.

De moeilijkheidsgraad van de paden varieert nogal, van flowy kombochten over bosgrond (braap!) tot onoverzichtelijke rotspartijen en blinde sprongen en drops. Sommige stukken draaien en keren opmerkelijk kort tussen de bomen (past hier een 70 cm stuur überhaupt tussen?), andere secties lopen weer over open velden keien en rotsplaten. Bovenal bleek ieder pad een verassing: qua lijn, qua ondergrond en qua omgeving. Door de lange, steile beklimmingen en veel draai- en keerwerk naar beneden kwamen we in onze week maar aan zeven van de acht routes toe.

Onze fietsplezier bleef natuurlijk niet beperkt tot de hellingen van de Serra da Monchique. Een groot deel van de zuidelijke en zuidwesterlijke kust van Portugal bestaat uit kliffen, die zo’n twintig tot honderd meter boven de zee uit torenen. Langs bijna al die kustlijn loopt een wirwar aan paden. Vaag worden de lijnen van de kliffen gevolgd, wat voornamelijk zorgt voor korte, pittige klimmetjes en ditto afdalingen. Enkelmaal is het spoor een breed grindpad, andermaal tref je een technische singletrack. Door het afbrokkelend steen ontstaan er allerlei steile lijnen, afstappen en andere natuurlijke features.

Wij genoten het meeste van de strook tussen Salema en Lagos. Hier was er wat meer keuze aan verschillende lijnen en bleek de ondergrond behoorlijk gevarieerd, van grote losse keien tot grind, gruis, zand, flinke steenplaten en zelfs een plakkaat bosgrond. Opstapjes, afstapjes, loeisteile spoortjes omhoog en snelle, ruwe paden omlaag wisselden elkaar telkens af. Met een route van meer dan 50 km, waarvan de helft redelijk technisch en/of harken om boven te komen was, bleef de lol er tot het einde toe in zitten. Eens te meer omdat het weer aan de kust beduidend beter was dan in het binnenland. Streepjes kweken!

Vanaf Portimao - direct onder Monchique - naar het oosten is de situatie anders. Natuurschoon en moeilijkheidsgraad van de paden leken hier hand in hand te gaan. De achterkant van kliffen en de inhammen ertussen zijn steiler dan verder naar het westen: wij hadden er op de betreffende dag toch wat moeite mee. Veel van de passages waren smal, zo smal dat ze lastig te rijden waren, en de uitloop (of gebrek daaraan) was af en toe intimiderend. Wie een gemiddelde van rond de 10 km/h indicatief vindt van een goede route, kan hier echt zijn/haar lol op, met als bonus een prachtig uitzicht over het azuurblauwe water ver beneden.

Omdat we over Lissabon gevlogen waren - Faro is een stuk praktischer als je de Algarve bezoekt - konden we het niet laten nog een paar dagen Sintra te gaan ontdekken. Dit heuvelgebied ligt net ten westen van de hoofdstad en staat bekend om de koninklijke tuinen, paleizen en het moors kasteel. Niet geheel onbelangrijk: het zou hier volgens onze kaart vol moeten liggen met paden.

Conform verwachting was het tijdens ons bezoek (net na de kerst) in Sintra-stad behoorlijk druk. Behalve toeristen die komen om selfies te schieten bovenop één van de vele oude bouwwerken is Sintra de hangplek voor downhillers uit de regio. De heuvels hier zijn net zo steil als in de Algarve, maar er zijn legio toegangswegen, wat shuttlen ten goede komt. In één dag zagen we zodoende meer rijders dan in één week in Monchique. Die aanwezigheid vertaalt zich ook naar de dichtheid van het paden-netwerk, inclusief gegraven route's.

Vergeleken met de Algarve waren de paden van Sintra over het algemeen krapper, steiler en gladder, hoewel dat laatste vooral lag aan onze timing (inmiddels regende het dagelijks). Hoewel we ook hier geen situaties tegenkwamen die volkomen onberijdbaar leken, was het gehalte jumplijnen aanzienlijk hoger. Geen enorme doubles of road gaps, maar in de dichte bos wel goed mikken!

Praktisch

Fiets: Niet geheel wetend wat we moesten verwachten, hadden we op een enkeling na 120 mm fullies mee, wat goed uitpakte. Hoewel een 160 mm bak of downhiller zich vertaalt naar meer snelheid (en lol op jump-lijnen) vonden we de paden goed te rijden op wat robuustere XC fietsen. 50-60 km wegtrappen op een dag was daarmee ook nog eens haalbaar zonder de hulp van een (betaalde) shuttle.  Wil je dalende kilometers maximaliseren dan zijn er een aantal gidsbedrijven in de regio.

Kaartmateriaal: Als er één ding opvallend was voor de regio, is het het gebrek aan populariteit. In Monchique kwamen we enkel een verdwaalde wielrenner tegen, en zelfs Sintra was relatief stil vergeleken met wat we in Nederland gewend zijn. Het gebrek aan fietsend volk op de paden - althans, fietsende toeristen - vertaalt zich direct naar nogal matige online en elektronische topografische kaarten. Strava Heatmaps is zodoende geen goede leidraad. Voor Monchique is ons advies daarom: rij naar de top van de Foia of Picata en zie wat je onderweg tegen komt. De meeste route's beginnen net onder de pieken en kruisen de grind- en asfaltwegen meerdere malen. Langs de kust van de Algarve en in Sintra is het makkelijk beschikbare kaartmateriaal een stuk couranter.

Onderdak: Wij kozen voor een oude boerderij (beheerd door Nederlanders) aan de achterkant van de Foia tijdens. In Sintra hadden we bij Chalet Relogio plek voor onze fietsen en zaten we net buiten de drukte van stadskern.

Sintra en de Algarve - en Portugal in het algemeen - staan niet bekend als voor de hand liggende mountainbike bestemmingen. Door het zachte klimaat, de schappelijke prijzen en de superleuke paden zijn het echter prima overwinterings-oorden. Wij gingen vooral op zoek naar de meer uitdagende trails en vonden die ook, maar eigenlijk is er voor ieder technisch niveau hier wel wat te beleven!

- Eric Wictor

Posted in Spots and tagged , , , , , , .