Aan tafel met Patrick Jansen

Deel 1

Een korte introductie

De afgelopen jaren is er voor ons veel veranderd in het bos. Een enkeling klaagt over een kermisrondje, veel Nederlandse bikers reageren er echter positief op: Brede en gedeelde zand, grind- en bospaden maken in rap tempo plaats voor smalle, speelse singletrack. Deze specifiek voor en door mountainbikers gegraven routes maken een opvallende breuk met het verleden. Hoewel niet iedereen zat te wachten op het soort pad, lijkt de mountainbikeroute ‘nieuwe stijl’ deuren te openen – of te voorkomen dat deuren voor onze neus dicht vallen.

Eén van de personen die een centrale rol heeft gespeeld in deze ontwikkeling is voormalig wereldkampioen en voormalig directeur van Stichting Probos Patrick Jansen. Hij weet als weinig anderen te navigeren tussen de verschillende belangen, de regelgeving en de zorgen en wensen van bikers zelf. Als biker op zéér hoog niveau heeft hij natuurlijk een duidelijke mening over wat een leuk pad is. Vanuit zijn professionele achtergrond weet hij daarentegen ook érg goed welke problemen er met biken gemoeid gaan. In een tijd waar conflicten onze toegang tot het bos continu onder druk zet, lukt het Patrick verouderde routes geheel nieuw leven in te blazen en zelfs fors uit te breiden. Kortom: hoog tijd om aan Patrick zelf te vragen hoe hij dit voor elkaar speelt!

Patrick in actie – lees: onderweg naar de overwinning – in de Trans Sylvania Epic van ’17 – (c) Bruce Buckley

Heden, verleden en verandering

Velozine: Wat is er structureel veranderd de laatste 10 jaar, en wat is jouw visie op MTB-en in Nederland op de lange termijn?

Patrick Jansen: Net als 10 jaar geleden staat mountainbiken onder druk en worden er nog steeds gebieden afgesloten voor mountainbiken. Het imago van mountainbiken blijft slecht en dat wordt niet uitsluitend veroorzaakt door de bekende uitzonderingen. Over een ecoduct of door een rustgebied rijden: Je houdt het niet voor mogelijk, maar het gebeurt toch regelmatig! Dit soort gedrag is desastreus voor het mountainbiken in de toekomst. Het merendeel van de mountainbikers gaat conflicten uit de weg en gaat zeker niet scheldend en tierend door het bos. Maar er is toch ook een vrij grote groep die dit bij tijd en wijle wel doet. Ook hebben sommige mountainbikers lak aan openstellingsregels. Daarin wijkt een mountainbiker weliswaar niet wezenlijk af van de gemiddelde Nederlander, maar het is wel funest voor het imago van de hele groep.

 

Over een ecoduct of door een rustgebied rijden: Je houdt het niet voor mogelijk, maar het gebeurt toch regelmatig! Dit soort gedrag is desastreus voor het mountainbiken in de toekomst.

 

Ik heb wel het idee dat dit soort gedrag minder voorkomt dan vroeger, onder andere doordat mountainbikers er elkaar op aanspreken, maar het asociaal gedrag komt nog te veel voor. Wat wel totaal veranderd is, is de manier waarop het mountainbiken gereguleerd wordt, namelijk door new-school routes te bouwen met veel singletrack. De eerste singletracks werden gebouwd op afgedekte vuilstorten, zoals Bergschenhoek en Zoetermeer. Discovery was volgens mij de eerste die het ook breder toepaste (naast de Wilhelminaberg ook in omringende bossen), maar daarna bleef het lange tijd stil. Singletrack is, mits goed aangelegd, zeer aantrekkelijk om op te rijden en daardoor werken nieuwgebouwde singletracks zeer goed regulerend. Mountainbikers blijven immers veel beter op een route die aantrekkelijk is! En je bouwt singletrack natuurlijk op plaatsen waar de natuur dat kan hebben. Dit is een groot winstpunt.

Een ander zeer groot voordeel van singletracks is dat je gebruikersgroepen uit elkaar haalt, waardoor de kans op sociale conflicten enorm afneemt. Dit wordt met name door wandelaars zeer gewaardeerd. Wat ook een voordeel is, is dat de snelheid op singletracks lager ligt, waardoor je simpelweg minder kilometers nodig hebt. Ook voor anderen is het plezierig als er minder hard gereden wordt. Een laatste voordeel van singletracks is dat ze zeer goed (door vrijwilligers) te onderhouden zijn, omdat ze door hun beperkte breedte vrij eenvoudig af te wateren zijn.

18301911_10213194385279281_2973366233051216076_n

De redactie doet voor hoe het… niet moet

Deze trend van new-school trails zal doorzetten en mijn missie is om een aansluitend netwerk te creëren in grote delen van Nederland. Dat is mijn ambitie. Op termijn wordt het mogelijk om vanaf de duinen naar Duitsland te rijden, alleen maar op mountainbikeroutes. En van Drenthe naar Zuid-Limburg. Wat ik ook verwacht, of misschien hoop, is dat we de moeilijkheidsgraad van mountainbikeroutes heel langzaam kunnen vergroten. De gemiddelde Nederlandse mountainbiker heeft gekscherend al moeite met het afrijden van een stoeprand. Met zo’n niveau (en het vreemde is dat iedereen denkt dat ‘ie kan mountainbiken!) kun je met het oog op veiligheid en de daaraan gekoppelde aansprakelijkheid niet te veel risico’s nemen. Dat zal heel rustig opgebouwd moeten worden. Maar dan moeten mountainbikers natuurlijk geen terreineigenaren aansprakelijk gaan stellen voor hun eigen onvermogen om hun eigen techniek in te schatten.

Zelf kan ik afwisseling, lijnkeuze en wat meer technische uitdaging waarderen. Als het technisch niveau van ons allemaal ietsje omhoog gaat, waarom dan niet meer diversiteit in route’s? Eigenlijk is dat in de eerste plaats helemaal niet zo belangrijk. Laten we beginnen met een beter besef van onze plek in de natuur. De perceptie dat wie die natuur moeten delen met anderen – mensen, flora, fauna – en daarmee mede-verantwoordelijk ervoor zijn, zit er kennelijk nog net niet stevig genoeg in.

Een andere opmerking die gemaakt mag worden – terugdenkend aan het commentaar op een eerder Evilzone opiniestuk – is dat er een reden is voor speelse singletrack: Mountainbikers in het gareel te houden. Conflict is kennelijk het beste te vermijden door gebruikers zo veel mogelijk te scheiden – ieder z’n eigen baan door het bos. Hoe leuker dat pad dan is, hoe minder ernaast gereden word. Dat singletrack ook nog de snelheid wat drukt heeft een bijkomend voordeel: een kleiner verrassingseffect als wij toch een wandel- of ruiterpad kruisen.

VZ: Wat zijn de typische vragen en zorgen van landeigenaren en beheerders?

PJ: Bij de meeste gesprekken moet ik eerst tijd inruimen om een tirade aan te horen over mountainbikers. Dat is meestal een leuk begin als je daarna medewerking van ze wilt hebben voor de aanleg van een mountainbikeroute. Gelukkig zijn de meeste beheerders vrij nuchtere mensen en blijven ze objectief nadenken over de manier waarop ze om moeten gaan met mountainbiken. Zeker in de begindagen, toen ik begon met de bouw van new-school routes, moest ik praten als brugman om hun toestemming te krijgen. Gelukkig spreek ik als bosbouwer hun taal en heb ik van de meeste beheerders wel het vertrouwen. Als directeur van Stichting Probos heb ik gelukkig een goed imago bij hen opgebouwd. Nu gaat dat overtuigen iets makkelijker, omdat er steeds meer voorbeelden zijn van routes die goed werken in regulerende zin.

Terreinbeheerders hebben het daar natuurlijk onderling over en gaan ook bij elkaar kijken. Zo heeft Rein Zwaan van Staatsbosbeheer Utrechtse Heuvelrug al heel wat collega’s op bezoek gehad. Ook stuur ik soms twijfelende beheerders naar een beheerder van routes die ik eerder heb gebouwd. Dan horen ze de voordelen van een collega. Elke keer gaan ze daarna ‘om’!

 

Een andere voorwaarde is dat de route ze geen geld kost, zowel tijdens de aanleg als het onderhoud. Dat geld is er simpelweg niet meer.

 

Een belangrijk aandachtspunt zijn de klachten van met name wandelaars. Daar krijgen ze natuurlijk een punthoofd van, maar ze willen er ook wel graag wat aan doen. Dan helpen nieuwe singletracks op de juiste locatie enorm. Een voorwaarde is dat nieuwe gebouwde singletracks zo gebouwd worden dat ze minimale verstoring en schade aan flora en fauna, cultuurhistorische elementen, aardkundige waarden en dergelijke veroorzaken. Daar komt mijn achtergrond altijd goed van pas. Een andere voorwaarde is dat de route ze geen geld kost, zowel tijdens de aanleg als het onderhoud. Dat geld is er simpelweg niet meer.

Ook hebben ze vaak veel vragen over aansprakelijkheid. Ik heb de afgelopen tien jaar hier veel aandacht aan besteed, o.a. het bestuderen van jurisprudentie. Op basis daarvan heb ik voor mezelf criteria ontwikkeld, waardoor de aansprakelijkheid volgens mij tot vrijwel nul is gedaald. Maar het blijft een aandachtspunt en een bottleneck.

18403478_10213194384559263_6986616870298083439_n

VZ: Hoe bied je tegenstanders, vaak andere gebruikersgroepen, het hoofd? Wat kan de MTB-gemeenschap zelf doen?

PJ: Met wandelaars (met loslopende honden) en ruiters kun je meestal goede afspraken maken en ze op drukke locaties scheiden. Als ze eenmaal gewend zijn aan de nieuwe situatie, reageren ze vaak heel positief op routes. Wat ook helpt, is dat ze zien dat mountainbikers de handen uit de mouwen steken. Dat wordt enorm gewaardeerd. Met professionele ecologen zijn ook vaak goede afspraken te maken. Waar het hen om gaat, is dat je bepaalde ecologische waarden niet schaadt. Meestal is dat makkelijk te realiseren. Dit vergt wel ecologische kennis, bijvoorbeeld over de leefwijze en habitat van dieren.

 

Kijk bijvoorbeeld naar de route Schoorl, waarvan de verlegging voortkwam uit ecologische overwegingen. Toch gaan ze naar de Raad van State om de verlegging van de route tegen te houden.

 

Amateurecologen of natuurvrienden, zo noem ik ze maar even, zijn vaak veel moeilijker. Die mensen hebben vaak een geheel ander natuurbeeld (bio- of ecocentrisch) dan de gemiddelde mountainbiker. Ze vinden mountainbiken, of zelfs recreatie, niet passen in de natuur. Deze mensen zijn over het algemeen ook niet geïnteresseerd in compromissen sluiten. Kijk bijvoorbeeld naar de route Schoorl, waarvan de verlegging voortkwam uit ecologische overwegingen. Toch gaan ze naar de Raad van State om de verlegging van de route tegen te houden.

Zulke mensen kun je dus niets bieden om ze tevreden te krijgen, dus dit is een moeilijke, maar ook heel kleine, groep. Een andere groep die geen recreatie, en dus ook geen mountainbiken, willen zijn jagers. Die willen absolute rust in het bos. Afhankelijk van de invloed die ze hebben, kan dat een probleem zijn. Er zijn al meerdere singletracks en gebieden gesneuveld door hun belangen.

Het ‘probleem’ ligt dus lang niet altijd of alleen bij ons. Nieuwe of uitgebreidere routes zijn echter toch mogelijk omdat mensen als Patrick samenwerken en oplossingen zoeken met andere professionals. Die professionals staan niet lijnrecht tegenover ons. Deze mensen hebben andere verantwoordelijkheden en prioriteiten in hun werk dan mountainbiken alleen. Door met landeigenaren, terreinbeheerders en ecologen samen naar oplossingen te zoeken is het mogelijk een route neer te leggen die iedereen tevreden stelt.

Bovendien: willen we ergens tof biken, dan zullen we er zelf voor moeten betalen met tijd en geld. Fietsen in het bos was nooit echt een vanzelfsprekendheid en de aanleg (en onderhoud) van paden is dat in dit tijdperk evenmin. Willen we paden, dan zal de mountainbike gemeenschap daar zelf voor moeten – en blijven – zorgen!

VZ: Is een mountainbiker een natuurliefhebber?

PJ:Mountainbikers zijn net mensen, zeg ik weleens gekscherend. Ik denk dat het een behoorlijke dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking is. Er zitten dus natuurbarbaren bij, maar ook heel veel liefhebbers. Zo heb ik regelmatig te maken van zeer actieve mountainbikevrijwilligers die als andere hobby natuurstudie hebben (bijvoorbeeld vogels).

VZ: Welke stap(pen) heb jij voor op de andere ontwerpers/bouwers in ons land?

PJ: Ik zie dat mijn achtergrond als bosbouwer/bosbeheerder cruciaal is om goed te kunnen onderhandelen met beheerders, maar belangrijker nog, om routes te bouwen die niet of nauwelijks negatieve impact hebben op flora/fauna, cultuurhistorie, andere gebruikersgroepen, aardkunde en dergelijke. Je moet hier niet alleen verstand van hebben, maar ook de laatste stand van de wetenschap kennen, want uiteindelijk gaat het er om dat je je beslissingen kunt onderbouwen voor bijvoorbeeld beheerders en ecologen. Routebouw is meer dan alleen vlaggetjes in de grond steken en een mooie flow creëren. Met routes die duurzaam gebouwd zijn, laten we zien dat mountainbiken prima kan passen in een natuurgebied en daar gaan we in de toekomst van profiteren. We moeten namelijk altijd blijven knokken voor toegankelijkheid verwacht ik.

De zoon van een goede vriend, Jimme de Haan, heeft de ambitie om ook routebouwer te worden en die is dan ook afgelopen jaar begonnen aan dezelfde studie waar ik begonnen ben, bos- en natuurbeheer in Velp. Hij loopt nu bij mij een eerstejaars-stage, waarbij hij voor een bepaald gebied een deel van de nieuwe route Ede moet ontwerpen. Het gaat me niet om het ontwerp, maar om de beweegredenen erachter. Dat is zijn leeropdracht.

VZ: Op welke route die je zelf hebt ontworpen ben je het meest trots?

PJ: Ik word altijd blij als ik samen mag werken met een grote groep, enthousiaste vrijwilligers en beheerders die er ook de gein van inzien om er iets moois van te maken. Dat geeft altijd positieve energie en dan doet de uiteindelijke kwaliteit van de route er niet toe.

VZ: Hoe veel km aan Tracks & Trails paden liggen er inmiddels in Nederland?

PJ: Ik weet het eerlijk gezegd niet en het is me te veel werk om het uit te rekenen, maar het is veel. En dat wordt nog veeeeel meer als ik zie waar ik nu allemaal mee bezig ben.

Veel meer paden? Kom maar op! Laten we vooral niet vergeten dat deze ontwikkeling het resultaat is van een hoop hard werk. Iedere route heeft talloze uren graven door – grotendeels – vrijwilligers in zich zitten. Voordat er een schep in de grond kan is er echter een hoop organisatie, administratie en gelobby nodig. Zoals gezegd is onze plek in het bos verre van een vanzelfsprekendheid. Patrick z’n grootste verdienste is daarom misschien nog wel de brug kunnen slaan tussen wij, de bikers, en de beheerders en landeigenaren.  Dit is weer het gevolg van contact en aanpak op professioneel niveau.

In een vervolgartikel komt Patrick uitgebreid aan het woord over hoe we het huidige netwerk in stand kunnen houden en hoe verdere uitbreiding er misschien uit kan gaan zien…

Posted in Specials, Spots and tagged , .
  • Peter Smids

    Complimenten voor dit leuke artikel! Afgelopen week heb ik samen met andere geïnteresseerden naar Patrick’s verhaal geluisterd over zijn plannen voor de nieuwe routes in/bij Ede. Geweldig wat hij tot nu toe heeft betekend, en in de toekomst gaat betekenen, voor het mountainbiken in NL!
    Hopelijk ontstaat er een mooie mtb-community in Ede, a la NPUH, om zo in het najaar fanatiek te gaan scheppen.

  • E. Kwant

    Mooi artikel. Goede punten ook.
    Zelf ook bestrokken geweest met de aanleg van routes. Soms een succes, soms ook niet. Mede door het gezeur over de routes, het lobbyen en uiteindelijk nergens toe komen hebben mij een groot deel van het plezier in het mountainbike weggenomen. In de beginjaren vrij het bos in en fietsen is er nu af. Nu mag je daar wel en hier niet fietsen, de vrijheid is eraf.
    Toch goed dat de routes voor veel mensen in de behoefte voorzien en ga er vooral zo mee door.