Gravel Route Netwerk (GRN) in aanmaak!

Boswielrenners-galore?

 
** Geupdate 2 april **
 

Van een hype werd het vrij snel een trend: de gravelbike. Niet alleen in de omliggende landen heeft de dikke-banden-racefiets vaste voet aan grond gekregen, ook in Nederland is de gravelbike een vast gegeven aan het worden.

Hoog tijd voor een heus Gravel Route Netwerk, aldus de NTFU.

Ook al zijn organisatoren én gravelisten nog (onder)zoekende, de spaarzame gravel-evenementen worden al goed bezocht. Getuige het aantal dikke gravelbikes dat we tegenkwamen bij de eerste editie van de OffGrid Gravel Series, zijn veel bikers zelfs al bereid flinke investeringen te doen.

Vrijwel elk groot merk heeft inmiddels een heuse gravelbike. Trek introduceerde onlangs nog haar Checkpoint.

Dat gravel hot is, maar zeker geen eenmalige sirocco is, ontgaat ook de NTFU niet. Samen met IMBA Europe zijn ze al volop betrokken bij de huidige upgrading van mountainbikeroutes in Nederland. Ze zien echter in de opkomende gravelscene mogelijkheden die gunstig zijn voor iedereen, door het creëren van een nieuw soort fietsnetwerk in Nederland: het Gravel Route Netwerk (GRN). Juist ja… Maar hoe dan? Wij gingen te rade bij Bart van de Vossenberg van de NTFU en Mark Torsius van IMBA Europe.

Velozine: Een nieuw routenetwerk, speciaal voor gravelbikes; wat moeten we ons dáár bij voorstellen?

Bart van de Vossenberg: Lacht – Nou ja, precies zoals de naam doet vermoeden: een netwerk aan gravelpaden. In de korte tijd dat de gravelscene is opgekomen, is het enorm populair geworden. Evenementen schieten als paddestoelen uit de grond en we zien dat de gravelbike een flinke verkoopboost geeft in de fietsbranche. Racefietsers die wat meer en nieuwe uitdaging willen, kopen er een. Beginnende fietsers kiezen eerder voor een gravelbike dan een racefiets.

Brede banden geven méér comfort en méér grip. Leuk voor off road gebruik, dat weet elke mountainbiker, maar ook voor beginnende fietsers lijkt dit een sleutel te zijn tot een plezierige kennismaking met een sportieve fiets met een racestuur.

VZ: Er is dus een markt met voldoende vraag én aanbod, maar waarom moeten daar specifieke, nieuwe routes voor komen?

BV: Uiteraard beginnen we met het in kaart brengen van de bestaande onverharde paden die in het netwerk opgenomen kunnen worden. Dat zijn er al best wel wat. Maar we kijken met dit te creëren netwerk naar een groter plaatje. We zien dat veel fietsers, of dat nu mountainbikers of racefietsers zijn, zich duidelijk concentreren in bepaalde delen van het land. Juist daar denken we dat het GRN bij kan dragen aan een gunstiger recreatiebeleid en natuurbeleving voor alle type fietsers en overige recreanten.

VZ: Als ik je goed begrijp, bedoel je te zeggen dat recreatie in drukke gebieden dus meer moet worden gespreid?

Mark Torsius van IMBA Europe haakt hier op in:

Mark Torsius: Wat we de voorbije jaren met de opwaardering van de mountainbikeroutes op de Utrechtse Heuvelrug steeds vaker zien, is dat het drukker wordt. De routes zijn aangelegd om conflicten met andere natuurrecreanten zoveel mogelijk te vermijden. Door veelvuldig overleg met betrokken instanties lijkt die opzet goed te werken. Daar staat tegenover dat er óp de routes juist méér druk komt te staan. Enerzijds vanwege de concentratie aan fietsers op de route, anderzijds omdat we rekening moeten houden met het niveau en de vaardigheden van al die gebruikers, en dat lukt simpelweg niet. Het niveauverschil van de gebruikers onderling is erg groot.

BV: Als belangenbehartigers willen we oplossingen bieden voor alle gebruikers. Met mountainbikeroutes alleen lukt dat niet.

VZ: Sinds de opwaardering van mountainbikeroutes zijn er vaak discussies over de uitdaging die routes moeten of mógen bieden. Voor velen kan het niet technisch genoeg zijn…

MT: … juist, en anderen willen vooral in het bos fietsen zonder elke 3 meter van richting te veranderen. Veel wielrenners stappen in de winter op de mountainbike, zijn de – van oudsher – niet-technische veldtoertochten en klassieke mountainbikeroutes gewend en gaan er vervolgens óók vanuit de nieuwe generatie mountainbikeroutes gemakkelijk aan te kunnen. Helaas blijkt elk jaar weer dat in de winterperiode significant meer ongelukken gebeuren op de vaste routes, en dat creëert een spagaat voor terreineigenaren en routebouwers. Met de vernieuwing van de routes wilden zij bewerkstelligen dat er niet meer van de paden wordt afgeweken. Maar de gebruikersgroep is té divers om het ze allemaal naar hun zin te maken. Fietsers die zich vervelen, zoeken uiteindelijk hun eigen weg buiten de routes en dat is precies wat we met z’n alle niet moeten willen.

VZ: Het GRN is hierin dé oplossing, volgens jullie?

BV: Ja. Het maakt dat we een betere aansluiting bij elk van de doelgroepen kunnen maken. Wat we nu zien is dat mountainbikeroutes niet verder technisch ontwikkeld kúnnen worden. Terreineigenaren, natuurbeheerders en wielerverenigingen willen simpelweg zo min mogelijk risico’s en dat komt nu dus rechtstreeks voort uit het type gebruikers. Wij willen mountainbikers niet afremmen in hun ontwikkeling naar méér technisch rijden en het aantrekkelijk genoeg houden, maar tegelijkertijd ook voldoende alternatieven bieden voor minder technische rijders, beginners en de seizoensgebonden-mountainbikers.

VZ: fronst en lacht – De ‘seizoensgebonden-mountainbikers’, boswielrenners dus? Is dit erkenning van een soort?

BV: Dat zijn jouw woorden… Het punt is dat als we de juiste paden en wegen aan elkaar koppelen of specifiek aanleggen, we mooie routes bouwen waar deze grote groep sportieve fietsers hun voldoening uit kan halen, terwijl tegelijkertijd mountainbikeroutes doorontwikkeld kunnen worden.

VZ: Okee! Dat laatste klinkt ons natuurlijk als muziek in de oren! Hoe zien jullie de totstandkoming van het GRN? Er zijn al redelijk wat geschikte paden in bepaalde delen van het land, maar worden er dus ook nieuwe paden aangelegd?

BV: We zijn in een ver gevorderd stadium met het in kaart brengen van bestaande paden die op een leuke manier aan elkaar gekoppeld kunnen worden, zoals het bekende fietsknooppunten-netwerk, waar ook redelijk wat gravelpaden bij zitten. We werken hierin samen met Gravelmap, een open source Europa-breed initiatief. In mei publiceren we de tracks van de eerste zes routes, zodat ze al met navigatie te rijden zijn. Eén daarvan volgt het traject van de Strade Bianchi Achterhoek van 55, 80 of 135 kilometer. We zijn druk bezig met lokale VVV’s en gemeenten in onder meer de Achterhoek en het oosten van Brabant om daar ook routes uit te pijlen, want niet iedereen heeft navigatie. We verwachten dat we daar in het najaar van 2018 de eerste bepijlde routes kunnen openen.

Daarnaast zijn we samen met IMBA Europe in overleg met terreineigenaren in het midden van het land om daar bestaande paden aan te wijzen én specifiek aan te leggen. Net als bij de aanleg van de mountainbikeroutes zal dit enige tijd duren, vooral omdat er veel landeigenaren bij betrokken zijn. We zijn echter hoopvol op een vlotter verloop omdat de mountainbikeroutes in elk geval al deels het gewenste effect hebben behaald. Uitspraken over een exact tijdspad voor de ontwikkelingen in dit gebied willen we echter niet geven.

BV: We hebben ook een specifieke serie routebordjes ontwikkeld voor het GRN. Deze zijn gebaseerd op de bekende bordjes van mountainbikeroutes. In plaats van de driehoek, hebben we een vijfhoek gekozen; losjes de vorm van een kiezelsteen. Omdat de variatie in ondergrond bij sommige routes groot kan zijn en we rijders daarop willen attenderen, zullen we 3 versies gebruiken. De ‘open’ kiezel staat voor gravelpaden. De versie met stippen is bedoeld om de zandpaden aan te duiden. De massieve variant duidt op een verharde ondergrond. Asfalt of klinkers dus. Uiteraard kan de kleur aangepast worden om onderscheid te maken per route, net zoals bij de mountainbikeroutes.

De sleutel?

Dat er bestaande paden aangemerkt worden als onderdeel van een route voor een specifieke fiets of doelgroep zal menigeen misschien niet zo bezig houden. Ze liggen er al en van een bordje extra zullen weinig mensen wakker liggen. Wat méér opzienbarend is, is dat de NTFU en de IMBA blijkbaar onderkennen dat wij fietsers, in al onze diversiteit, wensen én kunde, elkaar toch wel wat in de weg kunnen zitten en dat dát als rem op de doorontwikkeling van mountainbikeroutes gezien wordt.

Toch kun je je afvragen of het GRN dat probleem écht oplost. Terwijl velen ongetwijfeld gebruik zullen gaan maken van het GRN, zal men niet kunnen voorkomen dat rijders met net te weinig skills op een net iets te moeilijk parcours iets te veel risico zullen nemen… Niettemin biedt het een alternatief en dat zou mogelijk de discussies met landeigenaren en overheden ten aanzien van het mógen creëren van meer technisch uitdagende mountainbikeroutes een pak helpen.

Wat denk jij?

Is het GRN dé sleutel om mountainbikeroutes verder te laten evolueren? Ben jij enthousiast over het GRN en denk je “… laat ze vooral natuurcampeerplekken aan de routes leggen, zodat ik kan bikepacken!”, of gaat het nauwelijks wat brengen?

Toevoeging 2 april

Een Gravel Route Netwerk als alternatief zodat mountainbikeroutes doorontwikkeld kunnen worden. Het klinkt best leuk, maar realistisch?

Het is – uiteraard – wishfull thinking. Hoewel zo’n netwerk absoluut door veel bikers (blijkbaar) toegejuicht wordt, lost het hét probleem niet echt op. Wat het probleem wél is? Evil E doet een poging dit te analyseren in dit artikel.

Posted in Nieuws and tagged , , , , , , .
  • Roel Vos

    Ik weet niet of we speciale Gravel route’s moeten aanleggen. Maar onderscheid in de MTB route’s met blauwe, rode en zwarte tracks/route’s zoals in een Bikepark en/of wintersportgebied is misschien een goede optie. Niet te veel nieuwe dingen ontwikkelen en gebruik maken van signalering die iedereen kent en snapt

  • Phill Lucas

    Mooi… Zo kunnen ze eindelijk een paar “MTBroutes” hun echte titel geven… 😀

  • Lars van der Wansem

    Wat hebben naturistencampeerplekken met gravelracers te maken? Maar ik verwacht dat de routes wel langs de homo-ontmoetingsplekken gaan!