De Element is dood, lang leve de Element!

Na meer dan een decennium moest er op een gegeven moment toch een einde aan komen: het simpele, voor haar tijd lichte en efficiënte 3D-Link veersysteem op de Element van Rocky Mountain was oud en verouderd. In 2010 waren een matig gewicht, gebrekkige stijfheid, de 1996-geometrie en de aan het systeem inherente brake jack (deels inveren en verstijven van de achtervering tijdens het remmen met de achterrem) meer dan voldoende argumenten om deze evergreen te schrappen uit het assortiment. Wat doe je dan als fabrikant? Juistem, iets compleet nieuws ontwerpen en de naam behouden – die is immers toch bij de consument blijven hangen.

Rocky pedigree
De basis van het nieuwe frameset is een totaal ander veerconcept, maar dan wel met enige Rocky pedigree. De SmoothLink is immers een evolutie van de gedoemde ETS-X en haar opvolger de Altitude, maar dan in een XC jasje. Feitelijk komt het er op neer dat ein-de-lijk dat draaipunt van de staande achtervork naar de liggende achtervork is geschoven. Nog wat optimalisatie van de rest van de draaipunten en de nieuwe Element zou actiever moeten zijn en gevrijwaard brake jack. Voor de rest is het de must-haves van 2011 afvinken: minder dan 2 kg aan carbon voor een frameset, tapered 1 1/8”-1.5” balhoofdbuis, BB92 trapaspot, langere bovenbuis en flauwere hoeken, hoewel 69,5 graden naar moderne maatstaven niet bepaald flauw te noemen is. Daarbij mogen we nog een eigen lagerconcept optellen – in dit geval conische glijlagers die de stijfheid moeten verhogen en het gewicht moeten drukken. En meer veerweg natuurlijk. De MSL komt uit op 120 mm met een lange 190 mm demper en is daarmee gericht op marathon-gebruik, terwijl de meer racey RSL editie het met 98 mm moet doen en een klassiek 165 mm dempertje. De MSL gebruikt een combinatie van aluminium en RVS bouten, op de RSL is al het staal vervangen voor titanium. Voor de zelfbouwers zijn een RSL Team en MSL 70 frame los verkrijgbaar.

Gezien dit voor mij als bouwproject begon viel één ding gelijk op: de redelijk nette kabelloop. Normaal is dit iets waar ik me gruwelijk aan erger, maar op de nieuwe Element zitten alle nokken op de goede plek – zelfs een derde op de buis waar je normaal moet kiezen tussen huisvlijt of een rammelende achterremleiding. De geleiding om de trapaspot is curieus te noemen, maar het is stil en werkt prima. Voor de rest is de afwerking doordacht en perfect: subtiele RVS platen om te beschermen tegen chainsuck en naast de swingarm een aluminium plaatje (‘chaincatcher’) om de ketting zo veel mogelijk van de trapaspot af te geleiden in geval van een grove schakelfout. Gelukkig bezit dat plaatje zelfs een uitsparing, zodat je – mocht er ooit wat loslopen – in het veld gewoon nog bij de bouten van het hoofdraaipunt kunt komen.

Smooth operator…
Vanaf de eerste rit is duidelijk dat de Element MSL een totaal andere fiets is dan haar voorganger. De tapse balhoofdbuis, de enorme onderbuis en de nieuwe lagering zijn de stijfheid ten goede gekomen, zonder dat de buisvormen overdreven zijn of in de weg zitten van m’n hielen. Deze fiets is goed in de bocht te drukken, zonder dat je iets terug voelt springen als je de bocht uit komt. Staand op de pedalen hetzelfde verhaal: geen krimp. Veel belangrijker is echter dat het SmoothLink-concept inderdaad een gigantische vooruitgang op de 3D-Link van weleer betekent. Nu zal 20 mm extra tegenover zijn voorganger het beeld enigszins vertroebelen, maar het voelt alsof de veerweg die er is ook beter wordt aangesproken. De gemiddelde rit blijft er maar een klein beetje reserve over, zonder dat je het gevoel hebt dat je te veel in de vering hangt. En dat terwijl de ProPedal functie bij mij geen gebruik heeft gezien door gebrek aan behoefte.

De eerste lange ritten werden in de Alpen gemaakt en daar viel het meteen op: meer grip, beter behoud van snelheid, en net dat tikkie extra om die net wel/net-niet-twijfelpassages door te rollen zonder onvrijwillig afstappen. Afdalend op de rand van tractie blijft de vering relatief soepel, waar deze op de oude Element bij blokkeren van het achterwiel merkbaar stugger werd. Op korte hellingen en sprintend voelt het geheel juist neutraal zonder de neiging om te gaan wippen. Volgens mij een opmerkelijke doch ideale combinatie voor mensen die wat meer op kracht rijden dan souplesse.

Enig kritisch element…
Is er dan niks om over te zeuren? Natuurlijk wel, en voor sommigen zullen het ook forse punten van kritiek zijn. Bovenaan mijn lijstje staat in ieder geval de lage trapas. Ondanks de toename in veerweg is op de MSL de trapas maar 5 mm verder van de grond getekend dan op de oude Element. Oftewel: pedal clipping madness op precies de stukken waar ik het meeste van geniet: de lompere wortel- en stenenpartijen en de vol doorgetrapte bochten in de singletracks van Schoorl en Lage Vuursche. Van mij hadden ze er op z’n minst nog 5 mm bij kunnen doen; zelfs hier op de Veluwe raken de beugels van m’n Time pedalen regelmatig een wortel. Wat je voor die lage trapas terug krijgt is een heerlijk laag zwaartepunt – en daar hoor je me dan weer niet over klagen.

Het tweede punt is voor mij moeilijker te toetsen, maar in de ‘vakliteratuur’ schijnt een enkele redacteur wel eens steen en been te klagen over de te actieve vering. Gecombineerd met een optimalisatie van de vering rond het middenblad (wat inhoudt dat je in het grote blad toch een heel klein beetje feedback bespeurt) kan de wat bewegelijker rijder hier misschien wel last van hebben. Zelf zit ik als een aardappelzak op de fiets en merk ik er niets van. Kortom: terwijl de brake jack gelukkig verleden tijd is, is de vering niet perfect neutraal. Je kan je afvragen of dat überhaupt haalbaar is, maar het blijft een gegeven.

Tot slot nog een opmerking voor de zelfbouwer. De nieuwe Elements zijn duidelijk voor moderne 10-speed aandrijvingen gemaakt. De montage van de voorderailleur op de liggende achtervork en de enorme trapaspot leveren toch wat beperkingen op. In de eerste plaats qua derailleurkeuze: wie per se een SRAM X-serie voorderailleur wil gebruiken moet het zonder de chaincatcher plaat doen. En o wee als je, net als ik, begint aan het overzetten van een 9-speed aandrijving met een samenraapsel van componenten. Neem vast een avondje vrij, en koop een degelijke vijl, aangezien een 22 tands kettingblad van een gemiddeld 9-speed triple-crankstel niet direct over de trapaspot heen valt. De gebruiker van een 10-speed DynaSys of equivalente aandrijving zal echter weinig hinder ondervinden van dit laatste.

Verdict MSL: concurrent in eigen huis?
Dit alles neemt echter niet weg dat de 2011 Element een waardige opvolger van haar voorganger is. Het vorige model wordt in ieder geval behoorlijk voorbij gestreefd. Sterker nog: de MSL voelt dusdanig capabel dat je je afvraagt wat de 140 mm Altitude nog in het Rocky Mountain gamma doet. En inderdaad, die lijn wordt uitgedund. Er zijn zo behoorlijk wat verbeteringen doorgevoerd in de nieuwe Element, maar haar grote kracht is zonder twijfel het betere veerconcept, de keuze tussen de twee veerwegen daar gelaten. Voor komend seizoen wordt de aanschaf bovendien ook minder een lijdensweg voor de portemonnee: er komen aluminium varianten in twee wielmaten bij.

Tekst en foto’s: Eric Wictor

Posted in Reviews.
  • Exar

    Met ‘Ontwikkeld voor 10 speed’ bedoel je dan, ontwikkeld voor duplo crankstellen?

  • Eric

    Die vraag zat er aan te komen :)

    Kort antwoord: je bent niet gebonden aan een double – de complete MSL wordt ook geleverd met een XT 10-speed groepset met triple. De clue zit ‘m met name in de combinatie van kettinglijn en kettingbreedte. Bij 10-speed systemen van Shimano is dit voldoende om de ketting van contact met de chaincatcher te vrijwaren, en het nog goed te laten schakelen.

    Lang antwoord: 9-speed gaat wel, maar het kan mogelijk wat maatwerk inhouden. Dat was op de proto’s van Rocky Mountain vorig jaar ook enigszins te zien. In mijn geval heb ik mijn ranzige Deus crank met 48.5 mm kettinglijn met een spacer naar 49.5 mm moeten schuiven, de schakelhulpjes van mijn 42t blad deels weg moeten vijlen, en het RaceFace 22t blad ook ter hand moeten nemen, omdat er te veel vlees om de boutgaten heen zat. Een 24t past in één keer over de trapaspot, een 22t heeft misschien wat vijlwerk nodig.

  • Complimenten voor deze build!
    Ook zeer veel nuttige info, leuk.

  • Waar is de Facebook ‘vind ik leuk’ button? ;-)

  • Besef ineens dat al mijn fietsen minimaal 4 jaar oud zijn…

  • leuk verhaal :-)

    maareh 22 of 24, de boutcirkel is het zelfde… zou bij montage dus niks moeten uitmaken. Die RF 22 die je hebt had echter ver richting het centrum doorlopende tabs, niet?

  • Eric

    Dat is ‘t exact. Een ’11 Shimano 24t heeft een heel stuk minder ‘tab’.

  • Mooi apparaat zeg, ik maak nog wel wat km’s op Freek’ Element100 uit 2006, maar dit is toch wel een paar stations verder.

  • Dat is nou weer een prettig te lezen stuk van iemand die verstand van zaken heeft…….waarom mis ik dat nou toch bij heel veel bladen en online reviews? Het nivo aldaar ontstijgt vaak niet het opsommen van de afmontage en hoe zich dat verhoud in relatie tot de prijs……..sjapeau!!!

    • Inderdaad! Top review. Gelukkig ook geen reacties over kleur, kleurstelling van zadel, vork or what-so-ever.
      Wat een geniaal apparaat… Wat ik me wel afvraag is hoe de wendbaarheid is? Het ziet er uit als een behoorlijk ‘lange’ fiets met idd een laag zwaartepunt. Alleen, hoe staat de head-angle hier tegenover?

  • Eric

    De geo is naar ’11 normen niks geks: een 605 mm bovenbuis, 1110 mm wielbasis en 69.5 / 73.5 graden hoeken voor een 19″ frame.

    Qua wendbaarheid heb ik niks te klagen, zelfs met de vrij lange 110 mm stuurpen (apenarmen en zo). Op de krappe, typisch Hollandse singletracks merk ik het verschil met sommige fietsen wel, maar dat ligt vooral aan maatvoering: mijn vergelijkingsmateriaal is vooral 18″ met wat ouderwetse geo geweest.

  • Idd, een goede review en echt wel een klasseopbouw. Hele mooie fiets! Zulke ‘volle’ bladen vind ik meestal niet zo mooi, maar hier ist super. Mooi ook dat door de eigen opbouw de moeilijkere puntjes qua compatibiliteit aan het licht komen, zoals met die chainwatcher. Daarover: het ziet er uit alsof die er af kan. Was het niet makkelijker geweest om dat dingetje te bewerken/zelf een passende nieuwe te maken?

  • Eric

    Hoewel de chainwatcher redelijk integraal is aan de passing van de voorderailleur op de liggende achtervork kan ‘ie er wel af. Er komt dan één of ander aluminium priegelstukje voor in de plaats, zo ver ik me kan herinneren. Die heb je bij SRAM voordailleurs ook nodig – de chainwatcher zit dan in de weg. Bij framesets word ‘t schijnbaar meegeleverd.

    De keuze voor onderdelen modificeren was vrij bewust: het was oude zooi, en evt. courant vervangingsmateriaal zou in de toekomst toch compatibel moeten zijn.

  • Mooi ding. Als je in eerste instantie die hoek van de demper ziet dan heb je zoiets van, klopt dat wel? De detailfoto laat mooi zijn waarom dat zo is. Nog een frame voor op de wishlist ;)

  • De Element, maar dan met bescherming tegen chainsucks! Dat moet dan wel een top fiets zijn!:-)
    Helaas, de oude moet eerst op…;-)

  • Vanwaar de keuze voor een 26er?

  • Eric

    Ik heb op een paar 29ers gereden (hardtail en geveerd) en was deels onder de indruk. Vooral de 100 mm fully beviel me wel. Mijn inschatting (meer kan het niet zijn omdat het toch een gevoelskwestie blijft) is dat in deze klasse fiets / bij mijn lengte / met mijn rijstijl de keuze tussen 100 x 29 of 120 x 26 redelijk arbitrair is. Uiteindelijk waren kleur (ja, lach maar) en een flink verschil in gewicht doorslaggevend. ;)