Tekst en foto’s: Arjan Kruik

In dit reisverhaal:
- Natuurpark Fanes-ronde
- Informatie Natuurpark Fanes-ronde
- Gpx-download
- Reisinformatie San Vigilio/Sankt Vigil
Fanes-Sennes-ronde: Dolomieten-de-luxe op de gravelbike
“Je moet ab-so-luut de Fanes-Sennes-ronde rijden”, zegt Werner Call als we hem na het avondeten om advies vragen. Werner is de eigenaar van gravelbikehotel Excelsior in het Dolomietendorp San Vigilio di Marebbe. En hartstochtelijk fietser. Dat hadden we – Mark, Sebastiaan en ik – al gezien toen we na aankomst onze fietsen in de garage onder het hotel parkeerden. Werner kwam toen net terug van een rit op de racefiets en gezien z’n bezwete gezicht was dat geen rondje rond de kerk. “Als ik niet met gasten onderweg ben, rij ik ‘s middags zelf een rit”, vertelt de sportieve vijftiger. “Ik moet natuurlijk wel fit blijven!” Sporten zit bij Werner in de genen. Naast fietser is hij ook fanatiek wandelaar en een ervaren skiër.
Dus als Werner advies geeft, dan sla je dat niet in de wind. Onze eerste rit gaat daarom de Fanes-Sennes-ronde worden. Over een afstand van iets meer dan vijftig kilometer loopt die dwars door het gelijknamige natuurpark, dat met een oppervlak van 26 duizend hectare het op een na grootste in de Dolomieten is. Het aantal te overwinnen hoogtemeters bedraagt zo’n 1.750 meter, verdeelt over twee onverharde bergpassen: eerst de Limojoch of Passo Limo, gevolgd door de Passo Fodara. Ik gebruik hier even zowel de Duitse als de Italiaanse namen. Het Fanes-Sennes-natuurpark ligt namelijk niet alleen op de grens van de provincies Zuid-Tirol en Belluno, maar tevens op de taalgrens tussen Duits en Italiaans. Op de routebordjes staan de plaatsnamen daarom in beide talen vermeld.
Plus een derde taal: het Ladinisch. Deze oude taal is aan het begin van onze jaartelling ontstaan uit het Romeinse Latijn. En het is zeker geen dode taal: meer dan negentig procent van de bewoners rond het Sennes- en Fanesmassief spreekt het. Eigenlijk zou ik dus niet Sankt Vigil in Enneberg of San Vigilio di Marebbe moeten zeggen, maar Al Plan di Mareo. Maar goed, omdat mijn Ladinisch niet zo best is, hou ik het maar op Italiaans of Duits…
Eerste stop: de Fanes-hut
Vanuit St. Vigil loopt de aanloop naar de Fanes-ronde via Val dai Tamersc, een smal, dicht bebost dal dat aan weerskanten omzoomd wordt door steile rotspartijen. Na een kilometer of twaalf rustig klimmen bereiken we de aan het eind van het dal gelegen Pederü-hut. Vanaf daar kan je alle kanten op, als het maar omhoog gaat. Onze bestemming is de Fanes-hut die zich net onder de op 2.170 meter hoogte gelegen Passo Limo bevindt. Vanaf de Pederü-hut is dat ruim zeshonderd hoogtemeters, af te leggen over een oude militärstraße uit de Eerste Wereldoorlog, toen dit stukje Italië nog Oostenrijks was en de frontlinie dwars over het Plateau van Fanes liep. Via deze route werden troepen, wapens en voorraden naar boven gebracht. En nu dus gravelbikes.
Het landschap is overweldigend. Hoe hoger we komen, hoe meer we ingesloten worden door indrukwekkende bergen. Alhoewel het eerlijk gezegd niet meevalt ervan te genieten; de steile klim eist alle aandacht op. Pas in de buurt van onze lunchbestemming kunnen we weer wat ontspannen; de laatste kilometer naar de Fanes-hut loopt namelijk over het relatief vlakke Fanes-plateau. Wel jammer: de lucht trekt steeds verder dicht. En eenmaal bij de hut aangekomen is de zon zelfs helemaal verdwenen. Geen lunch op het terras dus deze keer, we gaan binnen zitten. Heel vervelend is dat niet, want het interieur van de hut is supergezellig en het eten lekker. Alleen zitten we er iets langer dan gepland…
“Ben jij Arjan aus Holland”, vraagt de dame bij de kassa me als ik de lunch wil afrekenen? Het blijkt Petra te zijn, de eigenaresse van de hut. “Werner heeft vanmorgen gebeld en gezegd dat ik goed voor jullie moet zorgen.” Daarbij pakt ze met een brede glimlach drie glazen en een fles schnapps uit de bar. En ondanks al m’n tegenwerpingen – “we moeten nog een hele berg op en af fietsen” – is er geen ontkomen aan: we zullen het glas moeten heffen. Proost Werner, op je gezondheid!






Waterval van Fanes
Als we met een gloeiende slokdarm de berghut verlaten, gaan gelijk de windvesten aan. De zon verstopt zich nog steeds achter de wolken en het daardoor op deze hoogte behoorlijk fris. Omdat de Fanes-hut een kleine tweehonderd hoogtemeters onder het hoogste punt van de Passo Limo ligt, moeten we gelijk aan de bak. Desondanks bereiken we tot m’n verrassing toch nog redelijk vlot op de pashoogte. En vanaf daar is het alleen maar dalen, bijna achthonderd dieptemeters lang. Het is wel opletten geblazen: aan de rijtechniek en het materiaal worden vanwege de grove stenen zo nu en dan flink hoge eisen gesteld.
Maar mooi is het ook nu weer. We volgen min of meer de loop van de Rio Fanes. Na een kilometer of zes dalen moeten halen we de vaart er even uit, want volgens Werner zit er ergens achter de bomen een mooie waterval verscholen, de Cascatella del Rio Fanes. Of die lastig is om te vinden? Niet echt. Want alhoewel we middenin de natuur zitten, zijn dit wel de Dolomieten en dus staan overal bordjes. Maar ook zonder bordjes kan je de waterval niet missen, want nadat we onze gravelbikes tegen een boom geparkeerd hebben, hoeven we alleen maar in de richting van het geluid te lopen. De waterval is indrukwekkend. In de weide omgeving is het nat door de fijne nevel die het neerstortende water veroorzaakt. En de ruimte erachter is hol, zodat je achter een gordijn van water kunt staan!





Rio Fanes-kloof
En dan hebben het mooiste nog niet eens gehad. Als we na de bezichtiging van de waterval verder naar beneden rollen, passeren we een plek waar we echt even stil van worden. Werner had al verteld dat we de Rio Fanes-kloof niet mochten missen, maar dat blijkt een overbodige opmerking. Je kúnt deze imposante plek namelijk niet ongemerkt passeren, want de weg gaat er met een brug overheen. De Rio Fanes-kloof, die in miljoenen jaren door de Rio Fanes in het gesteente is uitgesleten, is smal, diep en ongekend indrukwekkend.
Het is hier een paradijs voor wandelaars en klimmers, getuige de vele routebordjes. En alhoewel een afdaling te voet naar de bodem van de kloof verleidelijk klinkt, rijden we toch verder. Op het laagste punt van de afdaling, bij de afslag naar het Olympische skioord Cortina d’Ampezzo, draaien wij precies de tegenovergestelde kant op. Niet naar het zuiden, maar naar het noorden. En dat betekent dat het weer klimmen geblazen is…


Gestapelde haarspeldbochten
Terwijl wij van beneden naar boven gaan, komt het water juist van boven naar beneden. Oftewel: het is gaan regenen. En flink ook. Niks aan te doen; ketting naar links, verstand op nul en malen maar. Eerst over asfalt, maar als snel verandert de ondergrond in fijn grind. Na vijf kilometer klimmen dirigeert de gps ons de vallei uit en de bergen in. Ook deze weg stamt nog uit de Eerste Wereldoorlog. Via zeventien zorgvuldig op elkaar gestapelde haarspeldbochten overbruggen we, over een afstand van net iets meer dan een kilometer, 175 hoogtemeters. Oef!
Na de klim bereiken we het op zo’n tweeduizend meter hoogte gelegen Fodara-plateau. Om nog even een uitdaging toe te voegen aan de mix van regen en kou, rijdt Mark nog even z’n achterband lek. Net als hij klaar is met plakken houdt het op met regenen. Alhoewel het allesbehalve helder is, hebben we vanaf het plateau een prachtig uitzicht op de Muntejela de Senes en het Val dai Tamersc, het dal dat ons straks weer terugvoert naar San Vigilio. Maar eerst nog even de afdaling naar de Pederü-hut overmeesteren. Met name de onderste sectie van deze haarspeldbochtenbonanza is bizar steil, met percentages tot dertig procent! Eenmaal bij de Pederü-hut is het gedaan met de uitdagingen; zonder ook maar één meter te hoeven trappen rollen we het dal uit. Wat een toptocht!





De Natuurpark Fanes-Sennes-ronde: de moeite waard?
De Natuurpark Fanes-ronde is wat mij betreft een van de mooiste gravelbikeroutes van de Alpen. Je moet er echter wel met de juiste mindset aan beginnen. Het klimmen is zwaar en het dalen soms best uitdagend, met name in de sectie na de Passo Limo. Desondanks hoort deze klassieker op iedere bucket-list. Het overwinnen van hoogtemeters, het genieten van het landschap en soms een adrenaline-rush gaan hier hand in hand. Ik ga deze ronde zéker nog een keer rijden. Wie weet, misschien komen we elkaar dan wel tegen!

Informatie Fanes-Sennes-ronde
Startlocatie
Arjan, Mark en Sebastiaan zijn gestart bij hun gravelbikehotel in San Vigilio, maar veel fietsers parkeren hun auto op de parkeerplaats bij de Pederü-hut aan het eind van het Rautal. Dat scheelt een kleine 25 kilometer op de af te leggen afstand. Hou er wel rekening meet dat je in het hoogseizoen tol moet betalen om bij de Pederü-hut te komen.
Route
Zoals wij ‘m gereden hebben is de Natuurpark Fanes-Sennes-ronde ruim 50 kilometer lang, met zo’n 1.750 hoogtemeters. De beklimmingen zijn bijna nergens technisch, maar zo nu en dan wel erg steil. Een extra bergverzet kan dus geen kwaad. De afdaling na de Passo Limo heeft een paar lastige secties met redelijk grove stenen. Zorg dus voor lekbestendige banden met een goed profiel.
Merk op: Arjan, Mark en Sebastiaan hebben de routevariant met de steile militärstraße over de Fedora-pas gereden, maar je kunt ook via de noordelijker gelegen Sennes-hut rijden. Die routevariant is weliswaar iets langer, maar omvat tevens minder hoogtemeters.
Beste tijd
Afhankelijk van het weer is de Natuurpark Fanes-Sennes-ronde toegankelijk van eind mei tot begin oktober.
Algemene informatie Kronplatz / San Vigilio
Algemeen
Met de auto is het vanuit Utrecht ongeveer duizend kilometer rijden naar San Vigilio in de Kronplatz-regio. Of je legt het gehele traject per OV. Met de trein naar Bruneck en dan het laatste stukje met de bus. Kijk voor meer informatie op kronplatz.com. Hier vind je alles voor je vakantie, van uitstapjes tot accommodaties.
Slapen
Arjan, Mark en Sebstiaan verbleven in Excelsior Dolomites Life Resort in San Vigilio. Dit luxe maar verrassend familiaire sporthotel, dat gerund wordt door de familie Call, is helemaal ingericht op fietsende gasten. Denk aan gezonde maaltijden, routeinformatie, routekaartstalling, werkplaats, kledingwasservice en shuttle-service. Vanwege deze specialisatie heeft Exclusive officieel gecertificeerd door Gravelbike Holidays, een overkoepelende organisatie die verschillende gespecialiseerde gravelbikehotels in Oostenrijk, Italië en Slovenië vertegenwoordigt. Andere gecertificeerde gravelbikehotels in de regio zijn Sporthotel Exclusive en Osteria Posta.
Beste reistijd
Het gravelseizoen in San Vigilio start begin mei, maar houd er rekening mee dat in sneeuwrijke winters de hoger gelegen bergpassen soms wat langer gesloten blijven. Ook zijn in voor- en naseizoen niet alle berghutten al open. Het wielerseizoen duurt tot eind oktober.
Routes
San Vigilio is gunstig gelegen als het gaat om het maken van tochten op de racefiets of gravelbike. Naast de beschreven ronde door Natuurpark Sennes-Fanes zijn er nog tientallen andere routes te rijden. Het startpunt van de legendarische Sella Ronde ligt vlakbij; nog geen dertig kilometer. Routesuggesties vind je op de websites van de VVV of van Gravelbike Holidays.
Gidsen
De San Vigilio Bike School biedt gravelbiketochten met begeleiding aan. Als in een gravelbikehotel verblijft, kan je dat via het hotel regelen. Zo biedt gravelbikehotel Excelsior vijf begeleide tochten per week aan op verschillende niveaus. Zo leer je op een leuke en veilige manier het gebied kennen en kom je op plekken die je zelf niet zo maar even vindt.














