Wie jaren terug een Rockshox Reverb van de eerste generatie had, kende het pogostick-probleem. Wanneer je je fiets bij een ingeschoven Reverb optrok aan het zadel , of hem simpelweg ondersteboven hield (denk: aan de stoeltjeslift), dan had je in de uitgeschoven toestand automatisch een verende zadelpen. Lucht vermengde zich met het hydraulische circuit, met als resultaat een verplichte ontluchtingsbeurt bij de dealer. Het Duitse Bikeyoke bracht met de Revive een oplossing. De werking was nagenoeg identiek aan die van Rockshox, maar Bikeyoke voorzag het mechanisme van een klepje in de zadelpenkop waarmee je ‘m zelf supersimpel kon ontluchten.
Met de Revive bouwde Bikeyoke een sterke reputatie op. De dropper zadelpen bleek robuust en gemakkelijk in onderhoud. Met de daaropvolgende Divine bracht Bikeyoke een dropper-zadelpen die je nooit meer hoefde te ‘reviven’. Geen hendeltje op de kop, maar een interne constructie die zichzelf continu ontlucht. Dat leverde bovendien ook nog eens een iets goedkopere zadelpen op, met als enige nadeel dat de Divine iets minder smeuïg werkt dan de Revive.

Wat goed was, kon nog beter: Divine 2.0
Nu brengt Bikeyoke de Divine 2.0. Deze nieuwe dropper-zadelpen maakt gebruik van hetzelfde binnenwerk als de eerste versie. Dus ook de Divine 2.0 is dankzij een hydro-pneumatisch binnenwerk traploos verstelbaar. En net als z’n voorganger hoef je ‘m nooit meer te ontluchten. De nieuwe Divine 2.0 is verder iets compacter; de totale lengte is met vijf millimeter verkort. Dat lijkt misschien weinig, maar wanneer je op je dikke trailbike de drop van je zadelpen wil maximaliseren, kan uiteindelijk elke millimeter tellen. Verder meldt Bikeyoke dat de bediening van de vernieuwde Divine tot twintig procent lichter aanvoelt.


30,9/31,6 en 34,9 millimeter
Dat Bikeyoke z’n reputatie niet graag te grabbel gooit, blijkt ook uit de 34,9-millimeter-versie: die deelt z’n binnenwerk niet met de smallere modellen. De uitvoeringen met een diameter van 30,9 en 31,6 millimeter delen de bovenste buis: die heeft bij beide pennen met een doorsnede van 25 millimeter. Bij deze modellen zijn de onderbuizen dan ook uitwisselbaar, mocht dat nodig zijn als je van frame wisselt. Maar waar andere merken om kosten te besparen diezelfde bovenbuis óók gebruiken voor de grotere 34,9 millimeter diameter, daar snijdt Bikeyoke het pad juist niet af. De 34,9-millimeter-uitvoering heet Divine 2.0 MAX en heeft een bovenste buis met een diameter van 28 millimeter, waardoor een stijvere constructie ontstaat. Ook het binnenwerk is vergroot, om zo de best mogelijke dropper te maken, aldus Bikeyoke. Daarnaast claimt Bikeyoke dat de Divine 2.0 MAX hierdoor tevens soepeler werkt. En in tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, resulteert de vergrote bovenste buis er ook in dat ‘ie minder weegt dan andere 34,9-millimeter-droppers (waarbij wel dezelfde onderdelen gebruikt als bij de kleinere diameters).

Bikeyoke Divine 2.0 uitvoeringen en prijzen
Bikeyoke brengt de Divine 2.0 dus in drie diameters, 30,9, 31,6 en de MAX-versie in 34,9 millimeter. In alle diameters heb je vervolgens de keuze uit een maximaal verstelbereik van 125, 160, 185 en 213 millimeter. Voor zowel de uitvoering in 30,9 als 31,6 millimeter betaal je 259 euro; zo’n 30 euro minder dan de oude Divine. De Divine 2.0 MAX met z’n 34,9 millimeter diameter kost 299 euro.
De Divine 2.0 bedien je via een mechanische kabel in combinatie met alle verkrijgbare remotes van Bikeyoke. Met 45 euro is de Triggy de goedkoopste. Voor de meervoudig verstelbare Triggy Alpha betaal je 65 euro. Tot slot is ook nog een verticale hendel, de 2x Remote voor 60 euro, die het mogelijk maakt om aan de linkerkant van je stuur ook nog een shifter of lock-out voor je vering te monteren.

Gewichten:



Bron en meer info: bikeyoke.com











