Rechter: provincie moet besluit over mountainbikeroutes Rijk van Nijmegen beter onderbouwen

Deel van handhavingsverzoek gegrond verklaard: uitkomst kan ook buiten Nijmegen gevolgen hebben

Onlangs oordeelde de Arnhemse rechtbank dat de provincie Gelderland een deel van een handhavingsverzoek over de mountainbikeroutes in het Rijk van Nijmegen opnieuw moet beoordelen. De onderbouwing dat de routes geen schade veroorzaken bij drie beschermde diersoorten is volgens rechtbank onvoldoende. Dat betekent nog niet dat de mountainbikeroutes dichtgaan, maar wel dat de provincie haar huiswerk beter moet doen. De gevolgen kunnen desondanks aanzienlijk zijn, ook buiten het Rijk van Nijmegen.
De mountainbikeroutes in het Rijk van Nijmegen liggen al jaren onder een juridisch vergrootglas. Na eerdere procedures oordeelt de rechtbank in Arnhem nu dat de provincie een deel van een handhavingsverzoek opnieuw moet beoordelen. De uitspraak raakt niet alleen deze routes, maar kan ook gevolgen hebben voor mountainbikenetwerken elders in Gelderland en daarbuiten.

Een rechter oordeelt in dit soort zaken niet op basis van een eigen opvatting over mountainbiken. De rechtbank toetst of de provincie zich bij haar besluit aan de geldende wettelijke maatstaven heeft gehouden: heeft zij zorgvuldig onderzoek gedaan en is het besluit deugdelijk gemotiveerd. Dat onderscheid is doorslaggevend voor hoe deze uitspraak gelezen moet worden. Iets wat helaas in de bredere media nogal eens fout gaat, zo ook in De Gelderlander, waarop we verderop in dit artikel ook nog terugkomen.

Mountainbikeroutes Rijk van Nijmegen al jaren onder juridisch vergrootglas. Op 23 juli 2026 oordeelt de rechter dat de provincie het besluit over mountainbikeroutes Rijk van Nijmegen beter moet onderbouwen

De mountainbikeroutes in het Rijk van Nijmegen liggen al jaren onder het juridische vergrootglas. Origineel beeld via mtb-rijkvannijmegen.nl, bewerkt met ChatGPT.

Jarenlange juridische strijd om de routes

De routes in het Rijk van Nijmegen, Groesbeek (Wolfsberg), Nijmegen (De But en Westermeerwijk), Mook (Mookerheide en Groesbeekse bos) en Malden (Heumensoord), zijn niet voor het eerst onderwerp van een rechtszaak. Na een natuurtoets uit 2018 werden de routes in 2019 en 2020 deels vernieuwd. Al snel volgden handhavingsverzoeken van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC), die de provincie vroeg in te grijpen omdat volgens hen door gebruik van de mountainbikeroutes schade aan beschermde soorten optreedt.

De provincie liet daarop in 2021 een nieuwe, uitgebreidere natuurtoets uitvoeren, nadat was gebleken dat de toets uit 2018 op onderdelen onvolledig was. Een beroep van de VNC tegen de afwijzing van een handhavingsverzoek strandde begin 2023 op een procedureel punt: de rechtbank verklaarde de VNC niet-ontvankelijk, omdat de vereniging niet als belanghebbende kon worden aangemerkt.

Stichting Das & Boom, die eveneens onderdeel is van de VNC-koepel maar als afzonderlijke stichting opereert, nam de zaak vervolgens over. In mei 2023 diende zij een nieuw handhavingsverzoek in bij de provincie, waarin zij wederom vroeg om handhavend op te treden tegen het gebruik van de in 2019 en 2020 aangelegde mountainbikeroutes. Dat verzoek, en de afwijzing daarvan, staan centraal in de uitspraak die de rechtbank Gelderland op 23 juli jongstleden heeft gedaan.

Rechter: provincie moet besluit over mountainbikeroutes Rijk van Nijmegen beter onderbouwen

De conclusie uit de uitspraak van de Arnhemse rechtbank.

Stichting Das & Boom krijgt gelijk over haar belanghebbendheid

De rechtbank Gelderland heeft het beroep van Das & Boom tegen het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland gedeeltelijk gegrond verklaard. Voordat de rechtbank inhoudelijk kon oordelen, moest eerst vaststaan of Das & Boom wel belanghebbende is bij het handhavingsverzoek. Zowel de provincie als de Stichting MTB Routenetwerk Rijk van Nijmegen, die als derde-partij deelnam aan de procedure, betwistten dat.

De rechtbank oordeelt dat Das & Boom, gelet op haar feitelijke werkzaamheden, zoals ecologisch advies en onderzoek, wel degelijk belanghebbende is. Daarmee ligt de weg open voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

Onvoldoende bescherming voor hazelworm, zandhagedis en vliegend hert

De provincie baseerde haar afwijzing van het handhavingsverzoek op de natuurtoets uit 2021 en twee quick scans uit 2022, waarna de routes Nijmegen en Malden op vijf locaties zijn verlegd. De rechtbank oordeelt dat deze verlegging onvoldoende is voor de hazelworm, de zandhagedis en het vliegend hert. Ondanks de aanpassingen worden deze dieren nog steeds incidenteel doodgereden. Dat is niet iets wat achteraf pas bleek: de natuurtoets uit 2021 en de quick scans uit 2022 concludeerden dit vooraf al zelf.

Daarmee is er volgens de wettelijke maatstaf sprake van voorwaardelijk opzet: het risico op doding wordt willens en wetens aanvaard zolang er geen verdergaande maatregelen worden getroffen. De rechtbank toetst hier nadrukkelijk niet of zij mountainbiken problematisch vindt, maar of de situatie voldoet aan de wettelijke definitie van opzet in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Dat het om incidentele slachtoffers gaat, maakt binnen die definitie geen verschil, omdat elke doding van een beschermde soort de verbodsbepaling overtreedt.

Roofvogels en das: onderzoek en motivering onder de maat

Voor roofvogels oordeelt de rechtbank dat de provincie haar besluit niet op de natuurtoets uit 2021 had mogen baseren. Die toets constateerde dat mountainbiken in het verleden waarschijnlijk tot verstoorde en verlaten roofvogelnesten heeft geleid. Maar concludeerde vervolgens dat er nu geen probleem meer is omdat die nesten inmiddels leeg staan. Volgens de rechtbank is dat te kort door de bocht: er is nooit onderzocht of de roofvogels zouden terugkeren als de verstoring stopt. Daarbij verwijst de rechtbank naar een uitlegdocument van de Europese Commissie over de toepassing van deze beschermingsregels. Dat document is zelf geen bindende wet, maar wordt door rechters wel als leidraad gebruikt bij de uitleg van de bindende regels. Volgens die uitleg blijft een nestplek beschermd zolang er een redelijke kans op terugkeer bestaat, ook als hij nu leeg is.

Ook hier gaat het niet om een mening van de rechtbank over de maatregelen, maar om een toetsing aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht: heeft de provincie voldoende onderzocht en heeft zij voldoende uitgelegd waarom zij van een eerder advies afwijkt. Voor roofvogels is dat onderzoek onvoldoende, voor de das ontbreekt de motivering. Voor de das oordeelt de rechtbank dat het onderzoek zelf toereikend was. De provincie heeft volgens de rechtbank wel onvoldoende gemotiveerd waarom voor de mountainbikeroutes Groesbeek en Mook geen aanvullende maatregelen zijn getroffen. Dat terwijl de natuurtoets van 2021 dat voor delen van route Mook wél aanbeveelt. Voor vleermuizen, een reeks amfibieën, uilen en de gladde slang krijgt de provincie wel gelijk: het onderzoek daarnaar was toereikend en er is geen overtreding vastgesteld.

Provincie krijgt zestien weken

De rechtbank vernietigt de beslissing die de provincie op 26 augustus 2024 nam, waarin zij de afwijzing van het handhavingsverzoek na bezwaar van stichting Das & Boom in stand hield, alleen voor zover het gaat om roofvogels en om de maatregelen voor hazelworm, zandhagedis en vliegend hert. De provincie moet binnen zestien weken een nieuw besluit op dit bezwaar nemen. Houdt de provincie de afwijzing dan in stand, dan moet zij dat voor de hazelworm, de zandhagedis en het vliegend hert uitvoerig motiveren. Voor deze drie soorten heeft de rechtbank de overtreding namelijk al vastgesteld.

De provincie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van stichting Das & Boom (1.868 euro) en het griffierecht (371 euro). Verder geldt de gebruikelijke beroepstermijn: partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op het moment van schrijven is het niet bekend of stichting Das & Boom of de provincie dit zal doen.

Velozine-visie

Geen verbod, wel een streng criterium

Nog los van wat deze uitspraak inhoudelijk betekent: het is geen mening van rechters over mountainbiken. Het is ook géén rechtszaak tegen mountainbikers. Bij deze zaak draait het om de toetsing van een bestuursbesluit aan wettelijke normen, met een uitkomst die per soort en per route verschilt. Voor drie soorten op twee routes staat een overtreding dus vast. De provincie liet zelf onderzoeken of het gebruik van de routes tot doding leidt. En die onderzoeken concludeerden al dat dit ook na aanpassing incidenteel zou blijven gebeuren. De rechtbank stelt daarover: “met elke doding van een dier behorend tot een beschermde diersoort wordt de verbodsbepaling in de Wnb overtreden.”

Het gaat er dus ook niet over of mountainbiken per definitie schadelijker is dan wandelen, fietsen op verharde paden of gemotoriseerd verkeer. Die vergelijking maakt de rechtbank ook nergens: het gaat hier uitsluitend om de vraag of de onderbouwing voor de vergunning toereikend was.

Voor de korte termijn verandert er voor de mountainbiker in het Rijk van Nijmegen niets. De routes blijven open, de rechtbank heeft dus geen sluiting opgelegd. De provincie krijgt zestien weken om haar besluit beter te onderbouwen of alsnog aanvullende maatregelen te treffen. Pas de uitkomst daarvan bepaalt of er iets aan de routes zelf verandert.

Wat de provincie nu te doen staat

De provincie moet beter onderzoeken, respectievelijk beter motiveren waarom er geen aanvullende maatregelen nodig zijn voor de bescherming van roofvogels en de das. Twee uitkomsten zijn dan mogelijk. Of de provincie onderbouwt alsnog overtuigend dat er geen probleem is en er verandert niets. Of de onderbouwing houdt opnieuw geen stand en er moet gehandhaafd worden. Voor de hazelworm, de zandhagedis en het vliegend hert ligt dat anders: daar staat de overtreding al vast, dus daar is “de onderbouwing alsnog goedkeuren” geen optie meer. Daar moet de provincie dus handhaven.

Wat die handhaving concreet gaat betekenen, is nu nog niet te zeggen. Dat kan van alles zijn: van het geheel of gedeeltelijk sluiten van secties van een route, tot het verder verleggen, of tot seizoensgebonden afsluitingen tijdens kwetsbare periodes zoals het broedseizoen. Dat laatste is geen hypothetisch scenario: op de Sallandse Heuvelrug is een vergelijkbare seizoensafsluiting al eerder door de rechter opgelegd. Welke van deze opties de provincie hier kiest, is als weging pas van belang, wanneer de uitkomsten van het aanvullende onderzoek er zijn.

Hoger beroep bij de Raad van State is daarnaast een op zichzelf staande optie, los van de zestien weken. Zinvol zou dat alleen zijn voor de onderdelen waarop de provincie nu ongelijk kreeg, zoals de belanghebbendheid van Das & Boom of de toets voor de drie soorten.

Waarom dit ook buiten Nijmegen relevant is

Deze uitspraak is de derde ronde in een discussie die al sinds 2020 loopt over de mountainbikeroutes in het Rijk van Nijmegen. De rechtbank velt hier geen oordeel over de schadelijkheid van mountainbiken of de manier van toetsen op zich. Wel oordeelt het over wat een uitkomst met restrisico betekent: als een natuurtoets zelf concludeert dat er geen maatregelen zijn die het risico op doding volledig wegnemen, dan is voortzetting van het gebruik een overtreding van de wet.

Juist dat principe, het niet-weegbare restrisico betekent geen vergunbaar gebruik, staat los van deze ene zaak in Nijmegen. Het geldt dus overal. Of het ook ergens anders in Nederland bij mountainbikeroutes relevant wordt, hangt volledig af van wat een concrete natuurtoets daar zelf concludeert. Dat weten we niet en deze uitspraak zegt daar ook niets over. Wat wel vaststaat, is het principe zelf: als een natuurtoets een onvermijdelijk restrisico erkent, is dat vanaf nu, juridisch, geen basis meer om een route toch te laten liggen.

Wrang gevoel, verder gevoed door suggestieve media-uitingen

Wat dan overblijft, is een wrange vaststelling, geen onrecht. De trailcrews hebben deze routes via de geldende procedures aangelegd. Het huiswerk dat onvoldoende bleek, ligt bij de onderbouwing die de provincie zelf liet opstellen en goedkeurde. Dat de mountainbikeroutes in het Rijk van Nijmegen er al jaren liggen voelt als een verworven recht, maar dat is het juridisch niet. Blijkt na herziening dat de wet nog steeds wordt overtreden, dan hadden delen van deze routes feitelijk nooit zo aangelegd mogen worden.

De wrangheid zit ook in de vergelijking die iedereen met een beetje afstand maakt: geen mountainbiker heeft de intentie een hazelworm dood te rijden. Dat geldt evengoed voor de fietser op het verharde pad ernaast of de automobilist op de provinciale weg. Dat het daar nauwelijks tot procedures leidt, komt niet omdat het daar niet gebeurt, maar omdat daar nog niemand een handhavingsverzoek indiende met een onderbouwing die zichzelf net zo hard tegensprak.

Precies dit soort procedures met natuurtoetsen en een zorgvuldig gemotiveerde uitspraak zou juist ruimte én duidelijkheid moeten scheppen voor een gedegen afweging tussen recreatie en natuurbeheer. Het beeld rond mountainbikers staat in het maatschappelijk debat is al jaren niet bijzonder gunstig. En dat beeld wordt niet geholpen door berichtgeving die de feiten uit hun verband rukt. Zo kopte de Gelderlander “Rechter: mountainbikers rijden illegaal dieren dood”, een kop die de mountainbiker tot dader maakt in een zaak waarin geen mountainbiker partij is. Dat is precies het soort framing dat een fatsoenlijk gesprek over recreatie en natuurbescherming niet vooruithelpt: het voedt de verontwaardiging in plaats van het gesprek, terwijl de uitspraak zelf per soort en per route een andere uitkomst geeft, en dus veel genuanceerder is dan de kop doet vermoeden.

De Gelderlander kopt: "Rechter: mountainbikers rijden illegaal dieren dood" 31 juli 2026 – Suggestieve titel die uitspraak van rechter uit verband trekt
Geplaatst in Nieuws en getagd met , , , , .
guest
0 Comments
oudste
nieuwste populairste