Reizen | Italië, Tres Cime Dolomiti: In het spoor van Mussolini

Hou je van mountainbiken én van geschiedenis, dan is er waarschijnlijk geen betere plek dan het Italiaanse Zuid-Tirol. Zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog legden de strijdende partijen in deze grensprovincie een fijnvertakt netwerk aan van militärstraßen en strada militare. De soldaten zijn al lang vertrokken, maar de resultaten van hun noeste werk liggen er nog steeds. En daar kunnen mountainbikers hun voordeel mee doen. Zoals Arjan en zijn crew, die vanuit het dorp Toblach over zo’n oude militaire weg naar de top van de grensberg Marchkinkele fietsten: “Een geweldig avontuur, met spectaculaire vergezichten en als bonus een heerlijke singletrack-afdaling.”

Tekst en foto’s: Arjan Kruik

“De tocht naar de Marchkinkele kan ik iedereen aanraden. Imponerende panorama’s, fysieke uitdagingen, spannende paadjes en boeiende verhalen: hier, op de grens van Alpen en Dolomieten, komt het allemaal samen. ”Arjan, redacteur Velozine

In het spoor van Mussolini

Net als zoveel verhalen over mountainbikeroutes in het Italiaanse Zuid-Tirol, begint ook dit verhaal met een wereldoorlog. Of eigenlijk: met twee. Zowel de Eerste (1914-1918) als de Tweede (1940-1945) hebben hun stempel gedrukt op dit deel van de Alpen. Nadat Italië na de Eerste Wereldoorlog het zuidelijke deel van het Oostenrijkse Tirol ingelijfd had, moest er natuurlijk een nieuwe grens komen. En zoals dat in berglanden gaat, wordt zo’n grens over de hoogste kam getrokken. Dus ook boven het Pustertal, het dal dat de Alpen van de Dolomieten scheidt. De witmarmeren grensstenen die toen zijn neergezet, staan er nog altijd.

Wil je begrijpen waarom je tegenwoordig juist in dít grensgebied zo fantastisch kunt mountainbiken, dan moet je naar de opmaat van de Tweede Wereldoorlog. In Italië heeft Benito Mussolini het voor het zeggen, in Duitsland en Oostenrijk is Adolf Hitler aan de macht. Alhoewel die twee dictators ideologisch prima door één deur kunnen, hebben ze toch een probleem: de omvangrijke Duitstalige meerderheid in Zuid-Tirol. Il Duce vreest dat Hitler zijn voormalige landgenoten “Heim ins Reich” wil halen. Geen onlogische gedachte, want de Oostenrijkse Führer dankt zijn populariteit mede aan zijn belofte de vernedering van 1918 recht te zetten.

En dus begint Mussolini – nota bene terwijl hij zich militair en politiek met Nazi-Duitsland heeft verbonden – met de bouw van de Vallo Alpino del Littorio, de Alpenmuur: een keten van bunkers, kazematten en versterkingen langs de Italiaanse noordgrens. Alleen al in Zuid-Tirol werd werd meer dan 1,68 miljoen kubieke meter beton gebruikt voor de aanleg van wegen en versterkingen. De bevolking geeft het project al snel een veel directere naam: de Linea non mi fido, de “Ik-vertrouw-je-niet-linie”. De betonmolens en graafmachines stoppen pas als Duitsland in 1942 dreigt de aanvoer van grondstoffen stil te leggen. Maar goed: van Mussolini’s wantrouwen pluk je nu de vruchten.

De Marchkinkele-tour

De meeste bunkers en observatieposten staan inmiddels op instorten, vervallen erfgoed voor wie in militaire geschiedenis is geïnteresseerd. Maar de toegangswegen – relatief breed, licht stijgend, aangelegd voor troepen en materieel – liggen er nog steeds. Alleen brengen ze tegenwoordig geen soldaten meer naar boven, maar wandelaars en mountainbikers. En dat voelt toch net even beter.

Wij reden de afgelopen jaren al een paar van die routes langs Mussolini’s Vallo Alpino; eentje langs de grenskam boven de Brennerpas en iets recenter de Demuth-passage aan het eind van het Pustertal. En dan is het nu tijd voor de Marchkinkele-tour, een kam-route die start en eindigt in het dorp Toblach, op z’n Italiaans Dobiacco genoemd. Hoe je het ook noemt, dit dorp is een perfecte uitvalsbasis voor mountainbikers, met de Dolomieten in het zuiden en de Alpen in het noorden.

Henk, Sebastiaan en ik hebben onze intrek genomen in Laurin’s, een gespecialiseerd mountainbikehotel in Neu-Toblach. Het ‘oude’ Toblach gaat minstens twaalfhonderd jaar terug, het ‘nieuwe’ is van na 1871, toen er een spoorverbinding kwam met Wenen. Die spoorweg stimuleerde het toen net opkomende toerisme, zoals je nu steeds kunt zien aan het bijzonder fraaie Grand Hotel uit 1877, dat ten zuiden van het eveneens zeer fraaie station ligt.

Het leuke van mountainbikehotels is dat de eigenaren en/of de medewerkers zelf mountainbiken en daardoor de omgeving goed kennen. Zo ook Julia van Laurin’s, die vertelt dat er verschillende varianten zijn van de Marchkinkele-tour. De meeste hotelgasten fietsen over de oude strada militare omhoog, drinken een cappuccino bij de berghut op de top en gaan via dezelfde route weer omlaag. “Maar als je het wat spannender wilt, dan kan je ook over een singletrack terug naar het dal”, vertelt ze terwijl ze die optie op de routekaart aankruist. We kijken elkaar aan. Klinkt goed, toch? Laten we maar gewoon gaan. De zon schijnt, de dag is nog lang en we zien nog wel welke variant we kiezen om terug te komen.

Het originele Stoneman-parkoers

De route is niet ingewikkeld, een gps is niet eens nodig. In Toblach pik je de bordjes Silvestertal op en als je in dat dal bent is het een simpelweg kwestie van Stoneman-bordjes volgen. Ja, dé Stoneman, de originele van Roland Stauder waarmee het allemaal begonnen is. Onder de Strickberg, een top net voor de Marchkinkele, staat een van de officiële stempelposten. Henk, Sebastiaan en ik zijn Stoneman-fans. We hebben de Belgische Stoneman Arduenna en de Duitse Stoneman Miriquidi al gefietst, maar het is er nooit van gekomen het origineel in de Dolomieten te rijden. Nou ja, nu dus een stukje, maar dat mag eigenlijk geen naam hebben, want van de ruim vierduizend hoogtemeters die de Stoneman Dolomiti voor de rijders in petto heeft, doen wij er nu maar 1.300. En we rijden vandaag als het goed is maar 35 kilometer en niet de 120 van de Stoneman.

De klim over de goed onderhouden strada militare valt niet tegen. Natuurlijk, er zitten steile secties in. Maar in de vele haarspeldbochten kan je telkens weer een beetje recupereren. En ook de niet al te ruwe ondergrond rijdt prettig. Kortom: ketting links en malen maar. De enige ergernis zijn e-mountainbikers met een turbo-fetish, die met 25 kilometer in het uur naar boven blazen. We worden regelmatig door ze ingehaald, het irritante hoge gezoem is al verre hoorbaar.

Mooi verhaal daarover: al redelijk aan het begin van de klim komt een tweetal jonge vrouwen op – blijkbaar – gehuurde e-hardtails echt volle bak voorbij gestoven. Sportschoenen en fitness-outfitje aan, helm laag op het achterhoofd, zadels te laag. Veel later, als we net onder de top wat foto’s aan het maken zijn, komen we het stel weer tegen. Ze hebben boven inmiddels een koffietje gedaan en rollen nu weer naar beneden, met doodsangst in hun ogen! Dát had de verhuurder van de fietsen niet verteld, dat je om af te dalen toch wel wat ervaring nodig hebt. En ze moeten nog dik duizend meter. Henk heeft met ze te doen. Hij zet hun zadels in de laagste stand en legt uit hoe ze het best kunnen remmen. Goeie gozer, die Henk.

De route begint in op het dorpsplein van Toblach.

En daarna is het non-stop klimmen over de oude militaire weg.

Steil, die weg? De eerste helft niet, de tweede helft wel.

Daar is-ie, de Marchhütte.

Op de koffie bij Andreas

Na 1.300 meter pedaleren bereiken we de Marchhütte. Evenals de militaire weg die we zojuist hebben bedwongen, is ook deze hut een reliek uit het verleden. “Deze hut is ooit een kazemat geweest”, vertelt de sympathieke waard Andreas, als we bij hem een kop koffie met een stuk taart bestellen. “De basis stamt uit de vroege jaren dertig. Omdat er hier in de omgeving geen berghutten zijn, hebben we deze kazemat omgebouwd. We hebben een eetzaal, een keuken en een paar slaapplaatsen. En na de verbouwing in 2021 is de kazemat hiernaast een gastenverblijf. Ja, er blijven ook regelmatig mountainbikers bij ons overnachten.”

Omdat we best wel lekker zitten, bestellen we ook maar een pastaatje bij Andreas. We hebben weliswaar een lunchpakket van het hotel in onze rugzak, maar zo’n berghut moet ook wat verdienen, toch? Bovendien steken we er nog wat van op. “Dit soort kazematten vind je om de twee kilometer overal langs de grenskam. Ze zijn gebouwd om soldaten in onder te brengen, maar ook de Guardia di Finanza, de Italiaanse fiscale politie, maakte er gebruik van. Tussen de twee wereldoorlogen, maar ook nog daarna, werd hier namelijk verschrikkelijk veel gesmokkeld. Levensmiddelen en wijn naar Oostenrijk, boter, suiker en tabak weer terug. Het meest lucratief, maar ook het gevaarlijkst, was de smokkel van vee. Spannende tijden. De smokkelaars waren Zuid-Tirolers die de bergen kenden als hun binnenzak, terwijl de finanzer elders uit Italië kwamen en geen idee hadden waar ze waren…”

De laatste loodjes wegen het zwaarst

De Marchhütte is een verbouwde kazemat.

Andreas, de huttenwaard, is een toffe gast. En z’n uitzicht is natuurlijk onbetaalbaar.

Tips van Andreas

Andreas is nog niet klaar met zijn verhaal. “Inmiddels zijn die kazematten bijna allemaal in verval geraakt,” vervolgt hij, “maar een stukje naar het oosten, onder de top van de onder de Hochrast, staat een paar waar je nog in kunt. Er loopt een mooie weg naartoe, dus als je nog tijd over hebt, is het zeker leuk om daar even te gaan kijken.” Ja, als je wat wilt weten over de omgeving, dan moet je de huttenwaard hebben. We leren trouwens nóg wat. Als we vertellen dat van het hotel te tip gekregen hebben om naar beneden te gaan over de Gampfelkogel, reageert Andreas niet zo enthousiast. “Kan je doen,” zegt hij, “maar het is veel toffer om via het Silvestertal af te dalen. Die trail begint hier gewoon recht voor de deur.”

Gaan we doen Andreas, bedankt voor je de koffie, de lekkere pasta en de goede tips! Maar nu eerst even naar de top van de Marchkinkele voor de obligatoire foto bij het gipfelkreuz

Stront

Andreas’ omleiding naar de kazematten op Hochrast brengt weinig uitdaging met zich mee en dat is na zo’n uitgebreide lunch best lekker. De weg die vlak onder de kam loopt is relatief breed en volgt de hoogtelijn, dus noch spieren, noch de rijtechniek hoeven aangesproken te worden. Maar imponerend is de route wel. Links ruige rotswanden en puinvelden, rechts een steile afgrond. Na een kleine drie kilometer trappen bereiken we een verzameling gebouwtjes, half ingegraven in de berg, met dikke muren, ramen met dubbele luiken. En alles zit er nog in; douches, wc’s. Dat en stront, heel veel stront, van geiten die hier blijkbaar graag bivakkeren. Dus als je er aan denkt zo’n kazemat tijdens een meerdaagse tocht als shelter te gebruiken: vergeet het maar.

Omdat we nu toch in militaire sferen zitten houden we even kort krijgsraad. Julia’s landkaart geeft aan dat er een pad naar beneden loopt. Gaan we daarover afdalen? Of volgen we het advies van Andreas en pakken we de trail door het Silvestertal. We beslissen het laatste. Van dat pad weten we immers dat die goed fietsbaar is. En van het onbekende pad onder de Hochrast moeten we dat maar afwachten. En dus rollen we over de kamweg weer terug naar de Marchhütte voor het laatste stuk van onze tocht.

Die smalle streep, dat is de weg naar de kazematten. De bergen daarachter liggen in Oostenrijk.

Na bijna een eeuw ligt de weg er nog prima bij.

De kazematten onder de Hochrast. Douches, wc’s, alles zit er nog in. En een dikke laag geitenpoep, ook dat.

Eén ding is zeker: die soldaten hadden vroeger een geweldig uitzicht.

Terug door het Silvestertal

De tip van Andreas blijkt top. Het pad met de veelzeggende naam Finanzieri-trail golft in ruime bochten door een schitterende vallei. Dit is waar je het voor doet! Bij een steile sectie met haarspeldbochten is het even spannend, maar verder levert de trail geen problemen op. Na zo’n vijfhonderd dieptemeters is het klaar. Eerst gaat de singletrack gaat over een doubletrack, nog wat lager bevindend we ons weer op een gravelweg, die ons eerst langs de Steinberg Alm en vervolgens langs de Silvesteralm brengt. De verleiding is groot om bij een van deze berghutten even te blijven hangen, maar Sebastiaan, die van ons drieën het handigst is met kaart en Komoot, heeft nog een leuke epiloog voor ons bedacht.

Vanaf de Silvesteralm loopt de officiële route door het Silvestertal terug naar Toblach. Maar in plaats daarvan gaan we nog even een klein stukje omhoog over dezelfde weg die we vanmorgen ook al beklommen hebben. We willen namelijk een pad pakken dat over de Scheibeneck voert, de 1.950 meter hoge berg die tussen Toblach en de Silvesteralm ligt. Met niet meer dan zo’n tachtig hoogtemeters blijkt de klim door het bos kort en bovendien niet al te steil, maar is de daarop volgende afdaling niet helemaal wat we gehoopt hadden. Wegens werkzaamheden in het bos – vanwege een hardnekkige keverplaag zijn er nogal wat zieke en dode bomen die gerooid moeten worden – is het pad niet begaanbaar. Jammer, maar niet getreurd, want we hebben vandaag al een flinke portie lekkere paadjes gehad.

We rollen de resterende vijfhonderd-en-nog-wat hoogtemeters over een bosweg naar beneden naar Toblach. Wat een heerlijke tocht! We sluiten de dag af op het terras van de bar naast het station van Toblach. Klinkt als een gekke plek en dat is het ook. De uitbater van de bar is een fan van het Wilde Westen en heeft z’n zaak versierd met cowboy-en-indianenparafernalia. Pistolen, hoofdtooien met veren, schedels van longhorns, een berenvel inclusief kop en klauwen, opgezette roofvogels... Weird, je moet het gezien hebben.

What’s in a name? Via een pad met de naam Finanzieri-trail kom je in het Silvestertal.

De afdaling verloopt razendsnel. Rechts bovenin zie je Marchhütte liggen.

Fraai.

De steile haarspelbochtensectie links in beeld is best lastig, maar zeker niet onoverkomelijk.

Henk heeft het helemaal naar z’n zin.

Idyllisch. De afdaling door het Silvestertal biedt uitzicht op de Sextner Dolomiten en – de drie punten geheel rechts – de wereldberoemde Drei Zinnen.

Weer terug in Toblach. Dat was ‘m dan, de Marchinkle-tour. Lekker man!

Nog even sightseeën en als afsluiter een biertje in het fraaie stationscafé.

Overdenkingen na afloop

Tijdens het avondeten nemen we met z’n drieën de dag door. Onze eerste mountainbike-dag in Toblach, maar waarschijnlijk ook de laatste, want de weersvoorspelling voor de volgende dag is dramatisch slecht. Non-stop regen! En morgen aan het einde van de dag moeten we alweer door naar een volgende bestemming. Jammer, want er valt hier, als je een beetje avontuurlijk bent ingesteld, echt heel veel te beleven. We hebben de kaart die we vanmorgen van Julia hebben meegekregen opengevouwen op tafel liggen en de mogelijkheden lijken eindeloos. Iets ten westen van de Marchhütte ligt de Bonnerhütte en die is door Julia ook aangekruist als must-do. En de trails boven Sexten, bij de Silianer Hütte: ook aangekruist. En dan zijn er nog de de vele fraaie en uitdagende routes ten zuiden van Toblach, in de Pragser en de Sextner Dolomieten. Lang verhaal kort: we zijn hier nog lang niet uitgefietst!

Hotel Laurin’s in Toblach.

Reisinformatie Drei Zinnen Dolomiten / Tres Cime Dolomiti

Algemeen

Het is ongeveer duizend kilometer met de auto vanuit Utrecht naar Toblach in Zuid-Tirol, op z’n Italiaans respectievelijk Dobiacco en Alto Adige genoemd. Deze regio is namelijk tweetalig, met als hoofdtaal Duits. De trein naar Toblach gaat via München en Innsbruck en Brixen/Bressanone. Voor info over de bikeregio Toblach Drei Zinnen is de website van Drei Zinnen Dolomites een goede start.

dreizinnen.com

Beste seizoen

Het fietsseizoen begint in mei en duurt tot midden oktober. In het voor- een naseizoen kunnen de hoger gelegen gebieden nog wel of al wel flink fris zijn.

Verblijf

Sebastiaan en Henk verbleven in Laurin’s. Dit bikehotel in Toblach is lid van Mountainbike Holidays. Alleen gecertificeerde bikehotels kunnen lid worden van deze overkoepelende organisatie, waardoor goede faciliteiten voor mountainbikers gewaarborgd zijn. Denk daarbij niet alleen aan een veilige stalling, maar ook aan de beschikbaarheid van gidsen, een weekprogramma, (gps-)routes, een werkplaats en natuurlijk gezonde en energierijke maaltijden om lange dagen in de bergen te kunnen doorbrengen. Ook eveneens in Toblach gelegen bikehotel Union is aangesloten bij Mountainbike Holidays.

hotel-laurin.com
hotelunion.it
bike-holidays.com

Routes en gidsen

Wie in de bikehotels Laurin’s of Union verblijft kan op weg geholpen worden door de mountainbike-experts van de plaatselijke Bike Academy. Wij hebben deze keer zonder gids gereden, maar in het verleden hebben we zeer goede ervaringen gehad met Arno, één van de vaste gidsen van de Bike Academy. Hij of een van zijn collega’s gaat graag met je mee om je zijn favoriete trails te laten zien. Maar als je niks geks van plan bent, kan je natuurlijk lekker op ontdekkingsreis gaan. In principe zijn alle wegen en paden toegankelijk voor mountainbikers, tenzij expliciet is aangegeven dat het niet is toegestaan. De hotelier geeft je graag een routekaart of een gpx-file voor je Garmin.

bikeacademy-sextnerdolomiten.com
bike-holidays.com

Stoneman Dolomiti

De Stonemans in België, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland zijn allemaal schatplichtig aan de originele Stoneman Dolomiti. In de bergen aan weerszijden van het Pustertal zette ex-marathonkampioen Roland Stauder in 2014 een mtb-marathon uit zoals die er volgens hem uit moest zien, met 120 kilometer en 4000 hoogtemeters. Een uitdaging moest het zijn, maar dan zonder wedstrijdstress. En omdat het woord ‘uitdaging’ voor iedereen een andere waarde en betekenis heeft, regelde Stauder het zo, dat je de Stoneman in één, twee of maximaal drie dagen rijden. De strada militare naar de Marchkinkele is een van de sleutelsecties van de Stoneman Dolimiti.

stoneman.it


Gereden route

Bij Velozine steken we een hoop tijd, geld en moeite in de productie van reisverhalen. We willen je inspireren er op uit te trekken en aanmoedigen dezelfde mooie mountainbikeavonturen te beleven als wij. Je vindt hieronder de route die wij gereden hebben voor dit verhaal. Wij hebben ‘m op trailbikes gereden, maar met een crosscountry-fully of zelfs een hardtail is deze tocht ook goed te doen.

Geplaatst in Reizen en routes en getagd met , , , , .
guest
0 Comments
oudste
nieuwste populairste
Inline Feedbacks
View all comments