Öhlins RXF 34 – Duurtest met hoge verwachtingen…

Twee jaar geleden kwam het Zweedse Öhlins met een verende voorvork voor mountainbikes op de markt, de RXF 34. Weliswaar is hun markt vooral de motor- en autosport, maar omdat ze al een tijdje een achterdemper voor Specialized’s Demo downhiller leverden, lag een vork in de lijn der verwachting. Een jaar later werd de collectie aangevuld met de RXF 36, een grotere broer met enduro-inzet in gedachten en onlangs lanceerden ze een coil versie van diezelfde RXF 36. Wij waren benieuwd of de hype rondom het merk terecht is…

… en of de Zweden de beloften omtrent superieure vering waar kunnen maken. Om niet over één nacht ijs te gaan, hebben we dit hele seizoen met een RXF 34 rondgereden, in binnen- en buitenland en in de verschillende jaargetijden.

Öhlins kenmerken

Even een recap; het nieuws van deze vork is immers al twee jaar oud. De geteste RXF 34 is een luchtgeveerde vork met 120 mm veerweg (140 en 160 mm varianten zijn eveneens leverbaar) en nog een non-Boost voornaaf (15×100 mm). De binnenpoten hebben een diameter van 34 mm en het kroonstuk (stuurbuis en vorkkroon) is gemaakt uit één stuk. Samen met een echte steekas (die in de linker vorkpoot schroeft en door de rechter ingeklemd word) moet dit zorgen voor een ongekend hoge stijfheid.

Het kroonstuk en vorkbuis uit één geheel is overigens nauwelijks zichtbaar, maar een technisch hoogstandje wat productietechniek betreft. De onderste ring van je balhoofd kun je in de doos laten aangezien deze geïntegreerd is in de overgang tussen de vorkbuis en het kroonstuk. Je hebt genoeg aan een onderste balhoofdlager waarvan de hoek aan de binnenring 45° is.

Alles instelbaar; gelimiteerde, maar meer nuttige bereiken
Instelbaar is zowat alles wat je kunt bedenken: rebound, low-speed compressie, high-speed compressie, uiteraard de luchtdruk in de vork, maar ook de ramp-up van de veerweg middels een extra luchtkamer aan de onderkant van de vorkpoot. Andere merken passen hiervoor volumespacers toe, Öhlins wil dit gewoon van buitenaf instelbaar hebben.

Het instelbereik van de compressiedemping is beperkt ten opzichte van concurrerende voorvorken. Öhlins heeft dit bewust zo gedaan, omdat compressiedemping naar hun idee niet bedoeld is om als keiharde lock-out te dienen. Dat geldt ook voor de instelmogelijkheden voor de rebound. Ruim genoeg voor mijn wensen, maar in vergelijking met andere fabrikanten, is het beperkt(er). Öhlins benadert hiermee de markt duidelijk anders: in hun optiek bieden concurrerende systemen een onnodig breed bereik, wat ten koste gaat van fijngevoeligheid qua instellingen.

De vork heeft een 15×100 mm steekas, voor de as en de klembout heb je een 5 mm inbussleutel nodig

Natuurlijk heeft Öhlins ook een klem voor de leiding van je voorrem. Bij het geteste exemplaar had een vorige gebruiker de bout daarvan echter al te hard aangedraaid.

 

Na amper een kilometer onderweg, begon ik mijn fiets met opzet over wortels te sturen. Voelde ik die nou echt niet?!

 

Let’s go

Ik weet nog goed hoe de vork de eerste keer uit de doos aanvoelde: superplush, haast als een de Manitou Dorado van weleer waar een World Cup mecanicien de hele tuning-kast voor open had getrokken. Daar moet ik wel bij vermelden dat er toen nauwelijks druk in de positieve luchtkamer van de RXF 34 zat, maar ik kon zo het soepel aanspreken van het dempingscircuit wel heel goed voelen. Mijn startpunt was om de luchtdrukken voor de positieve kamer en de ramp-up kamer in de adviestabellen van Öhlins te volgen en alle ingaande demping volledig open te zetten. Zodoende was met name de druk in de vork van invloed op het veergedrag. De negatieve veer is in deze vork ook een luchtkamer, die automatisch wordt gevuld vanuit de positieve kamer. Daar kun je zelf dus niks aan af- of bijstellen.

Mijn eerste keer op de trails met deze vork was daadwerkelijk een openbaring. Na amper een kilometer onderweg, begon ik mijn fiets met opzet over wortels te sturen. Voelde ik die nou echt niet?!

Na een tijdje…

De eerste maanden gingen voorbij en alles was koek en ei. Wat extra lucht uit de vork zorgde ervoor dat ik tijdens de meeste ritten wel ergens full travel haalde. De compressie-instellingen liet ik in de open stand staan. Die instelling gaf mij (65 kg) net voldoende platform (tegendruk) om duiken van de vork bij flink remmen tegen te gaan en ook tijdens staand klimmen voelde de vork rustig. Verder dichtdraaien van high-speed of low-speed compressie leverden mij op dat moment alleen maar een minder fijngevoelige vork.

 

“Hoezo voel ik die wortel, hoezo wordt het wasbord met remknippen niet vlak gestreken?”

 

Na die eerste paar maanden echter, bekroop me het gevoel dat de vork toch niet zo plush was als ik aanvankelijk had gedacht (of gehoopt?). Wellicht ontstond het gevoel doordat de paden door droogte meer uitgereden werden, maar ik begon me steeds meer te ergeren aan het gedrag van de vork. “Hoezo voel ik die wortel, hoezo wordt het wasbord met remknippen niet vlak gestreken?” De initiële ervaring leek te vervagen en plaats te maken voor een teleurgesteld gevoel: zo’n goede vork kon toch niet zo tegenvallen?! Als je het mij vraagt is precies dat ook meteen de achilleshiel van de vork. De aankondiging van de vork werd (hand in eigen boezem: ook door diverse media) haast gebracht alsof het een direct geschenk van God aan de mensheid was. Door analogieën met auto- en motorsport, waar Öhlins al lange tijd een gevestigde naam is, was mijn verwachting zó hoog, dat ik er van uit ging dat de vork iedere oneffenheid volledig weg zou filteren. En hoe goed een vork ook werkt, hij maakt van een rockgarden natuurlijk nooit een perfect geëgaliseerd stuk asfalt.

Onderhoud: essentieel om hem soepel te houden

Öhlins adviseert de vork ieder jaar of om de 150 rij-uren te servicen. De servicetechneuten bij Specialized, waar wij deze testvork vandaan hadden, hanteren zelf doorgaans 100 uur. Met 10 tot 15 uur in de week op de fiets, dan zit je daar na 10 weken dus al aan! (Merk op dat Fox en Rock Shox een snelle oliewissel van de onderpoten al om de 30 respectievelijk 50 uur aanraden). Doordat de vork nieuw uit de doos zo enorm soepel aanvoelt, is de toenemende stictie na verloop van tijd extra opvallend. Dat merk je gedurende het rijden in zo’n periode echter niet, omdat die stictie iedere keer maar een heel klein beetje toeneemt. Pas als je de vork na geruime tijd vergelijkt met een nieuwe (of één die net een servicebeurt heeft gehad), voel je duidelijk het verschil. Regelmatig onderhoud is bij deze vork echt essentieel als je dat soepele gevoel wil behouden. Als je na een tijd denkt “nu is de vork wel toe aan service” dan ben je dus eigenlijk al te laat. Bij de concurrentie lijkt het verschil in gevoeligheid tussen “toe aan service” en “net geserviced” minder aanwezig te zijn. De prestatie lijkt dus wat sterker af te nemen bij de Öhlins, maar de truc is echter dat Öhlins op een hoger performance niveau begint. Bottom line: de prestaties zijn even goed als de concurrenten, tenzij je dus netjes de onderhoudsintervallen aanhoudt; dan presteert de Zweed beduidend beter dan de concurrentie!

High- en low-speed compressie. De zwarte ring bedient de high-speed, de blauwe de low-speed

Reboundknop links, instelwaarden voor de luchtkamers rechts

Doordat de geteste vork door de lange testperiode minder gevoelig was geworden, ging ik out-of-the-box experimenteren. Om meer respons uit de vork te krijgen, juist op kleinere oneffenheden zoals boomwortels en remknippen, besloot ik de druk in de vork nòg verder te verlagen (10 a 15 PSI onder de druk die ik daarvoor in de vork had) en dat te compenseren door de low-speed compressie verder dicht te zetten. Dat had ik eerder moeten doen! De vork bleef goed bovenin zijn veerweg zitten, door meer low-speed compressie. Op boomwortels en soortgelijke oneffenheden die op snelheid genomen werden, sloeg de vork direct open, doordat het high-speed compressie kanaal nog gewoon open stond. Natuurlijk merk je in deze setting wel dat oneffenheden op lage snelheid minder goed verwerkt worden, het waren echter de kleine oneffenheden die ik typisch op hogere snelheid neem, die me irriteerden. Zelfs als de vork dus eigenlijk al toe is aan een servicebeurt, is er door verder te optimaliseren van de verschillende instellingen nog wat extra performance uit te persen.

Hoge kwaliteit, maar…

De Öhlins is in de media veel gehypt. Mijn verwachting was daardoor heel hoog. Bij de eerste ritten was er ook daadwerkelijk een wauw-ervaring… en dat was beslist geen placebo-effect. Vergeleken met alle andere vorken waar ik tot nu toe mee gereden heb is de Öhlins vele malen fijngevoeliger. Met name op kleinere oneffenheden is die fijngevoeligheid heel goed merkbaar. Boomwortels en stenen randjes worden veel beter (sneller) verwerkt en ook op lange afdalingen waarbij de vork continu volop moet veren, blijft de RFX 34 soepel.

Gedurende de testperiode begon de vork me in de praktijk langzaam maar zeker teleur te stellen. Niet dat de vork ineens slechter was dan concurrerende vorken, maar de prestaties te opzichte van wat de Öhlins nieuw uit de doos liet voelen waren veranderd. Oneffenheden die ik in het begin amper voelde, kwamen later daarom gevoelsmatig extra hard door. Het afnemen van de gevoeligheid van de vork merk je van rit tot rit niet, maar na een half jaar intensief rijden is het verschil in stictie met een gloednieuwe Öhlins duidelijk merkbaar. Die toenemende stictie is vervolgens maar op één manier te verhelpen: (laten) servicen. Daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan.

Vind je het belangrijk dat je géén omkijken naar je vork hebt, dan ben je beter af met een simpele(re) vork. Wil je echter de meeste performance, dan is deze Öhlins beslist het neusje van de zalm.

Prijs: €1.006,74
Gewicht: 2050 gram

Tekst & foto’s: Coen de Jongh

Meer info: www.ohlins.eu

Posted in Reviews and tagged , , , , , , , , , , .