
Een race die geschiedenis schreef
Kun je nagaan: mountainbiken stond in 1996 pas zes jaar op het programma van de wereldkampioenschappen. Atlanta was de eerste keer dat de sport ook olympisch was. Crosscountry was in die tijd toch wel heel wat anders dan nu. De wedstrijd was vijftig kilometer lang, verdeeld over zeven ronden. Volgens huidige maatstaven was het parcours niet enorm technisch, maar de verzengende hitte in Atlanta zorgde alsnog voor voldoende uitdaging. Nou ja, dat en uiteraard de lengte én de snelheid waarmee de wereldtop op hun 26-inch-wielen streed.
Brentjens reed het grootste deel van de wedstrijd samen met de Italiaan Luca Bramati, die hem naar eigen zeggen provoceerde door voortdurend met zijn wiel tegen dat van Brentjens te tikken. Op een van de klimmetjes gaf Brentjens vol gas en reed hij weg. Bramati zag hem niet meer terug. Twee uur, zeventien minuten en 38 seconden: zo lang duurde de eerste olympisch mountainbikewedstrijd, waarbij Brentjens dus als eerste finishte, met een voorsprong van bijna tweeënhalve minuut op de Zwitser Thomas Frischknecht. Miguel Martinez kwam op net geen drie minuten van Brentjens als derde over de streep.
Waarom deze wedstrijd én de gouden medaille meer is dan een uitslag
Zo’n eerste olympische wedstrijd is altijd uniek en voor ons Nederlanders een beetje extra omdat onze landgenoot Brentjens als eerste het goud wint. Maar eigenlijk is dit veel meer dan een historisch weetje. De impact van Brentjens’ overwinning op mountainbikend Nederland is moeilijk te overschatten. Vóór 1996 was de sport hier vooral een nichebezigheid, overgewaaid uit Californië en beoefend door een handjevol fanatiekelingen. Wedstrijden waren er wel, maar het was allemaal vrij beperkt en kleinschalig. Ná Atlanta veranderde dat volledig. Vanaf 1996 groeit in Nederland de populariteit van het mountainbiken enorm. De Nederlandse topcompetitie kan z’n groei midden en eind jaren ’90 volledig aan Brentjens toeschrijven. Ook het ontstaan van mountainbikeroutes waar we vandaag de dag nog profijt van hebben, zijn terug te voeren aan de opmars van die dikbandige fiets vanaf 1996.

De erfenis: van Brentjens tot Van der Poel en Pieterse
Brentjens zelf bleef nog jaren aan de top presteren: in totaal vier olympische deelnames met brons in Athene 2004, tien Nederlandse titels en een erelijst die tot ver in de crosscountry- en marathon-scene reikt. En nog altijd draait hij zijn hand niet om voor wedstrijden als de Cape Epic. Tja, je moet wat op je oude dag, toch? Alhoewel: stilzitten is niet zo aan Brentjens besteed. Na zijn carrière als profsporter is hij het mountainbiken blijven dienen als teambaas en mentor van talent uit binnen- en buitenland via zijn eigen team dat nog altijd deelneemt aan de World Series. Daarbij werkt hij met veel van z’n talenten toe naar de Olympische Spelen.
Dat het zaadje dat hij in 1996 plantte is blijven groeien, is inmiddels ook in de uitslagenlijsten terug te zien. Nederland leverde met Bart Brentjens en Puck Pieterse tot nu toe de enige twee wereldkampioenen mountainbike van eigen bodem, en met renners als Mathieu van der Poel, die zich op de weg, in het veld en op de mountainbike thuis voelt, blijft de Nederlandse mountainbiketraditie relevant op het hoogste niveau. Brentjens zelf noemde Van der Poel al eens een van de logische kandidaten om ooit zijn record als enige Nederlandse olympisch mountainbikekampioen te verbreken. Na Tokio geen druk verder, Mathieu…
Dertig jaar na het olympische goud van Bart Brentjens in Atlanta is dat de mooiste bevestiging van wat die ene race in Atlanta losmaakte: een sport die in Nederland ooit klein en amateuristisch begon, staat nu structureel aan de internationale top. En dat begon, hoe je het ook wendt of keert, met een Limburger die op 31 juli 1996 een Italiaan afschudde op een klimmetje en nooit meer omkeek.








Ik had die avond avonddienst in vakantiebaan… Heb het dus gemist… Keuzes, keuzes. Maar wel mijn eerste verende voorvork bijeengewerkt. Een Girvin Vector.
Bart was al een held voor me voor ik ging biken. 1994 Lemelerveld al wezen kijken, had nog niet eens een mountainbike, alleen een racefiets. In mijn beleving was daar toen ook al wel veel volk. Maar het werd idd drukker.
In 95 kocht ik zelf een bike, reed funklasse. 1995 of 96 Lemelerveld… Twee heats fun van elk 200 man, en daarna omdat ik bij de eerste helft zat nog een finale.
Tof dat hier aandacht aan wordt besteed. Zonder iets van de importantie van Bart Brentjes voor het Nederlandse mountainbiken te willen afdoen, zet ik wel m’n vraagtekens bij het beeld wat hier wordt geschetst van de populariteit van het mountainbiken vóór 1996. Misschien geldt dit in bepaalde mate voor het mountainbiken in wedstrijdverband, maar toch zeker niet voor het mountainbiken in het algemeen. Mountain bikes waren een enorme rage in heel Europa, en al vrij snel ook hier in Nederland. Kranten schreven er veelvuldig over, verschillende mtb-magazines kwamen op, en er ontstonden ook al vele gemarkeerde routes. Het beste bewijs… Lees meer »
Het is inderdaad zeker niet zo dat er vóór Brentjens gouden plak géén fantatieke mountainbikers waren. Je referentie aan de World Cup in Groesbeek is zeker een goed voorbeeld, al was de hele wereldbeker toen ook nog wel redelijk klein. Wat je in Nederland toch wel zag is dat vanaf Brentjens’ olympische winst dat er in eens wel veel meer mountainbikes verkocht worden in plaats van de reguliere stads/jeugdfietsen om mee naar school te rijden bijvoorbeeld. Voor velen is dat wel een kick-off naar mountainbiken als sport geworden.