Tekst en foto’s: Arjan Kruik

In dit reisverhaal:
Gravelbikedriedaagse rond de Hoge Venen
Toen ik een van m’n vrienden vertelde dat ik van plan was om in mei een meerdaagse graveltocht door het Duitstalige deel van België te gaan fietsen, gingen de wenkbrauwen omhoog. Duits? In België? Toch is dat zo. Naast Vlaams- en Franstalige zijn er ook Duitstalige Belgen. Je vindt ze in de Oostkantons. Dit gebied langs de grens met Duitsland kwam ruim honderd jaar geleden, na de Eerste Wereldoorlog, in handen van België als compensatie voor de oorlogsschade die het Duitse leger had aangericht. Om het nog een beetje ingewikkelder te maken: in sommige plaatsen in de Oostkantons – Malmedy, Weismes – wordt Frans gesproken.
Maar goed, het gaat tijdens onze tocht niet om welke taal waar gesproken wordt, maar om de prachtige landschappen die je in de Oostkantons vindt. Als je van noord naar zuid beweegt, verandert de omgeving voortdurend. Dat bemerken we al direct als we Eupen uitrijden. Deze stad, het begin- en eindpunt van onze graveldriedaagse, markeert de grens tussen twee verschillende landschappen. In het noorden van de stad ligt een glooiend weidegebied, in het zuiden de dichte bossen van de Belgische Eifel, met bovenop het plateau de kale en weidse Hoge Venen.
Meeste hoogtemeters op de eerste dag
De geplande afstand is iets meer dan tweehonderd kilometer, met een kleine 2.500 hoogtemeters. Nee, verdeeld over drie dagen is dat inderdaad niet veel. Maar bedenk dat we ook nog de foto’s moeten maken die je bij dit verhaal ziet. En dat kost tijd. Uiteraard is het geen probleem onze route in twee dagen te rijden. Of zelfs één, als je fit bent. De meeste hoogtemeters zitten in de eerste dag. Logisch, want we moeten zoals gezegd vanuit het relatief laag gelegen Eupen het plateau van de Hoge Venen op. Daar ligt het Signaal van Botrange, met 694 meter het hoogste punt van België.
We fietsen daar uiteraard niet via de kortste weg heen, maar via een ruime slinger, die ons ook zo af en toe in Duitsland brengt. Ons noppenbanden komen onderweg alles tegen; asfalt, klinkers, betonplaten, fijne gravel, grove gravel, karrensporen, bospaden en zo nu en dan zelfs kleine stukjes singletrack. Maak je geen zorgen, niks heftigs. Best wel leuk eigenlijk, zeker als zo’n smal paadje volgt na een lange klim. Je moet dan van de ietwat monotone stoemp-modus ineens overschakelen naar de dynamische stuur-modus.

Keuzes maken en proppen
Vooraf hebben we slaapplaatsen in hotels langs de route gereserveerd. De eerste nacht in Eupen, waar ook onze auto blijft staan. En vervolgens in de plaatsjes Wirtzfeld en Sourbrodt. Nee, daar hadden wij ook nog nooit van gehoord, maar ze zijn dusdanig gekozen dat ze onze route in drie redelijk gelijk stukken verdelen. De spullen voor drie dagen gaan mee in tassen aan onze fietsen. Het pakken vooraf is nog best lastig, aangezien voor de eerste twee dagen lekker voorjaarsweer met zon voorspeld is en voor de laatste dag regen en kou, met op de hoogste hellingen ’s nachts zelfs kans op sneeuw! Dus wat pak je dan in? Onze frametassen bieden namelijk maar beperkt plaats. Dat betekent keuzes maken – wat moet écht mee en waar kun je zonder? – en vooral flink proppen.






Meer rónd dan óver de Hoge Venen
Wie onze route checkt, ziet dat we niet echt óp het Hoge Veen komen, maar er min of meer omheen rijden. Dat komt omdat het hoogplateau niet alleen uitgestrekt, onherbergzaam en ruig is, maar vooral ook heel erg nat. Het is net een spons; als je ergens drukt, komt overal water uit. En dat betekent dat je op het veen niet kunt fietsen. Lopen trouwens ook niet. Niet voor niets zijn er voor wandelaars steigerpaden in het veen aangelegd, zodat je het gebied zonder natte voeten kunt doorkruisen. Alhoewel de maand mei al over de helft is, is de vegetatie op het veen nog steeds winters bruin, een teken dat het voorjaar op de Hoge Venen pas laat begint. Pas als je het veen van dichtbij bekijkt, zie je frisgroene sprietjes ontluiken.





Beklimmingen vallen mee
Het klimmen valt me niet tegen. De Ardennen, waartoe ook dit gebied behoort, hebben op dit vlak een reputatie. Maar de meeste beklimmingen in onze route zijn relatief kort – veertig hoogtemeters hier, zestig daar, dat werk – en bovendien niet al te steil. Met de 40/51 van de 1×12-transmissie die op m’n gravelbike zit kom ik ook de steilste stukken goed op, zelfs met de bagage. Dat wil niet zeggen dat het niet zwaar is. Natuurlijk is het soms zwaar. Maar nooit dusdanig dat ik moet afstappen en lopen.
Dat betekent dat ik gelukkig niet met een waas voor ogen de hellingen van de Belgische Eifel aan het overmeesteren ben. Dat zou namelijk zonde zijn, want vanwege de supermooie omgeving heb je juist een heldere blik nodig. Met beukenhagen omzoomde weilanden, smalle dalen, kronkelende beken, geurige bossen, onherbergzame stukken veen, kleine dorpjes en nauwelijks tot geen mensen. Maar wel een vos, een paar reeën en een grote hoeveelheid roofvogels in alle soorten en maten. Als we even stilstaan om een reepje te eten, valt me op dat ik alleen natuurlijke geluiden hoor. Het zachte geklater van de beek langs het pad, de wind die door de bladeren ruist, de heldere roep van een koekoek, het gekras van een troep kauwen.



Winter in de lente
Na twee dagen volop genieten van het fietsen, van het landschap, van het weer en niet te vergeten van elkaars gezelschap – wat versterkt vriendschap meer dan een goede fietstocht? – krijgen we het de laatste dag stevig voor onze kiezen. De weersvoorspelling komt namelijk uit, en niet zo’n beetje ook. Oké, de voorspelde sneeuw blijft weg, maar de regen en de kou niet. En met koud bedoel ik écht koud, twee à drie graden. Tot overmaat van ramp heb ik m’n handschoenen in de auto laten liggen. Aij!
Heb ik aan alles gedacht – Goretex-broek, dito jack, isolatiejasje van Primaloft, buffje –, vergeet ik m’n handschoenen! Laat ik het zo zeggen: dat doet pijn, vooral het eerste uur, als de regen op zijn heftigst is en de temperatuur op z’n laagst. Daar komt nog bij dat we per saldo meer dalen dan klimmen; we rollen immers het hoogplateau weer af, richting Eupen. En van dalen, zo weet iedereen, krijg je het allesbehalve warm. Het goede nieuws is, dat het naarmate we noordelijker komen steeds meer opklaart. En als we uiteindelijk in de binnenstad van Eupen de parkeerplaats van ons hotel oprollen, schijnt zowaar de zon. Fijn, dan kunnen de natte kleren uit en de droge aan.







Evalueren chez Gigi
Voor we de terugreis naar de polder aanvangen, scoren we op een bedrijventerrein even buiten Eupen nog even een bordje friet. Terwijl we de goudgele patatten in de mayo dopen, evalueren we de afgelopen drie dagen. De moeite waard, gravelbiken in de Belgische Oostkantons? Zeker weten, zo vinden we unaniem. Op nog geen drie uur rijden van Utrecht vind je een compleet andere wereld. Een wereld die op maat gemaakt lijkt voor het beleven van avonturen op de gravelbike. Oftewel: dit gaan we zeker nog eens doen…

Reisinformatie Oost-België
Algemeen
Van Utrecht naar Eupen, het start- en eindpunt van onze driedaagse graveltocht, is het zo’n 225 kilometer. In principe kun je de er het hele jaar door in Oost-België terecht om te gravelbiken, maar hou er rekening mee dat met name het plateau van de Hoge Venen veel kouder en natter is dan de lager gelegen delen van België. Bijna overal in de Oostkantons wordt Duits gesproken, met uitzondering van de streek rond Malmedy, waar Frans de voertaal is. Overigens kom je met Nederlands ook een heel eind.
Route
De route we gereden hebben, is voor ons samengesteld door de VVV van Oost-België. De route omvat 207 kilometer en 2.470 hoogtemeters, verdeeld over drie dagen. De verdeling verhard-onverhard is ongeveer fiftyfifty. Let op: ‘ongeveer’. Sommige asfaltsecties zijn namelijk zo verweerd dat je ze bijna onverhard zou noemen. En op een aantal gladde gravelstroken waan je je bijna op een verharde weg. Iets om rekening mee te houden: soms zijn er plekken waar je wat kunt eten en drinken, maar soms ook niet. Om het zekere voor het onzekere te nemen, namen wij iedere dag onze eigen lunch mee.
Verblijf
Je kunt de overnachtingen op de pleisterplaatsen langs de route zelf organiseren, onze overnachtingen zijn door de VVV geregeld. Start- en finishplaats is Eupen, met een overnachting in het fraai opgeknapte Kloster Heidberg in het centrum van de oude stad. De tweede nacht verblijven we in hotel Drosson in het plaatsje Wirtzfeld. Een echte beleving, dit klassieke Ardennenhotel, met potige serveersters die met pannen soep, aardappels, vlees en groente langs de tafels lopen om bij wie dat wil het bord voor een tweede of derde maal vol te scheppen. De derde nacht slapen we in het plaatsje Sourbrodt in een klein familiehotelletje met de naam Ulenspiegel. Ook dit is weer een belevenis, met een moeder die in de keuken die speciaal voor ons een grote pan pasta maakt en een dochter die de bediening doet. Met een grote bak zelfgemaakt ijs toe, ook dat nog.
Gereden route
Bij Velozine steken we een hoop tijd, geld en moeite in de productie van reisverhalen. We willen je inspireren er op uit te trekken en aanmoedigen dezelfde mooie gravelbikeavonturen te beleven als wij. Hieronder vind je de route die wij gereden hebben voor dit verhaal.
















