Trek publiceerde onlangs een uitgebreid verhaal over een prototype xc-fully waarop het fabrieksteam dit seizoen z’n wedstrijden rijdt. Een fiets die er uitziet als een productiemodel, maar niet te koop is. Opmerkelijk, maar wat mij meer bezighoudt is de zin waarmee Trek afsluit: “Something even bigger and better is in the works.” Die zin wijst maar één kant op: naar 32-inch. Mijn vermoeden is dat Trek z’n xc-fully op 32-inch wielen gaat zetten. Of dat voor alle maten geldt of alleen de grote, is onbekend. Maar het is een keuze die bepalend bepalend kan zijn. Niet alleen voor Trek, maar voor hoe de rest van de industrie de komende jaren met 32-inch omgaat. Trek is groot genoeg om een standaard te zetten. De vraag is of ze de juíste zetten. Dit is geen nieuwsbericht, maar mijn persoonlijke lezing van wat er speelt en hoop dat er gaat gebeuren (en niet).
Trek Supercaliber en Top Fuel: twee goede fietsen die samen een gat openlaten
Op 12 maart onthulde Trek via z’n Race Shop-platform een prototype XC-fully waarop het fabrieksteam dit seizoen racet. Nieuws dat er al even aan zat te komen: de fiets werd tijdens wedstrijden en trainingsritten al meermaals op de gevoelige plaat vastgelegd. De timing is wat dat betreft eigenlijk perfect, achter de schermen gevoed doordat Trek aan pers al liet weten dat er een lancering aanstaande was.
De reden daarvoor zit in twee fietsen die samen precies het verkeerde gat lieten. De Supercaliber, die ik eerder al testte en duidde als “gelukkig geen allrounder”. En daarnaast de Top Fuel, die collega Sebastiaan juist als super-allrounder kwalificeerde. Maar waar de Supercaliber bij de huidige wereldbekerparcoursen tekort komt, daar heeft de Top Fuel misschien wat teveel spek op z’n botten. Precies op dit punt stelt Trek nu z’n nieuwste crosscountry-fullsuspension voor, die precies tussen beide modellen het midden houdt. Vooraan 120 millimeter veerweg, 115 millimeter achteraan en flexstays in plaats van Treks Active Braking Pivot (ABP) om het gewicht verder reduceren. Maar bij deze introductie meteen de disclaimer van Trek dat je niet naar de dealer hoeft te gaan om ‘m te bestellen. Want dat kan niet. Er komt iets anders, iets groters. Let op: hun woorden, niet de mijne…
Hoe Trek tot deze prototype crosscountry fullsuspension kwam
Het fabrieksteam, dat inmiddels onder de naam Trek-Unbroken XC opereert na een rebranding van het voormalige Trek Factory Racing, was nauw betrokken bij de ontwikkeling van het prototype. Teamrijders als Evie Richards en Riley Amos reden testrondes in Durango en Wisconsin, reden op allerlei prototypen met verschillende vering-constructies en hielpen bepalen welke richting de fiets op moest, zo meldt Trek in z’n bericht. Het huiswerk van Trek-ingenieur Alex Martin was vanaf de start van de ontwikkeling in januari 2024 duidelijk: ontwikkel de snelst mogelijke 29-inch xc-fully.
Trek spreekt van een volledig nieuw ontwerp, geen doorontwikkeling. Toch zijn de gelijkenissen met de bestaande Top Fuel groot. Voor het prototype werd ook gebruik gemaakt van dat frame, waar met creatief knip- en plakwerk verschillende versies van de achtervering werden uitgeprobeerd. Trek gaat op de specifieke website gedetailleerd in op de ontwerpkeuzes en waarom die leiden tot wat het prototype nu is: een flexstay-fully met de demper horizontaal onder de bovenbuis. Ja, in hoofdlijnen identiek inmiddels bijna iedereen doet. Wat overigens niet zegt dat-ie ook hetzelfde rijdt als ‘al die anderen’, want binnen dit ontwerp zijn talloze nuances mogelijk. Dat neemt niet weg dat nagenoeg alle xc-fullies inmiddels als twee druppels water op elkaar lijken.
Onder de streep staat er nu duidelijk een prototype xc-fullie dat zo goed als klaar is. De foto’s tonen een mooi paars gelakt frame dat overduidelijk productierijp is. En dat toch niet te koop is. Dat vraagt om een verklaring.


Openheid als strategie en waarom ze eigenlijk geen keus hadden
Die verklaring is deels technisch, deels commercieel en deels simpelweg het proberen te beheersen van een al ingezet traject. Die spy shots die al even de rondte doen, zijn natuurlijk óók een onderdeel van een marketingstrategie. Als een fietsmerk een prototype écht geheim wil houden, nemen ze hem niet mee naar het wedstrijdcircuit. En nu leren we dat het team er ook gewoon in volle openbaring de komende wereldbekerwedstrijden op zal rijden. Dus ja, stil proberen te houden zou een slapstick worden.
Maar er is meer. Als pers kregen we achter de schermen al eerder hints over een nieuwe xc-fully van Trek, inclusief een grove tijdsspanne. Op basis daarvan was onze lezing dat deze fiets gewoon gelanceerd zou worden. Toch is er een kink in de kabel gekomen, want dat gaat dus blijkbaar niét gebeuren. Bijzonder, want het prototypen bestaan overduidelijk en de hier getoonde paarse race-racket ziet gewoon productierijp uit, maar wordt dus toch niet verkocht. Trek kiest er in plaats daarvan voor het verhaal zelf te vertellen, op eigen voorwaarden, met eigen framing. Dat is slim. De technische inhoud is oprecht substantieel. Maar de openheid was voor een groot deel gedwongen en pas daarna strategisch gemaakt. Dat onderscheid vind ik de moeite waard om te benoemen. Sterker; zonder af te doen aan de ontwikkeling van de Trek-techneuten, vind ik dat méér nieuwswaardig dan de fiets zelf.
De context van dit alles? De fietsindustrie zit in zwaar weer. De tekorten van de corona-boom hebben plaatsgemaakt voor overschotten, een teruglopende vraag en een stevige druk op marges. Ook bij Trek is de broekriem strakker komen te zitten. Een volledig nieuw platform lanceren in deze markt is een risico dat zorgvuldig afgewogen moet worden. Niet lanceren is ook een risico. Trek kiest voor een derde weg: het verhaal vertellen, de reacties peilen en intussen doorwerken aan wat er daarna komt. Want een zinnetje in het verhaal van Trek, spreekt boekdelen: “…rest assured that something even bigger and better is in the works.”

“Something even bigger” – en hier begint de speculatie – Trek komt met 32-inch
Marketingtaal is altijd met een korreltje zout te nemen. Maar in de huidige tijd is het woordje ‘bigger’ ondubbelzinnig een hint naar waar Trek in mijn optiek nu mee bezig is én de reden waarom het de Super Top Fuel (zoals ik het prototype gemakshalve maar noem) achterhoudt. Vooropgesteld; wat volgt is mijn persoonlijke speculatie. Ik heb geen insider-informatie of concrete aanwijzingen. Ik baseer me op de markttrends van de afgelopen maanden, op wat ik bij andere merken zie gebeuren en… op gigantisch open deuren.
Trek houdt deze fiets achter omdat ze met en 32-inch versie gaan komen. Nogmaals: daarvoor heb ik geen bewijzen, maar écht helderziend hoef je er ook niet voor te zijn om dit te ‘zien’. De trend naar die wagenwielen is de afgelopen maanden té duidelijk om te negeren. De rondgang op recente Cyclingworld Europe en de trends van de vakbeurs Tapei Cycling Week laten duidelijk zien dat er genoeg tractie is om het als serieuze marktontwikkeling te laten gelden.
De logica is natuurkunde: grotere wielen rollen gemakkelijker over obstakels, compenseren bij gelijke rijstijl voor beperkte veerweg en maken dus dat je sneller over obstakels kunt rijden. En laat snelheid nu net de sleutel zijn voor wedstrijdrijders. Dat Trek z’n te lanceren nieuwe xc-fully óók wil laten profiteren van die natuurkunde, lijkt mij meer dan aannemelijk. Waarom immers ‘alleen’ een 29er lanceren, als diverse concurrenten wél aan de haal gaan met 32-inch en… misschien zelfs wedstrijden winnen? Juist ja, bij zijn = meemaken.
Trek werkt al jaren nauw samen met Rockshox. En die veringfabrikant heeft nog geen 32-inch geveerde voorvork. Althans, nog niet officiéél, maar ga er maar gerust van uit dat die inmiddels wel ‘ergens’ staat en productierijp wordt gemaakt. Nee, voor mij is dit ook niet zo zeer het nieuws. Dit zijn schoten voor open doel. Mijn gok: Rockshox én Trek komen dit voorjaar samen uit met 32-inch-crosscountry-spul.

“32-inch voor iedereen” is een dom idee en ik hoop dat Trek dat laat zien
32-inch als universele standaard is een slecht idee. Geen enkel merk beweert dat op dit moment hardop en de markt is nog volop aan het speculeren over hoe die wielmaat precies zijn intrede zal doen. Maar de fietsindustrie heeft in het verleden bewezen niet altijd de meest logische keuzes te maken. En als de geschiedenis iéts leert, is het dat een nieuwe wielmaat die eenmaal momentum krijgt, al snel als oplossing voor iedereen wordt uitgerold, ongeacht of dat voor iedereen ook werkelijk zo uitpakt. Precies daarom hoop ik dat Trek een goed voorbeeld zal geven.
Kijk naar Treks eigen fabrieksrenster Evie Richards. Ze is 1,64 meter, rijdt op een 29-inch fiets en doet dat niet onverdienstelijk. Wat een gigantisch understatement is. Haar op een frame proberen te laten passen waar 32-inch wielen bij horen, gaat haar meer nadelen opleveren dan voordelen. Die wielen zijn namelijk werkelijk enorm. Collega Arjan reed onlangs samen met Veloziner Remco op de Unpaved 32-inch prototype gravelbike en ook daar was al duidelijk zichtbaar dat er fysieke grenzen zijn aan wat past en wat werkt. Grote wielen voor iedereen uitroepen als de nieuwe standaard is in mijn optiek niet anders dan claimen dat iedereen op een XL-framemaat past. Het moet in verhouding zijn.

Mijn hoop: Breng 32-inch als logische optie binnen een size-split
Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet per se tegen 32-inch. Maar ik ben wel hartstochtelijk tegen het uitroepen van universele voordelen van een wielmaat, want zo werkt het simpelweg niet. Wieldiameter is geen absoluut goed. Het is een afweging die afhankelijk is van rijderslengte, framegeometrie en gebruiksdoel. Wat ik hoop te zien, is wat jaren geleden ook de logische oplossing bleek: een size-split. Sinds 29-inch zijn intrede deed, rollen framematen XS tot en met M bij een aantal merken op 27.5-inch wielen. Alles groter krijgt 29-inch. Vanuit rijeigenschappen bekeken volkomen logisch. Trek past dat ook al jaren toe bij diverse modellen, dus vreemd is echt allerminst. Die zelfde redenering zou nu niet anders moeten zijn: kleine en middelgrote maten in 29-inch, de grotere maten in 32.
Maar dan is er nóg iets. Een nieuwe wielmaat vraagt een scala aan nieuwe onderdelen. Banden, velgen, vorken, frames in nieuwe maatvoering. Die kunnen ontwikkeld worden, maar ze maken voorraadbeheer complexer en hebben onlosmakelijk een opwaarts effect op de prijs. Het wordt er dus allemaal niet goedkoper van. En misschien is dat wel mijn grootste bezwaar tegen de manier waarop 32-inch nu de markt oprolt. Niet zozeer het calimero-argument dat ik met mijn 1,67 meter er waarschijnlijk zelf niet goed mee uit de voeten kan. Maar meer dat de industrie met dit soort innovatieslagen structureel bezig is met het complexer en duurder maken van iets dat eigenlijk juist toegankelijker zou moeten worden. De sport betaalbaar en bereikbaar houden verdient meer aandacht dan de volgende wielmaat.

De prullenbak als serieuze optie
Trek heeft met de publicatie over dit prototype ook een graadmeter neergelegd. Niet door wat men expliciet zegt, maar door wat er impliciet staat. De reacties die het losmaakt, de speculaties die het aanwakkert (waaronder dit verhaal, ik zie zelf ook wel dat ik er met beide benen intrap alsof het een 1 aprilgrap is) , de bereidheid van het publiek om een nog grotere stap te omarmen: al die respons is voor de engineers én marketeers in Waterloo minstens zo waardevol als de testdata van de teamrijders. Ongetwijfeld zijn zij achter de schermen al stappen verder. Maar marktrespons kan een ontwerp bijsturen. Of een heel project. Of in elk geval de marketinginsteek grondig sturen.
En dat maakt dit moment belangrijk. Want de fietsindustrie lijdt structureel aan FOMO. Fear of missing out: de drang om mee te doen met élke nieuwe ontwikkeling. Niet omdat de markt erom vraagt, maar omdat stilstaan voelt als achterblijven. Je ziet exact hetzelfde gebeuren bij de wedloop naar meer motorvermogen bij e-mtbs. Zonder dat ook iemand in de industrie zich lijkt af te vragen waar het op langere termijn allemaal toe leidt. In het geval van mountainbikes die inmiddels meer crossmotor zijn dan een fiets, is sluiting van trails een concreet thema. Dat gevaar lopen we met 32-inch wielen niet, maar één ding is wél universeel. Dit soort FOMO-gedrag leidt onherroepelijk tot enorme investeringen, complexere producten en hogere prijzen. En dat in een markt die nog steeds met de gevolgen van overproductie te kampen heeft.
Herhaling van Plus-banden-scenario?
Ik vrees dat de industrie nog steeds niet leert van z’n eigen fouten en zie dat rond 32-inch hetzelfde patroon aftekent. Ik wil niet claimen dat de wielmaat op zichzelf geen bestaansrecht heeft, maar wel dat de industrie in het verleden zelden in staat is gebleken om een nieuwe standaard genuanceerd in te voeren. De kans is reëel dat merken die nu al op het tandvlees lopen, toch volop gaan investeren in een nieuwe wielmaat die misschien helemaal niet zo breed wordt opgepakt als gehoopt. Tien jaar geleden zagen we exact dit scenario Plus-banden. 32-inch is geen antwoord op een brede, uitgesproken vraag vanuit de markt. Het is een technische mogelijkheid die zijn weg zoekt naar een probleem dat het kán oplossen.
Als dat probleem eerlijk gedefinieerd wordt, is de oplossing beperkt van omvang: grotere rijders, specifieke toepassingen, logische size-splits. Als de industrie er weer een universele revolutie van maakt, betaalt iedereen de prijs. Letterlijk. En wordt niemand er een betere fietser van. Pak het logischer aan en de markt zou er weleens gezonder van kunnen worden: voor een deel van de markt is er een voordeel te behalen voor een upgrade in wieldiameter. Een argument dat velen écht wel begrijpen, zonder dat dat andere deel van de markt wordt opgezadelt met een belofte niet waar gemaakt kan worden.
Als de branche dat niet wil of kan, dan is in mijn optiek de prullenbak – net als bij die Plus-banden – het enige valide alternatief voor 32-inch. Het is een argument tegen de reflex om elke innovatie tot nieuwe standaard te verheffen voordat de vraag gesteld is of dat ook nodig is. Trek kan daar hopelijk iets in betekenen. Ze hebben de schaal, de reputatie en blijkbaar ook de bereidheid om bewuste keuzes te maken, zoals dit prototype – en achterliggende gedachte hem niet te lanceren – impliciet laat zien. Ik hoop dat ze die lijn doortrekken.













Mooi artikel! Het toe-overlap probleem in gravel, bestond al op gewone racefietsen, al decennia. Een krom stuur vraagt om een korte stuurpen en kromstuurrijders zijn ook nog eens gewend aan steile stuurhoeken. Of dat nu echt beter is dan een meer gematigde oplossing, maakt niet uit, ze weten niet anders en verwachten dat. Toen 29 inch ten tonele kwam als alternatief voor 26 inch was er maar één opgave: niet teveel tekort doen om wendbaarheid. Daar werden oplossingen voor gevonden, en in maar S of zelfs M leverde dat dan toe overlap op. Sindsdien is er in XC voor gekozen… Lees meer »
Jeroen, dit artikel is voor jou extra relevant. Dicky is bijna exact jouw lengte, meen ik. https://bikerumor.com/interview-32-inch-wheel-madness-with-dicky/ Als je niet heel de tijd stoer achter je zadel hangt of manuals over dennenappels doet, hoeft de grotere wielmaat niet perse een belemmering te gaan zijn. De wielen zijn 9% groter, maar dat betekent geenszins dat de minimum rijderlengte 9% groter wordt. Bedenk je, dat rijders veel korter dan jij ook prijzen winnen met 29″, en een 32″ fiets qua geometrie amper langer hoeft uit te pakken. Als je iets korters wilt dan je favoriete 29″er, zou dat zomaar eens mogelijk kunnen… Lees meer »
Met een lichaamslengte van 201 centimeter vind ik het in ieder geval die ik zal blijven volgen