
Cannondale Factory Racing stopt: einde van een tijdperk
Cannondale Factory Racing is een raceformatie die eigenlijk z’n gelijke niet kent. Ik ben van een leeftijd dat ik ermee opgroeide. Ik kocht magazines en bezocht bikeshops rond dezelfde periode dat dit team aan zijn opmars begon. Met rijders als Tinker Juarez, Missy Giove en Miles Rockwell, die even flamboyant waren als het merk zelf. De teamrijders waren steevast het uithangbord bij reclameuitingen in de magazines en op posters in de bikeshop. Voeding voor pubers zoals ikzelf om uitgedaagd te worden om te gaan mountainbiken.
Nu, aan het einde van dit wereldbekerseizoen, trekt Cannondale er de stekker uit. 2026 wordt het laatste jaar onder de naam Cannondale Factory Racing. Niet omdat rijders niet meer presteren., ook niet omdat een grote sponsor wegvalt. Het merk zet er zélf een punt achter.
In het persbericht noemt Cannondale het een viering: een dankjewel van een seizoen lang aan de rijders, staf en fans. Als vervanging kondigt Cannondale de ‘Rogues’ aan. Vanaf januari 2027 brengt het merk daarmee een breder programma met en combinatie van professionele coureurs, “content creators”, “community leaders” en “emerging voices” die actief zijn bij het mountainbiken en gravelbiken en alles daartussenin. Een interessant besluit dat niet alleen uit nood lijkt te zijn geboren, maar misschien ook wel eens een goede stap vooruit kan zijn voor de sport.

De context: zwaar weer in de industrie én te hoge drempel voor de wereldbeker
Het stoppen van Cannondale Factory Racing roept vragen waarop nog niet echt antwoord gegeven kan worden. Maar een deel laat zich raden. Uiteraard is het ‘gemakkelijk’ in te vullen dat er een kostenaspect is. Zowat elk fietsenmerk heeft het momenteel lastig. Het feit dat Pon.Bike, de eigenaar van Cannondale, onlangs nog aankondigde de assemblagefabriek van Cannondale in Almelo te sluiten, onderstreept dat verder. Pon.Bike is naast Cannondale ook eigenaar van merken als Kalkhoff, Gazelle, Santa Cruz, Cervélo, Focus, Veloretti en Urban Arrow, en heeft verschillende assemblagefabrieken. Daarin meer consolideren om kosten te besparen is niet meer dan logisch.
Een ander aspect is het doel van sponsoring. Volgens mij zit precies daar de crux van het besluit om een punt te zetten achter Cannondale Factory Racing. Sinds de UCI de wereldbeker uit handen heeft gegeven aan Warner Brothers Discovery, zijn de wedstrijden verdwenen achter een betaalmuur en is het volgen van de mountainbikewereldbeker lastiger. Dat dit destijds aan ons verkocht werd als een opmaat naar betere verslaglegging maakt het des te zuurder, want in de kern is er nauwelijks iets veranderd. En ook al zeggen de UCI en Warner Brothers dat de kijkcijfers goed zijn, er is ontegenzeggelijk een grote drempel opgeworpen. Je moet flink fan zijn om te willen betalen om de wereldbeker te bekijken. En een sport die al een gebrek aan instroom van nieuwe enthousiastelingen kent, klinkt dat niet als een logische plek waarin fietsmerken zouden moeten invetseren. Tel daarbij op dat de kosten van wereldbekerdeelname drastisch zijn toegenomen en de puzzel valt vanzelf in elkaar.

Het alternatief: Cannondale Rogues
Met Cannondale Rouges kiest het merk voor een compleet ander podium om z’n fietsen te promoten. Niet één team met een tiental rijders op het hoogste niveau, maar een veel breder gezelschap in diverse disciplines. Daarmee stopt Cannondale dus niet in het investeren in de wedstrijdsport, maar brengt z’n kosten wel meer in lijn met wat het oplevert.
Laat me dit ontleden. Op de eerste plaats is een programma met ambassadeurs in allerlei vormen misschien als schieten met hagel. Maar het is ook een stuk goedkoper. Geen grote teamstructuur met managers, monteurs en een grote teamcamper en dito vrachtwagen. Op de tweede plaats zegt het veel over hoe de wedstrijdsport is geëvalueerd. Door allerlei ambassadeurs op veel verschillende plekken te hebben, is de kans groter dat je als volger van de mountain- of gravelbikewedtrijden wel iemand tegenkomt. Social media heeft daarin een ongekend belangrijke rol ingenomen. Vooral omdat daar geen restricties op zitten. Precies het omgekeerde dus van wat de UCI met vrijwel al z’n sporten doet. Door te partneren met commerciële partijen komt er al snel een betaalmuur omheen. Oftewel: zelfs al heb je het beste team ter wereld, als niemand kijkt, is het weggegooid geld. Dan kun je net zo goed wat fietsen met korting of geheel gratis weggeven aan merkambassadeurs. En ja… dat is dus exact wat Cannondale nu doet.
Veel meer lokale ondersteuning
Naast toprijders wil Cannondale met z’n Rogues-programma dus een veel bredere groep formeren. En precies daar zit een essentieel verschil, als je kijkt naar het soort relatie dat met name de lokale ambassadeur opbouwt. Een wereldbekerrijder is voor de gemiddelde fan een verre, bijna abstracte figuur. Tof om naar te kijken, maar zelden iemand die je daadwerkelijk tegenkomt. Een lokale ambassadeur is dat per definitie wél. Die rijdt in dezelfde bossen of op dezelfde gravelpaden. Bericht daar zichtbaar over op sociale media en is vaak verbonden aan de dealer waar je zelf komt. Dat soort zichtbaarheid creëert een type sympathie die een wereldbekerteam, hoe goed ook, principieel niet kan bieden. Het versterkt meteen de band met de lokale dealer, die in dit verhaal toch vaak het onderbelichte sluitstuk van de keten is.
Nieuw is het concept van dit soort lokale ondersteuning niet. Cannondale had jaren een soortgelijk grassroots-team SoBe/Cannondale genaamd. Met Cannondales Rogues lijkt het merk dat scenario (deels) opnieuw leven in te blazen.
Precedent voor de toekomst van de wereldbeker?
De keuze om het merk breder en laagdrempeliger op de radar te krijgen via Cannondale Rogues is dus goed te volgen. Maar het is wel een opvallende zet voor een merk met deze geschiedenis. En daarom telt het zwaarder dan wanneer een willekeurige kleinere fabrikant hetzelfde had aangekondigd. Cannondale heeft decennialang gegolden als een van de meest herkenbare gezichten van de wereldbeker. Als zelfs zo’n naam concludeert dat een fabrieksteam de investering niet meer waard is, dan is dat een signaal dat verder reikt dan dit ene merk.
Andere fabrikanten zullen dit besluit van Cannondale nauwlettend volgen. Niet alleen omdat velen ook al twijfelen, maar met name omdat Cannondale nu mogelijk laat zien dat het mogelijk is een fabrieksteam af te bouwen zónder het merk te beschadigen. Of dat dat werkelijk zo uitpakt is natuurlijk nog maar de vraag. Maar eerlijk gezegd, kijkende naar het ‘succes’ van de wereldbeker in z’n huidige vorm en de verschuiving van de aandacht naar naar het gravelbiken, lijkt de kans best met groot dat de move van Cannondale succes heeft. En dát zou de drempel voor andere fabrikanten om hetzelfde te doen een stuk lager maken. Op termijn kan dat de opmaat zijn naar een wereldbeker met een flink uitgedunde startlijst.
Is dat per se slecht? Niet noodzakelijk. De huidige vorm van de wereldbeker, met een betaalmuur tussen de sport en de gemiddelde fan, is op z’n zachtst gezegd discutabel. Dat een wedstrijdserie zichzelf moet kunnen bedruipen snap ik best, maar de afgelopen jaren laten ook zien dat de gekozen route de sport bepaald niet verder heeft gebracht. En dat zal niet uit zichzelf veranderen. Een exodus van grote sponsoren gaat dat effect wél hebben.

Wat betekent het einde van Cannondale Factory Racing voor de gemiddelde mountainbiker?
Kunnen we zonder een wereldbeker met fabrieksteams? Vermoedelijk wel, want een groot deel van de achterban kijkt toch al niet meer nu de wedstrijden achter een betaalmuur zitten. De achterban is dus eigenlijk al gewend aan een sport zonder die zichtbare top. Toch is dat geen onschuldige constatering. Het bestaansrecht van een wereldbeker zit in spanning en sensatie. Het voedt dromen, het inspireert om zelf op de fiets te stappen. Maar als bijna niemand het nog kan zien, slaat het zijn doel volledig voorbij.
De crux is dat het kanaal is veranderd. Een livestream achter een betaalmuur kan simpelweg niet op tegen de laagdrempeligheid van social media. En ook al is de inhoud daar vaak oppervlakkiger, kanalen als YouTube en Instagram bieden een reëel alternatief. Dat zien we vooral bij gravelraces. Daar claimt de UCI nauwelijks (nog) beeldrechten simpelweg omdat het merendeel van die wedstrijden niet eens onder de vlag van de UCI wordt gereden. Een like hier, een swipe daar en je telefoon is al snel een toegangspoort tot veel content die zelfs in z’n vluchtigheid kan inspireren. En doordat bij veel gravelraces amateurs ook nog tussen de profs kunnen starten, ontstaat een combinatie die veel effectiever werkt dan de mountainbikewereldbeker ooit kan.
Cannondale’s stap zou zeker gevolgd mogen worden
Dat Cannondale zijn Factory Racing-team stopt om vervolgens te investeren in Cannondale Rogues, dat precies deze kanalen voedt, klinkt dus niet alleen logisch maar is vooral als iets dat naadloos past bij hoe de wereld er nu uitziet.
Het gaat daarbij niet alleen om een ander kanaal, maar tevens om andere idolen. Een wereldbekerrijder inspireert van afstand, terwijl een lokale ambassadeur letterlijk naast je kan staan, bij de dealer om de hoek of op het parcours dat je zelf rijdt. Dat is een directere investering in de fietser zelf, in plaats van in de fan die van afstand toekijkt. Cannondale laat hiermee zien welke investeringen wel of niet zinvol zijn. Niet in het verkopen van fietsen via de duurbetaalde posterboys en -girls, maar door de sponsoring van lokale fietsers. Fietsers die dus ook dichter op jouw lol van de sport te zitten. En precies het enthousiasmeren, het voeden van dat plezier, daar ontbreekt het al jaren aan in de fietsindustrie. Wat Cannondale dus nu doet, zou wat mij betreft dus zeker volop gevolgd mogen worden.










