Tekst: Sebastiaan Kruik // Foto’s: Arjan Kruik
Linkglide: robuust alternatief voor Hyperglide+
Eén maal twaalf is inmiddels de norm op mountainbikes. Al vanaf duizend euro haal je een bike in huis met twaalf versnellingen. Maar is meer altijd beter? Shimano meent van niet. Althans, als het gaat om de aspecten ‘schakelen onder last’ en ‘levensduur’. Met name op e-mountainbikes heeft de transmissie het enorm zwaar te verduren, zeker nu het trapkoppel van de e-bike-motoren alsmaar hoger wordt. Honderd newtonmeter of meer is al lang geen uitzondering meer. En probeer dát als derailleursysteem maar eens te verwerken.
Shimano’s reactie op deze uitdagingen heet Linkglide. Voor wie dat woord niks zegt: Linkglide is de schakeltechnologie die Shimano vier jaar terug introduceerde als alternatief voor de eigen Hyperglide+-technologie. Die laatste vind je terug op alle moderne mountainbike-, gravelbike- en racefietsgroepen. Dankzij specifiek vormgegeven cassette’s en kettingen verloopt het schakelen met Hyperglide+ extreem soepel en snel.
Maar – en dat is ondanks alle kwaliteiten van Hyperglide+ best een grote ‘maar’ – Shimano’s Hyperglide+-systemen laten op e-bikes regelmatig een steekje vallen. Linkglide daarentegen is wél opgewassen tegen de hogere kettingspanning op een e-bike. Het systeem werkt tot maximaal elf versnellingen, mist de multishift-functionaliteit van de Hyperglide+-systemen en heeft een geheel stalen cassette met bredere tanden die – en dat is feitelijk de crux – bovendien zodanig geprofileerd zijn, dat de ketting zich vrijwel zonder schokken van de ene naar de andere kans kan verplaatsen, zélfs als de motor er volle bak aan sleurt. Onze test van de Shimano XT Linkglide-groep was wat dat betreft niets minder dan een openbaring.
Linkglide werkt óók op spierfietsen
Maar de mountainbike in deze test heeft toch helemaal geen motortje? Klopt. Dat zit zo: op basis van de Linkglide-technologie heeft Shimano inmiddels een hele productfamilie opgebouwd. Je vindt Linkglide namelijk niet alleen op XT en Deore-niveau, maar eveneens in de 9-, 10- en 11-speed budgetgroepen die Shimano onder verzamelnaam Cues in de markt zet. En die Cues-groepen tref je niet alleen aan op e-bikes, maar tevens op spierfietsen. Vreemd? Eigenlijk niet. Doordat de Cues-componenten in staat zijn de trapondersteuning van een krachtige elektromotor zonder haperen op te vangen, zijn ze bij uitstek ook geschikt voor fietsers die voor hun mountain- of gravelbike een probleemloos schakelsysteem zoeken.
Probleemloos én bovengemiddeld degelijk, want schakelgroepen met Linkglide gaan langer mee. Ik leg je onder het overzicht met prijzen en specificaties uit hoe dat kan.
Shimano Cues Linkglide U8000: prijzen en specificaties
Cassette: Cues 11-speed 11/50-tands (CS-LG700)
- Vertanding: 11-13-15-17-20-23-26-30-36-43-50
- Gewicht: 621 g
- Materiaal: staal en aluminium
- Uitsluitend te gebruiken met 11-speed Shimano Linkglide-systemen
- Prijs: € 54,95 (adviesprijs)
Derailleur: Cues Shadow Plus 11-speed (RD-U8000)
- Gewicht: 310 g
- Materiaal: aluminium spider, stalen kransen
- Min./max. schakelcapaciteit: 11/50-tanden
- Prijs: € 74,95 (richtprijs)
Cranks: Cues 1×11-speed (FC-U6000-1)
- Gewicht: 930 g
- Materiaal: aluminium (crank-armen) en staal (as en kettingblad)
- Lengte cranks: 170 mm (getest) en 175 mm
- Profiel kettingblad: dik-dun-vertanding (Shimano Dynamic Chain Engagement)
- Vertanding kettingblad: 30 en 32 (getest)
- Prijs: € 55,95 (richtprijs)
Trapaslager: Cues (BB-MT500-PA)
- Gewicht: 74 g
- Asdiameter: 24 mm
- Montagestandaard: pressfit
- Afmetingen: 41 x 89,5/92 mm
- Prijs: € 24,95 (richtprijs)
Ketting: Cues Linkglide 11-speed (CN-HG701-11)
- Gewicht: 292 g (126 schakels)
- Materiaal: staal
- Inclusief Shimano quick-link
- Prijs: € 29,95 (richtprijs)
Schakelaar: Cues 1×11-speed I-Spec II (SL-U8000)
- Gewicht: 187 g
- Opschakelen naar lichter verzet: maximaal twee kransen per klik
- Afschakelen naar zwaarder verzet: één krans per klik
- Prijs: € 44,95 (richtprijs)
Remmen: Cues (BR-U8000) incl. metallic remblokjes
- Gewicht: 282 g voor, niet ingekort), 289 g (achter, niet ingekort)
- Aantal zuigers: twee
- Remvloeistof: minerale olie
- Montagestandaard: flatmount
- Prijs: € 49,95 (per stuk, richtprijs)
Resin-remblokjes (optioneel): Shimano J05A-RF
- Gewicht: 25 g per paar
- Materiaal remvoering: organisch/resin
- Incluisief lichtmetalen koelribben
- Prijs: € 18,95 (per paar, richtprijs)
Remschijven: Shimano SM-RT66
- Gewicht: 165 g (per stuk, 180 mm)
- Materiaal: staal
- Montagestandaard: zesgaats
- Prijs: € 24,95 (richtprijs)
Meer info: bike.shimano.com
Speciale Linkglide-cassette is de basis
Shimano brengt z’n Cues groepen in verschillende uitvoeringen. Voor mountainbikes, voor gravelbikes en racefietsen, met cassettes voor negen-, tien- of elf-speed, met enkel of dubbel voorblad, met mechanische of hydraulische schijfremmen. Bij de door mij gereden Cube Stereo One22 (test hier) gaat het om de Cues U8000-groep met 11-speed-cassette, enkelvoudig 32-tands voorblad en bijpassende hydraulische schijfremmen.
De basis van Cues U8000 is een 11/50-tands Linkglide-cassette. Alhoewel die er tamelijk conventioneel uitziet, is het tegendeel waar. Zo zijn alle kransen van staal, óók de grotere. Dat drijft het gewicht op: ondanks de toepassing van een aluminium spider weegt de Cues LG700-cassette op de Cube Stereo 621 gram. Het aantal kransen is zoals gezegd slechts elf, dus eentje minder dan de twaalf die we tegenwoordig gewend zijn. Waarom ‘maar’ 11-speed bij Cues Linkglide? Simpel: door met elf versnellingen te werken, creëerde Shimano ruimte voor dikkere kransen. Dat maakt ze niet alleen steviger en slijtvaster, maar biedt tevens de mogelijkheid meer geprononceerde schakelhulpen aan te brengen.
Die schakelhulpen zijn bovendien zeer specifiek gepositioneerd. Beide kenmerken resulteren er niet alleen in dat de ketting zich nagenoeg uitsluitend bij zo’n schakelhulp van de ene naar de andere krans verplaatst, maar tevens dat de spanning op ketting gedurende het verloop van de schakelactie gelijkmatiger is. Hierdoor blijft het schokje in de ketting achterwege, dat je bij conventionele derailleursystemen met name bij het afschakelen naar een kleiner kransje soms kunt ervaren.





Conventionele derailleur, versteller en ketting
Zo bijzonder de Linkglide-cassette bij nadere beschouwing is, zo ‘gewoon’ zijn de overige onderdelen van deze groep. Natuurlijk, als je een 11-speed Cues Linkglide-derailleur naast bijvoorbeeld een 12-speed Deore Hyperglide+-derailleur legt, dan zijn er zeker verschillen. Maar qua werking zijn beide derailleurs gelijk. Hetzelfde geldt voor de ketting. Alhoewel de 11-speed Cues Linkglide-ketting volgens Shimano specifiek is bedoeld voor dit systeem, geven de Japanners tegelijkertijd aan, dat iedere andere 11-speed Shimano-ketting eveneens werkt.
Ook de Cues-versteller rechts op het stuur lijkt sterk op de verstellers uit reguliere Shimano-groepen, maar desondanks zijn ze niet identiek. Het binnenwerk van de Linkglide-versteller is niet alleen zodanig afgesteld dat deze niet meer dan elf kransen kan verwerken, maar tevens zijn er beperkingen aangebracht in het aantal versnellingen dat je in één keer kunt schakelen: maximaal twee omhoog en slechts ééntje omlaag.











Hydraulisch remmen zonder fratsen
Net als de derailleur en de schakelaar zien de Cues U800-remmen er zeer hoogwaardig uit. Fraaie metallic lak, een I-Spec II-klemband voor een strakke integratie met de shifter, gereedschapsloze verstelling van de reikwijdte van de remhendel. Verbeterpunt is het rubber afdekkapje bij de verbinding tussen de remleiding en de remhendel: dat kapje trilt telkens los.
Omdat Cues U800-remmen eveneens op trekking- en toerfietsen gemonteerd worden, zijn de remgrepen lang genoeg voor gebruik met twee vingers. Maar als je ze voldoende naar binnen plaatst, is bediening met één vinger – zoals dat eigenlijk heurt op mountainbikes – ook geen probleem. De remkracht en vooral de doseerbaarheid zijn ronduit goed, vanwege de iets langere remhendels wat mij betreft zelf beter dan bij Deore- of zelfs XT-remmen.
Puntje van aandacht zijn de remblokjes: Shimano levert de Cues U800-remmen af fabriek met metallic remblokjes, maar voor deze test heb ik zachtere en meer direct aangrijpende resin-blokjes gebruikt. Met name op lage snelheid hebben dit soort remblokjes mijn voorkeur. Als bonus zijn ze bovendien uitgerust met geïntegreerde lichtmetalen koelribben.
Tot slot nog even de remschijven met de fraaie naam SM-RT66. Het staal van deze gestanste rotors is niet echt hard en bovendien blijft er door de wat onregelmatige stansstructuur modder en vuil op het oppervlak van de schijf achter, wat bij nat weer de remkracht reduceert en op de langere termijn voor versnelde slijtage zorgt. Hier loont een upgrade naar betere remschijven, bij voorkeur met Shimano’s sublieme Freeza-schijven.






Shimano Cues U8000 in de praktijk
Foutloos schakelen
Over het functioneren van 11-speed Shimano Cues met Linkglide kan ik kort zijn: dit schakelsysteem werkt feilloos. Wat je ook doet, de transmissie geeft geen krimp. Het schakelen verloopt soepel, trefzeker en zonder schokken. Wel duren de schakelacties wat langer dan bij een conventioneel derailleursysteem met Hyperglide+. Dat is een logisch gevolg van de strategie die Shimano gevolgd heeft om de schakelprestaties te optimaliseren; de ketting verplaatst zich namelijk uitsluitend op de door Shimano voorziene punten van de ene naar de andere krans. Die relatieve traagheid lijkt mij eerlijk gezegd geen zwaarwegend nadeel. Als je het hele jaar door ongecompliceerd wilt kunnen toeren, zijn betrouwbaarheid en bedrijfszekerheid veel belangrijker dan pure schakelsnelheid.
Zoals ik bij de introductie hierboven al schreef, is het beperken van het aantal versnellingen dat je per schakelactie kunt op- en afschakelen een ander element van de strategie die Shimano gevolgd heeft om het schakelen zonder fouten te laten verlopen. Maximaal twee kransjes lichter, slechts eentje zwaarder. Voor wie van een Shimano-groep met Hyperglide+ komt is dat wennen, want je kunt de ketting aan de voet van een steile klim niet in één beweging drie kransen omhoog duwen. Aan de andere kant: een paar keer extra klikken en de ketting belandt ook probleemloos op de juiste plek.


Kleiner bereik, maar niet té klein
Met een 11/50-vertanding is het schakelbereik van de Cues-cassette 455 procent. Dat is fors minder dan de 510 procent die een actuele 12-speed 10/51-cassette in petto heeft. Maar mits de lichte en zware versnellingen overeen komen met de behoefte van de berijder, kan een bereik van 455 procent in de praktijk prima voldoen. Tijdens het rijden van de Stoneman Arduenna, de bijna tweehonderd kilometer lange tocht waarmee ik deze test heb afgerond, kwam ik met het 32-tands voorblad en de vijftig aan de achterkant geen lichte versnellingen tekort. Het zwaarste verzet had in sommige flauwe afdalingen zo nu en dan wel wat zwaarder gemogen. Maar hey, de Stoneman is geen wedstrijd.
De remmen heb ik hierboven eigenlijk al besproken: niks mis mee. Oké, de ergonomie van de éénvinger-grepen uit de Deore- en XT-serie is wat mij betrfet beter. Maar uiteindelijk wen je best wel snel aan de tweevinger-grepen op de Cues U8000-remmen, met als bonus dat je vanwege die wat langere remhendels een nét wat gunstigere hefboom hebt om kracht te zetten. Natuurlijk, de Cues U800o-remmen missen de Servowave-technologie van de Deore- en XT-remmen, maar of dat een nadeel is, is vooral een kwestie van smaak. Persoonlijk bevalt het wat directere karakter van de Cues U8000-remmen me erg goed.


Langere levensduur?
Als onze test in 2024 van de Shimano XT Linkglide-groep ons iéts geleerd heeft, dan is het wel dat wat lang heel blijft op e-bikes, nóg langer meegaat op een spierfiets. Voor Shimano Cues U8000 met Linkglide gaat dat eveneens op. Oké, over de exacte hoeveelheid kilometers die de Cues U8000-groep de afgelopen maanden heeft gedraaid, tast ik een beetje in het duister. Nadat ik de groep op de Stereo One22 – de privé-bike van Velozine-vriend Henk – gemonteerd had, is deze in eerste instantie door Henk gebruikt voor het rijden van tochten op de mountainbikeroutes rond en op de Heuvelrug. Vervolgens heb ik er een aantal vaste routes op de Brabantse Wal mee gereden, plus de Stoneman.
Ik schat de tot nu toe afgelegde afstand in op een kleine duizend kilometer. Die afstand is de groep niet aan te zien. Cassette, ketting en voorblad zijn nog lang niet aan vervanging toe. Daarbij moet ik wel opmerken, dat de kilometers zijn afgelegd onder droge omstandigheden. Het heeft de afgelopen maanden nou eenmaal zeer weinig geregend. Bovendien hebben we gereden met een gewaxte ketting. Zoals ik al eerder betoogd heb: harde wax is het behoud van je aandrijflijn en dat is ook nu wederom het geval.
Beetje onbevredigend? Beetje wel. Gelukkig is de Cube Stereo One22 met Cues U8000 voorlopig nog niet uitgerangeerd. Henk heeft ons namelijk beloofd de groep helemaal op te rijden. Zodra dat het geval is, zullen we dat hier melden. Maar ik waarschuw je alvast: gezien onze ervaring met XT Linkglide zou dat nog best wel een tijdje kunnen duren…
Conclusie
Cues U8000 met één maal elf versnellingen op een mountaibike? Ik ben er fan van. Deze Shimano-groep met Linkglide-schakeltechnologie verheft een goedkoop instapmodel als onze Cube Stereo One22 naar een niveau dat z’n aanschafprijs ruimschoots overstijgt. Want hoe sneu het ook voor Sram is: de GX- en NX-componenten die af fabriek op de Stereo One22 zaten, kunnen nog niet eens in de schaduw staan van van Shimano’s Cues U8000. Niet qua betrouwbaarheid en precisie en al helemáál niet qua levensduur.
En ook de hydraulische remmerij van Cues is ronduit goed. Niet te zwaar, lekker opgeruimd dankzij I-Spec II, voldoende krachtig en aangenaam doseerbaar. Alleen de gestanste schijven zijn mijn ding niet. Maar hoe erg is dat? Voor een paar tientjes extra monteer je luxere schijven.
Natuurlijk, als de weegschaal je leidraad is bij het kopen van een nieuwe mountainbike of een nieuwe groep, zijn er lichtere alternatieven. En ook qua schakelsnelheid zijn de Shimano-groepen met Hyperglide+ superieur. Maar kijk je puur naar de functionaliteit, dan doet Shimano met 11-speed Cues U8000 de duurdere 12-speed mountainbikegroepen uit eigen huis keihard concurrentie aan. Sterker nog: als lévensduur je primaire drijfveer is, dan kan Cues U8000 met z’n elf versnellingen wel eens een bétere keus zijn dan z’n duurdere familieleden met twaalf verzetten. Nu nog een crankset met lichtgewicht Hollowtech-cranks en Shimano’s beproefde klemsysteem en deze groep is nagenoeg perfect.
Reactie van Rik Looijen, Shimano Benelux
Jullie hebben goed beschreven wat Cues anders maakt en waardoor dat komt. Voor de volledigheid heb ik nog wel een aantal aanvullingen op jullie test. Allereerst de kleine stelschroefjes van de Cues-deraileur. Die zijn bewust zo klein gemaakt; allereerst om de kans te verkleinen dat consumenten onbedoeld aan de verkeerde stelschroefjes gaan draaien, daarnaast om te voorkomen dat er teveel kracht op gezet wordt.
Over het standaard leveren van metallic remblokjes bij de Cues-remmen is eveneens nagedacht. Metallic blokjes gaan in de regel langer mee, wat een groot voordeel is op zwaardere fietsen en e-bikes waarop je de Cues U8000-groep vaak aantreft. En levensduur is, zoals jullie terecht aangaven, een van de speerpunten van Cues. Daarnaast zijn metallic blokje doorgaans minder bijterig dan resin-blokjes, wat voor de kopers van een Cues-groep eveneens een pluspunt is.
De keuze alleen de relatief zware Cues U6000-cranks te leveren komt voort uit een tweede speerpunt: het bieden van een aantrekkelijke prijs. Dat gezegd hebbende: de Cues-familie is nog volop in beweging, dus wat er nu niet is zou best nog kunnen komen.


















