Tekst: Remco van den Heuvel // Foto’s: Arjan Kruik
Deels is de elektrificatie van het schakelgebeuren overigens óók in het belang van de fietsfabrikant. Immers, bij een elektrische groep hoeven geen kabels getrokken te worden. En in een industrie waarin arbeid zo’n beetje de hoogste kostenpost is, tikt zo’n besparing lekker door.
Van mechanisch naar elektrisch: wat kost dat?
De GRX RX717 Di2-groep die door Velozine op mijn gravelbike is gemonteerd, vervangt een mechanische 2×11-groep uit de GRX 600-serie. Alles is vernieuwd: de transmissie, grepen, remmen en remschijven. Wat dat kost? Dat is lastig te zeggen, in de fietsbranche en zeker in de fietsónderdelenbranche gaat er zelden een artikel over de toonbank voor de adviesprijs. Daarnaast is het de vraag of het wel nodig is om álles te vernieuwen. Als je, zoals ik, van een mechanisch 2×11-systeem naar een elektrisch 1×12-systeem wilt overstappen, dan zouden een Di2-derailleur, een 12-speed cassette, een enkelvoudig voorblad en een nieuwe rechter remgreep ook volstaan. O ja, én een nieuwe cassette-body, want wie van 2×11 naar 1×12 gaat moet de klassieke HG-body vervangen door een Shimano MS-body. Ales bij elkaar moet je dus ook in het gunstigste scenario toch wel rekenen op een honderdje of acht à negen.
De eerlijkheid gebied me te zeggen dat GRX 717 Di2 niet mijn eerste keus was voor montage op mijn eigen gravelbike. Ja, ik wilde graag overstappen op een Di2-systeem. Maar dan het liefst in een 2×12-configuratie. De reden: ik was bang dat ik met een 1×12-systeem de kleine tussenstapjes zou missen die zo kenmerkend zijn voor een 2×11- of 2×12-systeem. Gelukkig blijkt die angst in de praktijk grotendeels ongegrond. Maar voordat ik daar op verder ga, neem ik hieronder eerst even details van de groep met je door.
Specificaties en gewichten
Je kiest voor elektrisch schakelen omwille van de consistentie; geen staalkabeltjes die rekken of door vocht en vuil stroef gaan lopen. Of omdat de bediening minder kracht kost én bovendien persoonlijk is af te stemmen. Voor een lager gewicht? Daar blijft de mechanische optie bij Shimano’s GRX in het voordeel. En ook als je voor de minste euro’s twaalf versnellingen wilt. In onderstaande tabel staan de specifieke Di2-onderdelen op RX827- en RX717-niveau (zoals we hier hebben getest), naast de mechanische tegenhangers uit de RX800-serie.

Opmerking: de aangegeven verschillen onderaan de tabel zijn respectievelijke meergewicht en meerprijs. De prijzen zijn adviesprijzen, de marktprijzen liggen – afhankelijk van waar je koopt – over het algemeen (veel) lager.
Website fabrikant: bike.shimano.com
GRX RX717 Di2: mix van bestaande componenten
Als je er induikt, dan blijkt Shimano’s GRX RX717 Di2-groep een ratatouille aan onderdelen. Op het label na is de GRX 717-derailleur identiek aan een Deore Di2-mountainbikederailleur. Dito voor de 12-speed 10/51-cassette: ook die komt van de plank met Deore-onderdelen. Voor de verstellers annex remgrepen heeft Shimano weer een ander laatje opengetrokken, dat waar de 105-racefietsonderdelen liggen. Is dat erg? Wat mij betreft totaal niet. Want waarom opnieuw het wiel uitvinden? Wat op de mountainbike of racefiets goed werkt, doet het natuurlijk ook prima op een gravelbike.
De verschillen met de GRX RX827 Di2-groep, de test van collega Jeroen vind je hier, zitten voornamelijk in het gewicht en in de beschikbaarheid van bepaalde functionaliteiten. Zo heeft de GRX 827 Di2-derailleur een aluminium kooi en moet de geteste GRX 717-pendant het doen met zwaarder staal. En bij de schakelaars is het extra knopje bovenop de rubber handgrepen, waaraan je door middel van de Shimano-app een extra functie kunt toewijzen, niet aanwezig. De cranks uit de GRX 600-serie zijn massief en niet hol, zoals de GRX 800-cranks. Maar laten we wel zijn, dat zijn geen verschillen waar je als gravelbiker ’s nachts van wakker ligt.
Nog even over de derailleur: alles dat de duurdere Di2-derailleurs zo robuust en betrouwbaar maakt, zit eveneens op de GRX 717. En dus oogt ook deze Di2-derailleur niet bepaald slank; de geïntegreerde batterij vraagt nu eenmaal om ruimte. Maar gelukkig zit het meeste volume uit de weg, veilig verstopt ónder de cassette. En mocht je tóch wat raken, dat beweegt het hele spul dankzij een ingenieus mechanisme met de impact mee, zodat schade wordt voorkomen.







Hydraulisch vertragen zonder fratsen
Om een zo compleet mogelijk beeld te kunnen schetsen van de GRX 717-groep, heeft Velozine mijn gravelbike ook uitgerust met nieuwe remmen. Maar laten dat nou precies dezelfde remmen zijn die ik al had. De GRX 717-groep maakt namelijk gebruik van remmen uit de GRX 400-serie. Qua functioneren is er dus geen verschil. De doseerbaarheid is goed, de beschikbare remkracht eveneens. Oké, de 717-remhendels missen de servowave-technologie van duurdere modellen, maar ik vind het meer lineaire gevoel van de GRX 717-remmen eigenlijk best wel fijn.
Enige puntje van aandacht zijn de meegeleverde remschijven met de fraaie naam SM-RT64. Het staal van deze gestanste budget-rotors is nogal zacht en bovendien blijft er door de wat onregelmatige stansstructuur snel vuil op het oppervlak de schijf achter, wat bij nat weer de remkracht reduceert en op de langere termijn voor versnelde slijtage zorgt. Hier loont een upgrade naar betere remschijven. Als je het geld ervoor kan missen: de lichtgewicht Shimano Icetech-remschijven die ik in de oude set-up op mijn gravelbike had, zijn echt subliem en wat mij betreft de investering waard. En je snapt wel: die schijven zet ik lekker weer terug!

Shimano GRX RX717 Di2 in de praktijk
Razendsnel schakelen
Zoals ik al aangaf: een elektrische 1×12-groep als vervanging van de versleten mechanische 2×11-groep op mijn gravelbike was niet mijn eerste keus. Ik had liever 2×12 gehad. Maar mijn belangrijkste argument tegen één maal twaalf – de grotere tussenstappen tussen de verzetten – blijkt in de praktijk veel minder zwaar te wegen. Terwijl ik van de snelheid, precisie en betrouwbaarheid die de Di2-derailleur levert telkens weer blij word. Het is echt iedere keer weer heerlijk om ermee te rijden, het schakelt echt feilloos. Geen angst voor lege batterijtjes? Natuurlijk, daar moet je rekening mee houden. Maar aangezien ik altijd met een Garmin onderweg ben, is het makkelijk zat de status van de batterijtjes in de gaten houden.
Wel een paar punten van aandacht voor wat betreft de schakelhendels. Zowel de op- als de afschakelhendel zit rechts. Dat werkt op zich fijn, maar ik denk dat ik een systeem à la Sram, met links afschakelen en rechts opschakelen, wat intuïtiever vind werken. Dat kan trouwens ook gewoon, als je dat zou willen. Schaf dan niet de linker GRX 717-remgreep aan, maar een vrijwel identieke Shimano 105-racefietsremgreep. Die heeft namelijk wél schakelhendeltjes. En door middel van de de Shimano-app kun je die zo instellen, dat je daarmee óók een 1×12-achterderailleur kunt aansturen.
Maar los van de al dan niet fijne schakellogica – ik heb naar aanleiding van deze test veel rijders gesproken die de standaard configuratie prima vinden – zou iets meer feedback van de knopjes wel fijn zijn. Een beetje zoals bij de Di2-mountainbikeschakelaars. En dan is er nog de bediening met handschoenen aan. Ja, raar om het daar over te hebben nu de mussen dood van het dak vallen, maar zeker met dikke winterhandschoenen aan is het verschil tussen beide schakelhendeltjes niet altijd goed te voelen.


Zware verzetten zijn niet héél zwaar
Iets anders waar ik tegenaan liep is het formaat van het voorblad. De 40er waarmee de GRX 600-cranset standaard geleverd is voor mij te klein. Regelmatig klonk vanaf de Garmin op m’n stuur een irritant waarschuwend piepje ten teken dat de derailleur niet meer verder naar rechts kan. Ja, ik geef toe, dat is een opvallende constatering op een website waar juist regelmatig betoogd wordt dat de meeste gravelbikes undergeared zijn. Maar op de routes die ik over het algemeen rij, met veel lange rechte en vlakke gravelstroken en een stevig aandeel asfalt, is de 40/10 van de testgroep gewoon zwaar niet genoeg.
Geen onoplosbaar probleem overigens, want het voorblad is makkelijk te vervangen door een groter exemplaar. Ik rij zelf inmiddels met een 44er en die bevalt stukken beter. Niet alleen gebruik ik daarmee gemiddeld genomen grotere kransen, ook is de kettinglijn rechter. Beide resulteren in minder slijtage en weerstand. En met die 44er kom ik in beklimmingen niks tekort. En mocht ik ooit in de gelegenheid zijn een gebied te bezoeken waar 44/51 voor mij te zwaar is, dan heb ik voor die gevallen de oude 40er klaarliggen.
Demping van derailleur kan beter
Is het ‘probleem’ van het voor mij te kleine standaard kettingblad simpel op te lossen, de geringe demping van de derailleur is helaas iets waarmee ik moet leren leven. Alhoewel de twee concentrisch in het kooischarnier geplaatste veren volgens Shimano effectiever zouden moeten zijn dan de conventionele wrijvingsdemper, wordt de ketting toch echt minder goed in toom gehouden dan ik gewend ben van mijn mechanische GRX-derailleur. Vooral op ruwe ondergronden en bij hoge snelheid gaat de ketting een eigen leven leiden. Is dat storend? Nou ja, uiteindelijk wen je aan alles, dus ook hieraan. En functioneel gezien heeft het geen nadelige consequenties. Maar een beetje jammer is het wel, vooral omdat concurrent Sram met z’n Transmission-groepen bewijst dat een nagenoeg klappervrij systeem wel mogelijk is.


Levensduur
Het langdurig testen van onderdelen is altijd lastig. Er zijn zoveel variabelen die de levensduur van een transmissie beïnvloeden, dat er nauwelijks iets zinnig over valt te zeggen. Wax je de ketting of gebruik je olie? Rijd je veel in regen en modder? Maak je je bike na iedere rit schoon? En droog je ‘m daarna af? Ik heb met de testgroep inmiddels iets meer dan 1.500 kilometer afgelegd. Voornamelijk stoffige kilometers, maar aangezien ik m’n ketting altijd wax én daarnaast met twee kettingen rijd die ik om de tweehonderd kilometer afwissel, heeft de aandrijflijn van al dat stof niet heel veel van te lijden gehad. Ik denk dat het schadelijker is geweest dat ik vanwege het kleine voorblad flink veel tijd op de kleinste vier kransen heb doorgebracht. Dat is, zoals je waarschijnlijk wel weet, niet bevorderlijk voor de levensduur.
Desondanks staat de groep er nog goed bij. Natuurlijk, de ketting laat slijtsporen zien en ook de tandjes van de kleinste kransjes zijn licht aangetast. Maar eigenlijk mag het nog geen naam hebben. Daarbij komt dat de ketting vanwege de nieuwe 44er aan de voorkant, nu gemiddeld genomen meer in het midden zit, waardoor de kleinste kransjes nu minder belast. Er zitten dus nog heel wat kilometers in het vat, zo is mijn verwachting.
Over “in het vat zitten” gesproken: ik heb de batterij van de derailleur inmiddels één keer opgeladen, rond de negenhonderd kilometer. Er zat toen nog dertig procent in. Het verbruik van de derailleur valt dus heel erg mee. De batterijtjes in de shifter zijn nog origineel.
Conclusie
Als je m’n verhaal helemaal tot hier hebt gelezen, zou het best kunnen dat je vanwege m’n kritiek de indruk hebt dat ik het helemaal niks vind, die Shimano GRX RX717 Di2-groep. Maar het omgekeerde is waar: ik ben er juist erg blij mee. De snelheid en de precisie van het schakelen, de degelijke constructie van met name de derailleur, de inhoud van de batterij, de handige koppeling met m’n Garmin, het is allemaal ronduit goed. En nu ik een groter voorblad heb gemonteerd, is ook het bereik helemaal naar m’n zin.
Het enige écht fundamentele kritiekpunt is de onrust in de ketting op ruwe wegen en paden. Hier scoort de GRX 717 Di2-derailleur gewoon minder goed dan een mechanische GRX-systeem. Maar ik heb nieuws voor je: dat euvel treft álle Di2-derrailleurs van Shimano, tot de allerduurste aan toe. Lang verhaal kort: wie Di2 wil rijden, moet daar gewoon mee leren leven. En eerlijk gezegd: dat is niet zo moeilijk, want van de rest word ik blij.
Natuurlijk, als het hele spul wat lichter zou zijn, was ik nóg blijer geweest. Maar minder grammen kosten meer euro’s. En als je puur naar de functionaliteit van het derailleursysteem kijkt, doet deze budget-Di2-groep niet onder voor de duurdere pendanten uit eigen huis.











