Tekst: Sebastiaan Kruik // Foto’s: Arjan Kruik

In deze fietstest:
- Introductie
- Framedetails
- Veersysteem
- Geometrie en zitpositie
- Rijervaring
- Afmontage en onderdelen
- Conclusie
- Specificaties en geometrietabel
Unpaved Victor XC: handwerk uit Wijchen
De ‘bijzonderheid’ van een fiets wordt al snel afgemeten aan de prijs. Als een bike maar kostbaar genoeg is, zijn er vanzelf maar weinig andere mensen die ‘m hebben. En al helemaal als zo’n bike over een extra lichte versie van het standaard frame beschikt. Denk aan de S-Works-uitvoeringen van Specialized of de Lab 71-modellen van Cannondale. Licht, luxe en heel erg duur. Maar hoé licht, geavanceerd en exclusief deze uitvoeringen ook zijn, uiteindelijk rijd je toch rond met een fabrieksframe.
Wil je écht iets bijzonders, dan is maatwerk door een ambachtelijke framebouwer een optie. Als het gaat om race- en gravelfietsen zijn er in Nederland nog redelijk wat mogelijkheden, maar wie op zoek is naar een dubbelgeveerde xc-mountainbike heeft veel minder keuze. Tenzij je te rade gaat bij Unpaved. Onder de naam Victor XC brengt deze framebouwer uit in het Gelderse Wijchen een xc-fully in staal of titanium.
Zeker voor wat betreft dat laatste materiaal is Unpaved uniek; voor zover wij weten zijn er geen andere Nederlandse framebouwers die dubbelgeveerde mountainbikes van dit lichte, sterke en duurzame metaal maken. Aan de voorkant heeft de Victor XC 120 millimeter veerweg, achteraan 100. Ik heb dit voorjaar drie weken met een prototype van deze xc-racer kunnen rijden.

Onderdeel van The Bicycle Hub
Unpaved maakt deel uit van The Bicycle Hub, het fietsbedrijvencollectief dat naast Unpaved ook merken als Vittorio, 11 Ants en Rad 15 huisvest. We brachten in het najaar van 2025 een bezoek aan het bedrijf (verslag hier). Dé man achter Unpaved is Michiel Burgerhout, ooit begonnen als de ambitieuze hobbybouwer achter het label Project 12, maar inmiddels fulltime actief bij The Bicycle Hub als ontwerper en lasser van frames van Vittorio, Unpaved en 11 Ants.
Unpaved biedt de Victor XC zoals gezegd aan in staal of titanium. Als frame inclusief demper komt een stalen Victor op 2.950 euro, de titanium uitvoering waarmee ik heb gereden kost 4.750 euro. Voor welk metaal je ook gaat, in alle gevallen wordt de Victor geheel op maat gemaakt, inclusief een met de framemaat meegroeiende liggende achtervork. Wil je je stalen of titanium Victor ook door Unpaved laten opbouwen? Kan ook. Daarbij geeft Unpaved graag advies met betrekking tot de te kiezen componenten. De vanafprijzen van compleet afgemonteerde Victors zijn respectievelijk 6.000 en 7.500 euro.
Duur? Ik zou eerder zeggen: het is veel geld. Maar de grote merken vragen voor hun beste confectieframes niet veel minder. Een frameset van de Specialized Epic World Cup komt bijvoorbeeld op vierduizend euro. En voor een frameset van z’n Supercaliber rekent Trek hetzelfde bedrag. Zo bezien is de 4.750 euro die Unpaved vraagt voor een dubbelgeveerd maatframe dat geheel met de hand in Wijchen is vervaardigd helemaal niet zo gek.

Frame: strak titanium
Michiel Burgerhout is een man met ambitie. Het liefst zou hij álles zelf maken. Laat dat duidelijk zijn: dat is bij de Unpaved Victor niet gelukt. Maar hij komt wel een heel eind. Framedelen als de balhoofdbuis en de hevel die de demper aanstuurt komen uit de CNC-freesmachine van The Bicycle Hub. En ook de fraaie anodisering wordt uitgevoerd in Wijchen. Alleen het 3D-printen van de frameverbindingen wordt uitbesteed aan een externe partij. Uiteraard wél naar het ontwerp van Burgerhout.
Het frame smoelt goed. Niet dat ik wil claimen dat ik gekwalificeerd ben om lasnaden te beoordelen, maar door mijn lekenbril bezien ziet het er strak uit. Dat laatste is trouwens een prima woord om het frame als geheel te beschrijven: strak, precies zoals ik een fiets graag zie.
Dat wil overigens niet zeggen dat de Victor XC saai is. Er is genoeg om naar te kijken. Zoals de 3D geprinte yoke die de liggende achtervork met het voorframe verbindt. Of de achterpatten met verdiept liggend logo. Of het schitterende balhoofdbuisplaatje. En dan is er nog de fraaie anodisering, die het geheel een onderscheidend voorkomen geeft.
En wat weegt dat dan, zo’n titanium fullsuspension? Ik heb zelf de fiets niet gemonteerd om de proef op de som te nemen, maar volgens Burgerhout weegt het testframe inclusief demper 2,45 kilo. Best netjes voor een frame dat niet van carbon is. Een stalen Victor-frame in dezelfde maat komt op 3,65 kilo.








Progressieve geometrie
Als je denkt dat de Victor XC alleen maar onderscheidend is vanwege het materiaal waarvan het frame is gemaakt, dan heb je buiten Michiel Burgerhout gerekend. De geometrie is namelijk anders dan van welke conventionele xc-fully dan ook. Ja, zelfs bij de nieuwe, op het vlak van crosscountry-geometrie toch behoorlijk vooruitstrevende Epic 9 van Specialized (test hier), zijn niet de radicale keuzes gemaakt die Burgerhout bij de Victor XC wél heeft durven nemen.
Ga maar na, de Victor XC in ML zoals ik die getest heb heeft een balhoofdbuishoek van 64,5 graden, een zitbuishoek van 76 graden, een liggende achtervork van 445 millimeter en een trapas-drop van 50 millimeter. Volgens Burgerhout vloeit het één automatisch voort uit het ander. De luie balhoofdbuishoek geeft controle, maar omdat daarbij de vooras naar voren schuift, moet ter compensatie de achteras meer naar achteren, zodat het zwaartepunt mooi tussen beide wielen blijft. En de lage trapas is dan een mooi middel om het zwaartepunt tússen de wielen te krijgen in plaats van erboven, voor nog meer controle.
De overige maten van de Victor voldoen overigens veel meer aan de huidige consensus. Een reach van 465 millimeter is helemaal niet zo ongebruikelijk in een frame met maat ML. Dito voor de stack van 633 millimeter. Maar alles bij elkaar heeft de Victor XC qua geometrie meer weg van een trailbike dan van een xc-racer. Sterker: als ik de maten van mijn eigen Raaw Jibb – een loepzuivere trailbike (test hier) – naast die van de Unpaved Victor leg, zie ik dat ze grotendeels overeen komen. Maar waar de Jibb voor en achter over respectievelijk 140 en 150 millimeter veerweg beschikt, daar moet de Victor XC het stellen met 100 en 120 millimeter…
Nog even dit: onze testfiets is een prototype dat Burgerhout voor zichzelf heeft gebouwd. Alle maten komen dus voort uit zijn eigen lengte en lichaamsverhoudingen. Als je een Victor XC besteld, word je eerst gemeten en pas daarna tekent Burgerhout een daarbij passend frame. Oftewel: honderd procent maatwerk.





Vering
Titanium flex-stays
Zo radicaal als de geometrie van de Victor XC op sommige punten is, zo gewoon lijkt de vering te zijn. De horizontaal onder de bovenbuis geplaatste schokdemper is zo’n beetje de standaard configuratie in xc-land. En net als bij vrijwel alle moderne crosscountry-racers bestaat de achterbrug van de Victor XC uit één stuk, waarbij een gelagerd draaipunt bij de achteras dus ontbreekt. In plaats daarvan kan de slanke staande achtervork enigszins doorbuigen om de vervorming op te vangen die optreedt als het achterwiel inveert.
Echter: deze zogenaamde flex-stays fungeren bij doorbuigen als een soort van bladveer en hebben daarmee invloed op de achtervering. Sommige fabrikanten maken bewust gebruik van deze eigenschap om de gevoeligheid van de achtervering aan het begin van de slag te vergroten, anderen passen het bladveereffect juist toe om de trapefficiëntie te verbeteren. Michiel Burgerhout behoort tot die laatste groep; in ruststand zit er geen spanning in het systeem, zodra je op het zadel plaatsneemt en de Rockshox Sidluxe-demper inzakt tot het sag-punt wel.
Supersoepele voorvork
Zonder al teveel op m’n rij-impressie vooruit te lopen, levert dat een relatief stevig aanvoelende achtertrein op. Veerwacht je een veersysteem dat iedere kiezel gladstrijkt? Dan moet je niet bij Unpaved zijn, het eerste deel van de 100 millimeter veerweg wordt niet al te gretig vrijgegeven. Interpreteer dit niet als kritiek, maar als aanduiding van het karakter van de achtervering van Victor XC. Maar dat is wel een karakter dat het tegenovergestelde is van dat van de voorvork. Die is namelijk juist supersoepel.
Die voorvork van dienst is een Manitou R8 Pro met 120 millimeter veerweg. Ik had nog nooit met deze xc-vork gereden, maar na m’n ritten op de Victor XC ga ik zeker kijken of ik de hand kan leggen op de testexemplaar. Dit is namelijk echt een gevalletje onbekend maakt onbemind. De Manitou R8 spreekt onvoorstelbaar soepel aan, biedt volop ondersteuning in het midden van de veerweg en slaat niet of nauwelijks door. Daarbij is het gewicht aangenaam laag, niet veel meer dan 1.480 gram.



Hoe rijdt de Unpaved Victor XC?
Om met de Unpaved Victor XC het terrein in te gaan hoef ik niet veel te doen. De testfiets is niet alleen de eerste titanium Victor XC die Burgerhout ooit maakte, maar tevens zijn eigen bike-to-go. En aangezien hij redelijk wat zwaarder is dan ik, verlaag ik de druk in de demper om tot de door Burgerhout aanbevolen twintig procent sag te komen. Ook uit de banden laat ik wat lucht lopen. Het stapeltje vulringen onder de stuurpen laat ik bewust zitten, alhoewel het stuur op mijn eigen xc-bike lager staat. Reden: volgens Burgerhout maken de hoogte en breedte van het stuur deel uit van het totaalconcept.
Brabantse Wal
Op m’n vaste route over de Brabantse Wal blijkt de Victor XC al direct een veel vlottere bike dan ik verwacht had. Ondanks de radicale geometrie, heb ik namelijk geen moment het idee dat ik ten opzichte van mijn eigen carbon xc-fully snelheid tekort kom. Sturen doet de Victor XC ook prima, waarbij ik gelijk opmerk dat ik de afgelopen jaren flink wat moderne trailbikes onder m’n kont heb gehad die een soortgelijk stuurgedrag vertonen. Als je van een reguliere crosscountry-fully op de Victor XC overstapt, moet je hoogstwaarschijnlijk even wennen aan het wat relaxte stuurgedrag dat de luie balhoofdbuishoek en het brede stuur opleveren. Je verandert bij voorkeur niet van richting door het stuur te verdraaien, maar door de gehele fiets te laten kantelen naar de binnenkant van de bocht.
Als de Victor XC mijn eigen bike was zou ik het stuur aan beide kanten een centimeter smaller maken. Met name in de rechte stukken merk ik namelijk dat ik m’n handen niet op de handvatten laat rusten, maar net daarnaast. Totaalconcept of niet, een stuur van achthonderd millimeter is voor mij gewoon te breed. Daarnaast heb ik de indruk dat ik in vlakke, haakse bochten veel meer moet opletten dan op mijn eigen, veel kortere en steilere xc-racer. Er lijkt, ondanks de lange achtertrein die dat moet tegengaan, vanwege de zeer luie balhoofdbuishoek toch wat minder gewicht op de vooras te rusten.
Dan de vering. Na een half uurtje trappen stap ik even af om wat druk uit de demper te laten lopen. De souplesse van de voorvork en de relatieve stugheid van de achtervering geven op de wortelpaden van de Brabantse Wal een wat onevenwichtig gevoel. Het verhogen van de sag naar vijfentwintig procent maakt een wereld van verschil; wortels en kuilen worden nu beter geabsorbeerd, waardoor ik makkelijker m’n snelheid vast kan houden en minder vaak uit het zadel hoef te komen om oneffenheden op te vangen. Is het daarmee een vliegend tapijt? Nee, ook bij vijfentwintig procent sag is trapefficiëntie een dominantere eigenschap van het veersysteem dan comfort.
Kwintelooijen
De volgende testlocatie is de mountainbikeroute van Kwintelooijen. In tegenstelling tot de Brabantse Wal tref je hier échte beklimmingen en afdalingen. Op deze zandbult uit de IJstijd komt de Unpaved Victor XC volledig tot z’n recht. Hij laat zich vlot en efficiënt omhoog trappen, met – zolang je op het zadel blijft zitten – zelfs in de steilste wortelsecties heel veel tractie. Als ik vervolgens zo snel als ik kan over het met hoge wortels bezaaide pad naar beneden dender en de opeenvolgende bochten zo vloeiend mogelijk met elkaar probeer te verbinden, doet de Wijchense mountainbike zonder aarzelen precies wat ik wil.
De lange en luie geometrie is hier duidelijk op z’n plaats, maar vlak ook de invloed van de vering niet uit. Dankzij de gevoelige voorvork blijft voorband de ondergrond als een bloedhond volgen, zonder weg te zakken in z’n veerweg. Dito voor de achterkant, die als het nodig is voldoende tegendruk biedt. Eén van de lusjes van Kwintelooijen rijd ik afwisselend met de Victor XC en met mijn eigen xc-bike. Ondanks de identieke veerweg voor en achter is de Victor XC superieur in de afdalingen. Meer rust, meer controle, meer snelheid en meer fun.
Over fun gesproken: lange bikes hebben de naam niet speels te zijn. Ook dat logenstraft Unpaved met de Victor XC. Natuurlijk, je moet wat meer moeite doen om ‘m op z’n achterwiel te trekken. Maar als je daar eenmaal aan gewend bent, zit die lange achterkant op geen enkele manier in de weg. En dan is er nog de pop waarover de achtervering beschikt en die uitnodigt tot springen. Dat wil zeggen: bij de juiste sag. Als ik bij wijze van experiment de negatieve veerweg verlaag naar dertig procent, overvraag ik het systeem. Ja, de vering spreekt dan soepeler aan. Maar gebruikt vervolgens te snel te veel van z’n veerweg. Vijfentwintig procent sag is blijkbaar het gouden midden.




Onderdelen
Unpaved biedt de Victor XC niet alleen als frameset aan, maar desgewenst ook als complete fiets. Aangezien het frame dan geheel naar wens wordt opgebouwd, zijn de onderdelen die Unpaved aan de testfiets heeft gehangen voor potentiële kopers niet heel relevant. Maar omdat ze in een aantal gevallen anders zijn dan wat je op mainstream-bikes ziet, ga ik toch wat dieper op een paar componenten in.
Over het schakelgebeuren kan ik kort zijn. Srams X0 Eagle Transmission doet op de Unpaved Victor wat het ook op alle andere mountainbikes doet: feilloos schakelen. De crank is er een van de Italiaanse fabrikant Ingrid. Die zie je zelden of nooit. De lengte is 170 millimeter en het voorblad heeft 32 tanden. Op die maat is het veersysteem afgesteld, maar een 30- of 34-tands kettingblad past ook. Groter is niet mogelijk.
Ik had eerlijk gezegd een crank uit eigen productie verwacht, ze frezen namelijk zelf ook cranks in Wijchen, maar Burgerhout geeft aan dat die er alleen nog maar zijn met vierkante as.

Remmen: Hope
Zeg “custom-mountainbike” en je zegt “Hope-remmen”. In de wereld van de ambachtelijke mountainbikebouwers zijn remmen van het Britse Hope namelijk veelal the way to go. Het zal wel met de enigszins rauwe, industriële look van Hope-remmen te maken hebben, met duidelijk zichtbare freessporen.
De Hope XCR Pro’s op de Unpaved blinken met hun twee zuigers per remklauw niet uit in pure remkracht, maar ze vertragen de Victor XC meer dan voldoende. En dat ze onder andere vanwege de carbon remhendels maar weinig wegen, is uiteraard mooi meegenomen. Prettig is het lichte gevoel aan de hendel, wennen is het relatief harde drukpunt als de remblokjes op de remschijf aangrijpen.

Wielen: lichtgewicht carbon
De rollende massa is eveneens een tweede blik waard en niet alleen vanwege de karakteristieke remschijven van Hope die aan de fel gele Industry Nine-naven zijn geschroefd. De wielen van de Victor XC zijn opgebouwd met Lucky Jack-velgen van het Franse Duke. Deze lichte, haakloze carbon velgen hebben een binnenbreedte 30,5 millimeter, waardoor de 2.4 inch brede banden mooi vallen.
Ook die banden zijn nogal speciaal. Rond het voorwiel zit een Wolfpack Cross, achter is een iets fijner genopte Wolfpack Speed gemonteerd. Dit relatief jonge Duits bandenmerk is opgericht door Wolfgang Arenz, die in de fietsindustrie zijn sporen verdiend heeft als rubbermenger bij merken als Continental, Schwalbe en Specialized. Black Chili, Addix en Gripton? Allemaal succesvolle compounds die Arenz bedacht heeft. De rubbermix van zijn eigen merk heet ToGuard en heeft als doel een optimale balans te vinden tussen rolweerstand en grip.
Bij de Wolfpack Cross en Speed lijkt die opzet geslaagd. Deze xc-banden rollen lekker licht, bieden veel comfort en komen de Nederlandse mtb-parkoersen geen grip tekort. Kortom: een prima alternatief voor de xc-rubbers van de bekende grote merken.



Conclusie
De fietsbranche blijft me fascineren. Enerzijds zijn er grote merken, die om een nieuwe xc-racer te ontwikkelen vele tienduizenden euro’s en een heel bataljon aan technici inzetten, anderzijds zijn er kleine spelers die er met beperkte middelen en mankracht evenzogoed in slagen een prima product neer te zetten. Tenminste, die conclusie moet ik toch wel trekken nadat ik een week of drie met de Unpaved Victor XC heb kunnen rondrijden.
Deze titanium fullsuspension van de Wijchense framebouwer Michiel Burgerhout doet namelijk volstrekt niet onder voor de xc-bikes van de grote jongens. Natuurlijk, een metalen frame, zelfs als dat metaal titanium is, weegt altijd meer dan een frame van carbon. Maar afgezien daarvan kan de Victor XC met de besten mee. Dat wil zeggen, als je het type mtb-routes rijdt waar je de voordelen van de Burgerhouts radicale geometrie maximaal kan uitspelen. Wie zich uitsluitend op vlakke mountainbikeparkoersen begeeft, heeft minder voordeel van de lange en luie geometrie van de Victor XC. Sterker, in sommige situaties bevalt een meer conventionele crosscountry-geometrie mij dan beter.
Maar rij jij doorgaans op locaties als de Heuvelrug, het Montferland, het gebied rond Groesbeek en natuurlijk Zuid-Limburg, dan is de Unpaved Victor XC wat mij betreft zeker een aanrader. Hij biedt het rijgevoel van een trailbike met het gewicht en de efficiëntie van een crosscountry-bike. Natuurlijk, made in Holland maatwerk kost een flink klap geld, zelfs als je het in staal besteld in plaats van in het edele titanium. Maar in beide gevallen weet je twee dingen zeker: je rijdt op iets heel bijzonders en je rijdt met een dikke smile. Dat mag wat kosten, toch?
Nawoord
Toen ik deze test had afgerond bedacht ik nog wat: de Unpaved Victor XC is, net als de meeste andere fietsen die uit The Bicycle Hub komen rollen, een ‘work-in-progress’. Nieuwe inzichten en terugkoppeling van de gebruikers zullen eerder vroeger dan later resulteren in verbeteringen. Dat kan namelijk gewoon als je zo kleinschalig en dicht op de klant werkt als Burgerhout. Het kost relatief weinig moeite aanpassingen door te voeren. Het is daarom zeker niet overdreven om te zeggen dat er niet zoiets bestaat als dé Unpaved Victor XC. Het bewijs daarvan zijn de foto’s van de eerste aan een klant verkochte Victor XC die Burgerhout me na het afsluiten van deze test appte: op details wijkt die alweer af van het prototype in deze test, die niet alleen voor ons een testfiets was, maar ook voor z’n maker.
Unpaved Victor XC | Prijs, specificaties en geometrie
Onderdelen, gewicht en prijs
| Frame | titanium |
| Voorvork | Manitou R8 Pro, 120 mm |
| Achterdemper | Manitou Mara Pro, 100 mm |
| Achterderailleur | Sram X0 Eagle Transmission, 12-speed |
| Schakelaar | Sram AXS Pod |
| Crankset | Ingrid, 32t, 170 mm |
| Cassette | Sram XS 1270, 10/52t |
| Ketting | Sram X0 Eagle Transmission |
| Remmen (v/a) | Hope XCR Pro, tweezuigerremmen |
| Remschijven (v/a) | Hope, 180/160 mm |
| Velgen | Duke Lucky Jack, carbon, 30,5 mm binnenbreedte |
| Naven | Industry Nine Hydra |
| Voorband | Wolfpack Cross, ToGuard-rubber, 29 x 2.4 inch |
| Achterband | Wolfpack Speed, ToGuard-rubber, 29 x 2.4 inch |
| Stuur | Beast Riserbar 15, carbon, 800 mm |
| Stuurpen | Hope TR, 50 mm |
| Zadel | Ergon SM, carbon rails |
| Zadelpen | Bike Yoke Divine, 185 mm drop |
| Gewicht | 11,5 kg (framemaat ML) |
| Maximaal systeemgewicht | geen opgave |
| Prijs | € 4.750,- (frame met demper) |
| Garantie | 2 jaar |
| Crash-replacement | 5 jaar |
Geometrie
![]() |
![]() |
Website fabrikant: unpavedcycles.com






























