Afgelopen weekend vond in Düsseldorf Cyclingworld Europe 2026 plaats. In een industriële setting stalden ruim 400 exposanten hun tweewielerwaar uit. En waar bij de meeste beurzen de focus tegenwoordig ligt op bakfietsen en e-bikes, bleek Cyclingworld Europe 2026 verrassend trouw aan z’n originele opzet van negen jaar geleden: de sportieve fiets. Van kleine framebouwers tot de grote namen en van fietsbel tot 32 inch: alles stond er. Verrassend genoeg zelfs ook betrekkelijk veel mountainbikes. Deze Duitse beurs is daarmee haast anti-trending. Maar op basis van de drukte zou even zo goed het tegenovergestelde waar kunnen zijn. Voor ons was deze editie de eerste keer. Na dit weekend snappen we precies waarom deze beurs jaar na jaar groeit, terwijl de rest van de sector het moeilijk heeft. Een terugblik vanuit Düsseldorf.
Tekst: Jeroen van den Brand // Foto’s: Arjan Kruik



Drukte voor een rave? Nee, een fietsbeurs. Anno 2026 kan dat absoluut, zo bewijst Cyclingworld in Düsseldorf.
Areal Böhler is een voormalige staalfabriek in Düsseldorf. De zware machines zijn weg, de vloeren zijn geëgaliseerd, maar het industriële skelet van het complex staan er nog als imposante herinnering aan wat ooit was. En wat ooit was, maakt nu plaats voor evenementen. Een van de hallen heeft zelfs een permanente indoor surfpool en beachvolleybalvelden. Over het zand van de beachvolleybalvelden werden vlonders gelegd om ruimte te bieden aan exposanten, terwijl de surfgolf met bijbehorende chloorlucht de sfeer maakte in de hal Rheinriff, geflankeerd door fietsliefhebbers. In totaal bracht Cyclingworld Europe 2026 ruim 400 exposanten en 500 merken bij elkaar in zes industriële hallen, met klinkende namen als Schmiedehall, Kaltstahlhalle, Federnfabrik, Glühofenhalle en het Altes Kesselhaus.

Van punk tot pak: meer festival dan klassieke beurs
Waar je bij een klassieke vakbeurs denkt aan tapijt, systeemwanden en slechte verlichting, ademt Areal Böhler iets heel anders uit. Het industriële erfgoed geeft de locatie karakter en niet zo’n beetje ook. Maar niet alleen de setting maakt dat Cyclingworld Europe 2026 daardoor meer de sfeer van een festival heeft dan van een handelsbeurs. Oók het publiek dat er op afkomt: van punk tot pak en alles daartussenin. Fietsliefhebbers in allerlei soorten, waarbij een aanzienlijk deel op de fiets kwam. De fietsenstalling vóór de ingang van het beursterrein was al voor de opening tjokvol. Van oude stadsbarrels tot dikke gravel- en mountainbikes; het gaf al een hint van wat we binnen zouden aantreffen.
Het aanbod was breed. Althans, breed binnen de kadering van sportieve fietsen. Want de bakfietsen en stads-e-bikes die we op onder meer Velofollies zo oververtegenwoordigd zien, waren hier duidelijk in de minderheid. Er waren opvallend veel racefietsen, uiteraard gravelbikes en ook best veel mountainbikes. Cyclingworld leek in dat opzicht haast een reliek uit vervlogen tijden waarin sportieve fietsen de industrie domineerden. Maar het is toch echt 2026. En mocht je daar aan twijfelen, dan kwam je in de oude industriële hallen om de haverklap een 3D geprint frame, of onderdeel tegen. En 32 inch wielen. Want ja, zoals we al voorspelden: die nieuwe wielmaat wordt volop opgepakt. Dat dat leidt tot talloze frames waarbij je meteen al ziet dat toe-overlap haast onoverkomelijk lijkt. Nemen we dat omwille van de vooruitgang en de angst om de boot te missen op de koop toe?


Cyclingworld Europe: het alternatief dat blijkbaar iedereen zoekt
Met een focus op de sportieve fietscultuur begon Cyclingworld in 2017 als compact niche-evenement, met een kleine 100 exposanten. In de aanloop naar Cyclingworld Europe 2026 hoorden we al van diverse partijen uit de fietsindustrie dat ze bewust hier naar toe gaan, om vervolgens EuroBike aan zich voorbij te laten gaan. Een opvallende trend; EuroBike was als business-to-business-beurs jaren dé referentiebeurs voor de fietsindustrie. Cyclingworld is een consumentenbeurs, maar steelt blijkbaar toch nu de show.
EuroBike kampt namelijk sinds de verhuizing van het idyllische Zuid-Duitse Friedrichshafen naar het eerder megalomane en meer centraal gelegen Frankfurt met teruglopende populariteit. Kort door de bocht is het gebrek aan sfeer én een visie die past bij de trouwe exposanten, de reden voor het afhaken van velen.
De fietsindustrie verkeert natuurlijk ook al een paar jaar in zwaar weer. Voorraden zijn hoog, verkopen blijven achter, en het geopolitieke klimaat geeft weinig reden tot optimisme. In dat licht kiest een toenemend aantal partijen ervoor om beduidend meer selectief om te gaan met beurzen en evenement. Cyclingworld is al jaren omgeven met een positieve sfeer en wordt door velen dus gezien als dé plaats om te zijn. Ontegenzeggenlijk profiteert de Cyclingworld-organisatie van dat hoge ‘we moeten er bij zijn’-gehalte bij partijen die vorige edities niet kwamen. Niets werkt zo sterk als een forse dosis FOMO, uiteraard. En dat alleen al verklaart te flinke groei. Dit jaar moest er zelfs een extra tent bij gezet worden om voldoende ruimte aan exposanten te bieden.



Meer focus op de consument
Merken die we de voorbije jaren steevast op elke relevante beurs misten, zagen we in Düsseldorf wel weer staan. En niet met megastands zoals op EuroBike, maar net als iedereen met verfrissend compacte opstellingen en minder strikte kadering. Het had haast een braderie-gevoel, waarbij de kleine partijen dus niet het onderspit delven ten opzichte van de grote fietsmerken.
Uiteindelijk is de keuze voor partijen voor een consumentenbeurs ook erg logisch. Merken wegen hun marketingbudgetten scherper af dan vroeger en het is dan logisch om voor iets te kiezen waar niet alleen een positieve sfeer hangt, maar waar tevens meer rechtstreeks contact met de consument mogelijk is. Consumenten die échte interesse hebben, want de toestroom naar Areal Böhler is simpelweg groot. Dit jaar waren er ruim 35.000 bezoekers, tegenover 27.000 vorig jaar. Een flinke stijging die laat zien dat de sportieve doelgroep alles behalve apathisch toekijkt naar de ver-e-bike-isering van de tweewieler.

2027: geen reden voor FOMO, gewoon gaan
Niet alleen de stands in de hallen zijn de publiekstrekkers. Cyclingworld Europe biedt bezoekers ook veel mogelijkheden tot inspanning. Van de talloze demofietsen die beschikbaar zijn tot allerlei randevenementen en lekker (en niet al te duur) eten. Het is daarbij relatief goed bereikbaar in een druk bevolkt gebied waar volop gefietst wordt. De beurs vindt dus plaats te midden van de doelgroep. En voor ons, de westerburen, is het daarbij ook aantrekkelijk. Want vanuit het midden van het land ben je er binnen twee uur.
Wij waren er voor het eerst. De voorbije jaren volgden we Cyclingworld al vanuit de zijlijn, maar dit keer móesten wij er heen. En dat bleek dus een verrassende openbaring qua locatie, sfeer én aanbod. Geen speurtocht naar toffe spierfietsen tussen het e-bike- en bakfietsgeweld. Geen mistroostige vaststelling dat als je géén batterij op, aan of in je fiets hebt, je tot een uitstervende soort behoort. Na dit weekend begrijpen we die reputatie van Cyclingworld. Velofollies is nog steeds een toffe beurs, maar als het je echt alleen op de sportieve fiets te doen is, is Cyclingworld een verademing. Ons eerste bezoek maakt dat we nu al de agenda blokken voor het weekend van 12 tot en met 14 maart 2027.
Meer info: cyclingworld.de
Cyclingworld door Arjans lens: deel 1
Collega Arjan legde Cyclingworld 2026 vast door zijn lens. Er was zoveel te zien, dat we het in twee artikelen opdelen. Vandaag deel 1, de rest volgt morgen.

Ja, zo’n wielmaat zie je natuurlijk niet gemakkelijk over het hoofd. Dit prototype is gemaakt uit carbon buizen en stalen lugs door het
Duitse Rotor (niet te verwarren met die Spaanse onderdelenfirma).

Toe-overlap… het lijkt bij veel 32-inch-fietsen op dit moment nog een vast gegeven…

Gravelmountainbikes, monstergravelbikes of gewoon een ongevoerde mountainbike met krom stuur? Dit is blijkbaar de toekomst. Althans, in de visie van de Franse titanium-bouwer
Chiru Bikes. Fraai: de titanium voorvork.

Hoe groter het wiel, hoe korter de balhoofdbuis.

Gelukkig waren er ook ‘echte’ mountainbikes, zoals op de stand van
Propain. Ja, zélfs zonder motortje! Dit is hun trailbike Tyee.

Nog maar even een Propain, omdat ze zo lekker veel mountainbikes hadden staan. Dit is de Hugene.

Een dikke
Salsa op de stand van Cosmic Sports. Ik blijf het tof vinden: geborsteld aluminium.

Wat is een beurs tegenwoordig nog zónder
Dangerholm?

De bekende biketuner bracht z’n Scott Addict RC mee; een racefiets van minder dan 5 kilo! Even voelen natuurlijk…

Ze waren er wel hoor, e-bikes. Zoals deze
Nyvon met Bosch SX-motor op de stand van Conway.

Contec-konijn als alternatief op het Duracell-konijn incluis.

Specialized liet zich óók zien bij Cyclingworld Europe. Al jaren trekt het merk zo zijn eigen plan als het gaat evenementen, maar deze show in Düsseldorf lieten ze niet aan zich voorbij gaan. Met een prominente plaats voor de nieuwe Turbo Levo R.


Nu we toch met opengewerkte producten bezig zijn: de
Pinion Motor Gearbox Unit, kortweg MGU genoemd.

De markt puilt uit met dure fietsen. Gelukkig is er bij onder meer
Stevens Bikes aandacht voor een compacter budget. Met de nieuwe Gavere biedt Stevens gravelbikes van strak aluminium. De afgebeelde Gavere Eco is er vanaf 1.499 euro. Dat is redelijk scherp, maar waar je bij deze Gavere Eco een Shimano GRX 2×10-speed groep krijgt, heb je voor hetzelfde geld
bij de concurrent 2×12-speed.

Wolf Tooth is inmiddels geen obscuur nichemerkje meer. Niet alleen is deze Amerikaanse onderdelen inmiddels goed bekend bij talloze fietsers, het aanbod van veelal kleurrijke onderdelen groeit gestaag.

Zonder verdere poespas al te zien tijdens Cyclingworld Europe 2026: het
Mark Zero-label van Wolf Tooth. De exclusieve serie onderdelen die Wolf Tooth naar eigen zeggen maakt met de grootste precisie en obsessie voor premium materialen en productieprocessen wordt pas op 26 maart officieel wereldkundig.

Zelfs van zoiets gewoons als een ventiel weten ze bij Wolf Tooth wat begerenswaardigs te maken.

We zeiden het al: we houden van opengewerkte onderdelen.

Het
Duitse Urwahn belooft met z’n (deels) 3d-geprinte frames in staal en titanium door het ontbreken van een traditionele zitbuis méér comfort.

Naast toonzaal is Cyclingworld ook een ordinaire markt. Koopjesjagers kunnen hun geld kwijt bij de vele speciale beursaanbiedingen, van brillen…

… tot fietsbellen.

Iemand een riem nodig?

De oversized derailleurwieltjes van
Ceramic Speed doen het altijd goed bij profrenners en private equity-managers.

Ook al stond
Garbaruk zelf niet met een stand of werden ze niet door een distributeur vertegenwoordigd; de CNC-gefreesde en vaak kleurig uitgevoerde onderdelen van de Poolse fabrikant waren volop aanwezig.

Grappig: aan het frame van een 32er lijken de grote derailleurwieltjes (wielen?) helemaal niet zo groot meer.

Het Amerikaanse
Blackheart doet een poging Europese fietsers voor zich te winnen met titanium en aluminium frames, via de Duitse internetshop
Bike-Components.

Onlangs nog presenteerde Bike Ahead Composites z’n gravelframe
The Superfast met een ‘paintjob’ van twaalf lagen. Meerprijs: een slordige 1.500 euro bovenop een frameprijs van 4.449 euro.

En ja, die lak is enorm diep en strak afgewerkt. Maar voor die meerprijs zou ik amper durven te gaan gravelen…

Supersnel.

Ook The Superfast komt met een opbergvak. Of beter: opbergdoos. Door de hendel te verdraaien, valt het carbon doosje uit de onderbuis. Een afdichting rondom voorkomt dat er troep in het frame komt.

Bike Ahead Composites maakt heel veel in eigen huis, waarbij ze er prat op gaan dat hun productieproces maar minimale nabewerking nodig heeft.

Ook in de achterbrug die fraaie afwerking, met minimale onregelmatigheden die aangeven dat het maken van een carbon frame puur handwerk is.

En ze leggen het ook erg graag uit: we vonden ze verrassend openhartig.

Ja, dat is lachen: een stalen gravelbike met vering én aero-stuur. Maar bij
Cinelli kan het gewoon.

Of toch een iets klassiekere combi, zoals deze RVS-bike van het Duitse
M83? Ze maken alleen maar gravelbikes en ze maken ze in eigen huis.

Kêk kleurtje?
Eddy Merckx draait er met deze stalen Strasbourg z’n hand niet voor om.

Het spectrum tussen aero-racefietsen en aero-gravelbikes vervaagt ook steeds meer,
zoals Cervélo met z’n Áspero-5 laat zien. Want wat ís dit voor fiets? Cervélo noemt dit “the most aerodynamic gravel bike ever created”.


Celeste, de enige kleur die een
Bianchi mag hebben, toch? Dat én een aandrijflijn van
Campa. Althans, dat dachten wij te weten, maar die tijden zijn blijkbaar voorbij…

Speciale fiets voor een ritje naar het kampvuur.

Het voordeel van een groot land als Duitsland is dat er vaak importeurs te vinden zijn voor wat obscuurdere merken die je in Nederland niet snel zult zien. Zoals hier het Amerikaanse
Allied Cycle Works.

Hoezo tassen áán je bike hangen? Als het aan
Burley ligt gooi je alle meuk in een van hun aanhangers. Dit is de Coho XC.

Het Australische Knog sponsort EF Pro Cycling team en viert dat met onder meer een
Oi-fietsbel,
Scout-fietsalarm en de Blinder-lamp in EF-roze.


Als je rood-met-oramje te heftig vindt: Contec heeft de Urban Nomad-tassen ook met meer ingetogen kleuren.

Nog meer tassen, nu van
Vaude. Ze hangen aan een GX-900 van de Duitse staalspecialist VSF Fahrradmanufaktur. Sowieso was bikepacking een belangrijk speerpunt tijdens Cyclingworld Europe 2026.

En kromme sturen. Het merendeel van de fietsen tijdens deze beurs had uiteraard een krom stuur.

We sluiten het eerste deel van onze beursimpressie af met deze fraaie, handgemaakte
Manivelle uit het Franse Straatsburg. Paars geanodiseerde onderdelen van Hope, een leren zijn van Brooks en en op maat gemaakte frametassen. Supergeil!