Tekst en foto’s: Arjan Kruik

Kalterer See / Lago di Caldaro: venster naar het zuiden
De winter is gewoon mijn ding niet. Oké, van schaatsen op natuurijs word ik intens gelukkig. Maar hoe vaak is dat nou? Meestal zijn onze winters guur, grijs en vochtig. En niet te vergeten: donker. Niet voor niets jas ik om het gebrek aan zonlicht te compenseren, iedere dag een vitamine-D-pilletje naar binnen. Maar omdat ik uiteindelijk liever de zon zelf heb in plaats van zo’n pilvormig surrogaat, heb ik er de laatste jaren een gewoonte van gemaakt om ‘m in het vroege voorjaar dan maar gewoon op te zoeken.
Eén van m’n favoriete voorjaarszonbestemmingen is het stukje Duitstalig Italië bezuiden de Brennerpas: Zuid-Tirol. Door z’n ligging aan de zuidkant van de Alpenhoofdkam ligt deze provincie beschut voor depressies in het noorden van de Alpen. En de Dolomieten in het zuiden houden de vochtige lucht uit het Middellandsezeegebied tegen. Lang verhaal kort: Zuid-Tirol heeft meer zon en minder regen dan omliggende gebieden.
Een ander pluspunt: doordat Zuid-Tirol niet zo ver weg is, kan je er makkelijk met de auto naartoe. En dan is ons geval extra praktisch, want dan kunnen er testbikes mee. Dat zijn deze keer een Chisel Evo van Specialized en een Root Miller van Rose. Vooral deze laatste is dermate dik en potent, dat testen in Nederland niet realistisch is. Oftewel: deze bike vormt een perfect excuus voor tripje naar het buitenland.
Deze keer strijken Sebstiaan en ik neer in het dorpje Kurtatsch, zo’n dertig kilometer ten zuiden van de stad Bozen/Bolzano. Nee, dat zei mij ook niks, maar op steenworp afstand van Kurtatsch ligt Tramin en die naam ken ik dan weer wel. Naar dit dorp is namelijk de druif genoemd waarvan de befaamde Gewürztraminer gemaakt wordt. Ze zijn hier wel van de druiven: het dal staat er vol mee.
Zoveel onkunde
We slapen in Gasthof Terzer, een mountainbikehotel middenin het dorp. Je kunt natuurlijk een willekeurig hotel boeken, maar een gespecialiseerd bikehotel als Terzer heeft z’n voordelen. Je kunt er je fiets veilig stallen, er is een goed uitgeruste werkplaats, je kunt je fietskleding laten wassen en bij het ontbijt wordt er rekening mee gehouden dat je overdag flink wat calorieën verbrand. En het allerbelangrijkste: de staf – in dit geval hotelbaas Lukas Terzer – kent de regio als z’n broekzak.
Dat blijkt wel als we Lukas de ochtend na onze aankomst op het terras treffen. Samen met bike-guide Florian wil hij ons een dagje meenemen. Om te laten zien dat ik me ingelezen heb roep ik: “Monte-Roen-trail?”. Die trail, genoemd naar de ruim 2.100 meter hoge berg boven Kurtatsch en Tramin, schijnt namelijk een van de highlights van dit gebied te zijn, met bijna tweeduizend dieptemeters non-stop afdalen!
Maar Lukas en Florian kijken elkaar lachend aan over zoveel onkunde. “Ehh, ik denk dat je dan nog maar een keer moet langskomen”, legt Florian uit. “De hoogste trails hierboven zijn nog niet sneeuwvrij, die nu rijden zou echt niet verantwoord zijn. Nee, wij willen juist meenemen naar de andere kant, naar de de Montiggler See aan de overkant van het dal. Daar ligt een netwerk van trails om je vingers bij af te likken. Kimm schun, gemmor! Kom op, we gaan!”




Relaxte traverse. Nou ja, relaxed…
Om bij die Montiggler See te komen moeten we eerst naar het noorden van de vallei, boven Tramin langs en vervolgens langs St. Josef, een dorpje dat pal aan de Kalterer See ligt. Beetje apart wel, want het dorp Kaltern waarnaar dit meer genoemd is, ligt dus niét aan dit meer, maar een kilometer ofzo bij ervandaan. Maar goed, je kunt het hele stuk redelijk relaxed afleggen over gravel- en asfaltweggetjes. Maar dat is dus niet wat Florian in gedachten heeft.
Dit is namelijk wat er gebeurt: nét als ik m’n benen een beetje heb warmgedraaid op de brede bosweg naar Tramin, vindt Florian het tijd voor wat reuring en duikt hij een smal en steil rotspaadje in. En hup, Sebastiaan erachteraan natuurlijk. Vanaf de weg sta ik erbij en kijk ik ernaar: supersteile haarspeldbochten die je alleen maar kunt nemen als je je achterwiel door middel van een nose-wheelie door de lucht laat zweven. Mij niet gezien!
Gelukkig ben ik niet de enige voor wie dit pad even te hoog gegrepen is; ook Lukas laat deze sectie graag aan zich voorbij gaan. “Kom, we gaan rechtdoor”, zegt hij. “Als we de weg blijven volgen komen we elkaar zo weer tegen.” Niet veel later duikt ook Lukas een pad naar rechts in. En dat is wel goed te doen. Enthousiast rijgen we met z’n tweeën een stapel haarspeldbochten aan elkaar, tot we de rand van het bos bereiken waar Florian en Sebastiaan al op ons staan te wachten. Hun smile spreekt boekdelen, maar die van ons is zeker niet minder.



De Wilder-Mann-Bühel of Col dell’uomo
Even boven de Kalterer See steken door de wijngaarden het dal over naar de heuvels die Florian vanmorgen heeft aangewezen. Werkelijk geen vierkante meter grond blijft hier onbenut, overal staan wijnranken. En iedereen hier hééft ook wat met wijn. Zo staan bij sommelier Lukas 150 verschillende soorten in de wijnkelder en hebben Florian en zijn familie een eigen wijngaard. “Gruwelijk veel werk”, vertelt hij. “Maar als de oogst goed is kan het een leuke bijverdienste zijn. We leveren onze druiven aan een wijnhuis in Kurtatsch.”
Na de Kalterer See is het al snel klimmen geblazen. Of “pump mrn aui”, zoals Florian dat in het plaatselijke dialect zegt. Dat betekent zoiets als jezelf omhoog pompen en dat is wat het is, want we rijden allemaal zonder motortje. Puur natuur, zeg maar. De Wilder-Mann-Bühel, de Wilde mannenberg, is weliswaar een kleine 650 meter hoog, maar aangezien het dal hier op zo’n vierhonderd meter ligt, zijn de hoogteverschillen die we moeten overwinnen niet al te groot.
De paadjes zijn heerlijk. Nét niet te steil, waardoor we allemaal probleemloos fietsend bovenkomen, maar met voldoende uitdagingen in de vorm van wortels en rotsen. Kortom: puur genieten. Na de Wilder-Mann-Bühel volgt de Kleiner Priol, met aan de voet van deze steenbult de Kleine en de Grote Montiggler See. Je schijnt er al heel vroeg in het jaar te kunnen zwemmen, maar wij slaan onze beurt even over. In plaats daarvan rollen we over een netwerk van smalle en soms behoorlijk steile kruipdoor-sluipdoorpaadjes naar de oever van het meest zuidelijke meer, de Grote Montiggler See, om daar even op een terras neer te strijken voor een lekker Italiaans bakkie.




Hoogtevrees
Na de koffie haakt Lukas af. De plicht roept, hij heeft ook nog een hotel te runnen. En dus gaan we met z’n drieën verder. Doel: de Großer Priol op en weer af en vervolgens naar de top van de Zwölferbühl. Dat betekent dat de benen weer flink aan de bak moeten, wat na een pauze niet altijd makkelijk is. Gelukkig heb ik m’n ritme al snel weer te pakken. En wat ook helpt: de beklimmingen zijn telkens maar kort, zodat je de klimtijd eerder in kwartieren dan in uren telt.
De top van die Zwölferbühl blijkt eigenlijk niet echt een top te zijn zoals je die bij dat woord voorstelt, maar eerder een plateau. Maar wel een plateau met een scherp randje. Letterlijk, want aan de oostkant, daar waar het dal van de Etsch is, zijn de heuvels in de ijstijd door massieve gletsjers bijna loodrecht afgeschraapt. Indrukwekkend, zeker als je aan het randje gaat staan. Diep beneden zien we de rivier kronkelen, met parallel daaraan de Autostrada naar het zuiden. Madurodam, maar dan nóg kleiner.
“In de ijstijd was de gletsjer hier bijna twee kilometer dik”, vertelt Florian. “Vandaar dit plateau; alles dat een beetje uitstak is door het ijs vlak geschuurd. En de complete Etschgletsjer was 350 kilometer lang!” Een ijsstroom van twee kilometer dik, 350 kilometer lang? Wat moet je je daar bij voorstellen? Het is een schaal die m’n brein eigenlijk niet kan bevatten.
Beurt overslaan
Dat geldt overigens eveneens voor het pad dat langs de kam loopt; ook daar kan ik met m’n hoofd in eerste instantie niet bij. Moeten we hier naar beneden? Ja, dat is wel de bedoeling, zo blijkt als ik Florian gecontroleerd naar beneden zie rollen. Voor z’n wielen een aaneenschakeling van rotsen, links een afgrond van ruim vierhonderd meter diep. Na Florian volgt Sebastiaan en ook hij manoeuvreert kundig tussen de rotsen door naar beneden. Dan is het mijn beurt. Weet je wat? Ik sla mijn beurt lekker over. Soms is lopen beter. Zoals hier.
Alhoewel de trail verder nergens écht makkelijk is, verliest-ie gelukkig wel z’n allerscherpste randjes. Of laat ik het zo zeggen: ik hoef nergens meer af te stappen. Als we na zo’n tweehonderd dieptemeters een zadel tussen twee heuvels bereiken, krijgen we zicht op de Kalterer See. Mooi! “Kijk, het meer heeft vanaf hier de vorm van een hart”, vertelt Florian. “Daarom is dit de plek waar veel verliefde stellen elkaar een huwelijksaanzoek doen”. Mmm, leuk bedacht, van dat hart. Maar dat moet je wel wíllen zien…
Weer tweehonderd dieptemeters lager is de koek op. Na de obligatoire high-five rollen we tussen de wijnranken en appelgaarden door terug naar Kurtatsch. Maar uiteraard niet voordat we op een terrasje aan de Kalterer See geproost hebben op een geweldige dag. Bedankt Florian, bedankt Lukas!







Overdenkingen na afloop
Omdat onze tijd beperkt is, zijn Sebastiaan en ik maar drie dagen in Kurtatsch geweest. Achteraf te kort, want zelfs met de sneeuw die de hoogste paden onbegaanbaar maakte, zijn er genoeg mogelijkheden om er een hele week door te brengen. Maar goed, dat is een koe in z’n kont kijken. Dat neemt niet weg dat die drie dagen smaken naar meer. De tweede en de derde dag hebben we doorgebracht op de trails ten westen van Kurtatsch. Puur genieten. Echt, de flow in sommige traverses is om je vingers bij af te likken. We hebben deze routes op onze Komoot-pagina geplaatst (zie hieronder).
En het mooie is: alles mag, er zijn nauwelijks paden die verboden zijn voor fietsers. En daardoor heb je ook veel keuzevrijheid bij zowel klimmen als dalen. Relaxed over asfalt- en grindwegen omhoog? Kan. Of toch via singletracks je hoogtemeters verorberen? Kan ook. Dito voor het dalen. Je kunt kiezen van gematigd en gemoedelijk tot kneitertechnisch en extreem uitdagend. De keuze is aan jou. Lang verhaal kort: hier gaan we zeker nog eens terugkomen. Al is het alleen maar ook ook die beroemde Monte-Roen-trail te bedwingen.
Reisinformatie Kalterer See / Lago di Caldaro, Italië
Algemeen
Het is ongeveer duizend kilometer met de auto vanuit Utrecht naar de Kalterer See in Südtirol, op z’n Italiaans respectievelijk Lago di Caldaro en Alto Adige genoemd. Deze Italiaanse regio is namelijk tweetalig, met als hoofdtaal Duits. De trein stopt in het nabijgelegen Neumarkt, met vanaf daar een hotel-shuttle naar onze uitvalsbasis in Kurtatsch.
Verblijf
Arjan en Sebastiaan verbleven in Bike-Gasthof Terzer in het dorp Kurtatsch, op zo’n dertig kilometer van Bozen/Bolzano. Een prima plek, want in alle windrichtingen ben je verzekerd van uitdagende routes. Gasthof Terzer is lid van de gespecialiseerde hotelorganisatie BikeHotels Südtirol, wat nogmaals een garantie is dat goede faciliteiten, een wasservice én diepgaande kennis van de plaatselijke trails gegarandeerd zijn.
Begeleide tochten
Twee keer per week gaan de bike-guides van de Gasthof Terzer, Lukas, Florian en Armin, met hun gasten op pad. Meestal rijden mountainbikers en e-mountainbikers apart, maar de groepen worden soms ook gemengd. De gidsen stellen de groepen sowieso samen op basis van rij-niveau en conditie. Naast tochten kunnen de gidsen ook techniektrainingen verzorgen. Een aanrader voor iedereen die in de Alpen nog niet helemaal lekker op z’n bike zit; een paar goede tips doen vaak al wonderen!
Mountainbikeroutes
De mountainbikemogelijkheden rond de Kurtatsch en de Kalterer See zijn echt eindeloos. En vanwege de extra actieradius al helemaal met een e-mountainbike. Als je in Gasthof Terzer verblijft en op zoek bent naar routes, dan kan je zoals we je al vertelden het best hotelbaas Lukas om advies vragen. Daarnaast heeft het hotel een aantal van z’n highlight-tours op z’n site staan. Ook op de site van BikeHotels Südtirol is veel route-informatie te vinden. Dé trailklassieker van de regio is de befaamde Monte-Roen-trail, maar die was toen wij er waren nog niet geheel sneeuwvrij.
MTB-routes rond de Kalterer See / Lago di Caldaro
Bij Velozine steken we een hoop tijd, geld en moeite in de productie van reisverhalen. We willen je inspireren er op uit te trekken en aanmoedigen dezelfde mooie mountainbikeavonturen te beleven als wij. Je vindt de mountainbikeroutes die we in en rond Kurtatsch an der Weinstraße gereden hebben hieronder.












