Spotcheck mountainbike | MTB-regio Val di Sole, Italië: Tijdloze trails in Trentino

Wie aan biken in Trentino denkt, denkt aan het Gardameer. Maar er is in deze Italiaanse alpenprovincie op mountainbikegebied natuurlijk veel meer te beleven. Bijvoorbeeld in Val di Sole. Volgens redacteur Arjan is het een ideaal gebied voor bikers die op zoek zijn naar een authentieke mountainbikebeleving.

Tekst: Arjan Kruik // Foto's: Joris Lugtigheid


Tijdloze trails in Trentino

Onze autorit naar Val di Sole, een dal in de Italiaanse provincie Trentino, is verre van ideaal. Niet alleen vanwege de vele vertragingen op de autobahn van onze oosterburen, maar ook omdat in de Alpen de regen overgaat in natte sneeuw. Sneeuw. In september. De gladde neerslag veroorzaakt de nodige ongelukken en opstoppingen, waardoor we nóg later in Cògolo di Peio arriveren, het dorp dat onze uitvalsbasis voor de komende dagen zal zijn.

“Als ik na een koude nacht de gordijnen van mijn hotelkamer opentrek, ben ik al dat filegedoe van de vorige dag op slag vergeten. Magnifiek; boven de boomgrens zijn de bergen compleet wit!”

Als ik na een koude nacht de gordijnen van mijn hotelkamer opentrek, ben ik al dat filegedoe van de vorige dag op slag vergeten. Magnifiek; boven de boomgrens zijn de bergen compleet wit! Dat belooft wat voor vandaag. Althans, als we zo hoog komen. Waarom ik dat nog niet weet dan? Dat is omdat we de komende twee dagen begeleid worden door een guida di BTT, een mountainbikegids. Dat is wel zo efficiënt als je, zoals wij, maar twee dagen hebt om het gebied te ontdekken. We, dat zijn mijn zoon Sebastiaan, fotograaf Joris en ondergetekende, hebben met de gids afgesproken in het dorpje Pellizano, een kleine tien minuten en tweehonderd hoogtemeters afdalen bij ons hotel vandaan.

De gids stelt zich voor als Christian Vender. Hij is marathonrijder, vertelt hij. Dat is ook wel aan ’m af te zien. Droog en atletisch. En ook zijn bike spreekt boekdelen; een vederlichte carbon hardtail met aan de voorkant slechts tien centimeter veerweg, een omgekeerde stuurnok voor een nog diepere zit en lichtgewicht, dungenopte xc-bandjes. De enige concessie die Christian aan het ruige alpenlandschap om ons heen gedaan lijkt te hebben is een hydraulisch verstelbare zadelpen. Daar staan wij dan met onze trailbikes. Het is de omgekeerde wereld, want meestal hebben de bikeguides de dikste bikes en rijden de Hollandse toeristen op nerveuze hardtails rond.

Een fietsdag begint natuurlijk met een voedzaam ontbijt. Lekker hoor!
De Brennerkam ligt vol met militaire wegen, ook dóór tunnels

1.350 hoogtemeters

Maar die hardtail van Christian heeft een reden, zo blijkt al snel. We moeten namelijk over de flanken van de Cima Vegaia omhoog naar 2.167 meter hoogte. Anders gezegd: we zullen om boven te komen eerst ruim 1.350 hoogtemeters aan de zwaartekracht moeten ontfutselen. De helft daarvan, tot aan het bergdorpje Ortisé , over asfalt, de rest over grind. Het is wat het is. Zulke lange beklimmingen zijn mijn hobby niet, maar wie wil afdalen moet eerst pijn lijden.

“Onze Italiaanse vriend is bepaald geen zwijgzaam type en het tegelijkertijd klimmen en praten lukt me niet meer. Het is óf het een, óf het ander. Het is en blijft trouwens een hele speciale ervaring, met je bike in de sneeuw.”

Bovendien valt het met die pijn, als we eenmaal een beetje warm gereden zijn, best wel mee, zelfs op de grindweg. Het stijgingspercentage is niet alleen redelijk bescheiden, maar ook heel constant. Hierdoor beland ik nergens in de rode zone en bereik ik fris witte wereld boven de boomgrens. Nou ja, relatief fris. Een paar honderd hoogtemeters lager was ik maar wat blij dat Sebastiaan mij even afloste als bijrijder van Christian. Onze Italiaanse vriend is bepaald geen zwijgzaam type en het tegelijkertijd klimmen en praten lukte me niet meer. Het was óf het een, óf het ander. Het is en blijft trouwens een hele speciale ervaring, met je bike in de sneeuw.

Tussen het dal en het hoogste punt van de toer liggen 1.350 hoogtemeters.

Best fris, met blote knietjes in de sneeuw...

Slapen in een koeienstal

De route die we rijden heeft nummer 707 en heet ‘Malga Campo’, naar een almhut langs de route. Je kunt eigenlijk niet fout rijden, op de plekken waar je een afslag moet nemen staan duidelijke routebordjes. Dus ook zonder gids zouden we geweten hebben, dat we bij de Malga Monte (malga = alm, red.) het hoogste punt van de route bereikt hebben en dat we vanaf hier een smal pad door het weiland moeten volgen. Maar eerst een bakkie doen in deze baita natuurlijk! Het Italiaanse woord ‘baita’ betekent zoiets als ‘bergboerderij’, maar koeien staan hier niet meer op stal.

“En op de plek waar vroeger de koeien stonden, daar leggen wandelaars en mountainbikers die hier willen overnachten nu hun slaapzak neer. Gewoon, op de planken vloer.”

Wel mensen, zo zie ik als we binnenkomen. Deze baita was bijna volledig ingestort, horen we van de huttenwaard, maar is recentelijk geheel gerestaureerd en omgetoverd in een rifugio, een berghut. En op de plek waar vroeger de koeien stonden, daar leggen wandelaars en mountainbikers die hier willen overnachten nu hun slaapzak neer. Gewoon, op de planken vloer. In het midden van de geheel open ruimte staat een grote houten tafel, waar de waard een percolator met verse koffie en een schaal met cake voor ons klaarzet. Lekker, daar ben ik wel aan toe na al dat trappen!

Even een cafeïne-shotje voor bike-guide Christian.

Back to the roots

Het pad dat ons een klein halfuurtje later naar beneden brengt is de eerste paar honderd meter nog geheel bedekt met sneeuw. Gelukkig dalen we al snel onder de vorstgrens, waardoor het pad grotendeels weer sneeuwvrij is. En als ik eerlijk ben vind ik dat helemaal niet erg. Niet dat ik een hekel heb aan 'natuurlijke' paden. Integendeel. Ik heb de laatste paar jaar veel zogenaamde trails gereden. Met een gondel of stoeltjeslift omhoog en over speciaal voor mountainbikers aangelegde paden omlaag.

“Dit is hoe de mountainbikesport ooit begon: op eigen kracht omhoog en over bestaande paden naar beneden.”

Als je maar vaak genoeg dergelijke speciaal voor mountainbikers aangelegde paden rijdt, ga je vanzelf denken dat dit normaal is. Terwijl deze manier van biken juist heel ver afstaat van hoe de mountainbikesport ooit begon: op eigen kracht omhoog en over bestaande paden naar beneden. Wat dat betreft gaan we hier in Val di Sole weer terug naar onze roots. Althans, hier. Wie trails-met-lift wil rijden, kan volgens Christian in Val di Sole op twee plekken terecht: bij Tonale en bij Commezzadura. Dat doen we wellicht een andere keer, nu is het volop genieten van onze op eigen kracht verzamelde hoogtemeters.

Net onder de boomgrens is het landschap bijna parkachtig.

Prima routeborden, daar in Val di Sole.

Niks lekkerder dan wandelpaden zonder wandelaars...

Bukken!

Sommige stukken van de Malga Campo-route zijn net een achtbaan.

Lekkerrr!

Volbloed trailtijger

Na een klein meertje met de naam Lago Cellentino verlaat Christian de 707 en dalen we in de richting van een gelijknamig dorpje verder af over een smal wandelpad. Naast klimgeit blijkt onze begeleider ook nog eens een volbloed trailtijger. Onvoorstelbaar, zoveel controle als hij heeft op zijn hardtail met gladde xc-bandjes. Hij danst gewoonweg over wortels en keien heen. En scherpe haarspeldbochten zijn er om vloeiend te nemen met een nosewheelie! Ik ben compleet kansloos, ondanks mijn dikke fully. Al na een paar bochten moet ik lossen.

“Naast klimgeit blijkt onze begeleider ook nog eens een volbloed trailtijger. Onvoorstelbaar, zoveel controle als hij heeft op zijn hardtail met gladde xc-bandjes.”

Beneden in het dal, heel veel heerlijke bochten later, snap ik ook wel waarom. “Ik mountainbike hier al vanaf mijn achtste”, vertelt Christian als we naar de auto terugrijden. Niet alleen kent hij daardoor iedere paadje in de omgeving, ook deelt hij als trainer zijn kennis met de nieuwste generatie mountainbiketalenten. Om die reden nemen we ook snel afscheid van Christian; hij moet vanmiddag nog coachen. Succes en tot morgen Christian!

Onderdaan de berg gaat de route over eeuwenoude mulattieri, zoals hier vlak boven het dorpje Cellentino.

Welke appel zou geen rode blos krijgen van al dat lekkere weer?

Omhoog en omlaag, dag twee

Ook de tweede dag staat het zonnetje strakblauw aan de hemel. Logisch, we zijn in Val di Sole. Vallei van de Zon. Alhoewel? De zon heeft er niks mee te maken, vertelt Christian als we onder het genot van een espresso de route van vandaag bespreken. De naam ‘Sole’ zou afkomstig zijn van de naam van de Keltische godin van het water Sulis. Al in de oudheid zou men gebruik hebben gemaakt van de bronnen waarmee vandaag de dag nog de flessen met het beroemde Pejo-mineraalwater afgevuld worden. Zou dat waar zijn? Het klinkt mij eerder als een gelikt reclameverhaal in oren.

“Al in de oudheid zou men gebruik hebben gemaakt van de bronnen waarmee vandaag de dag nog de flessen met het beroemde Pejo-mineraalwater afgevuld worden. Zou dat waar zijn? Het klinkt mij eerder als een gelikt reclameverhaal in oren.”

Christians routeplan blijkt op dezelfde leest geschoeid te zijn als dat van gisteren. Omhoog via een officiële, uitgepijlde mountainbikeroute, omlaag via trails. Het is de 701 deze keer. We starten direct vanaf ons hotel in Cògolo met klimmen. Na een paar steile haarspeldbochten belanden we op een gravelweg die ons geleidelijk stijgend dieper de Val de la Mare in brengt, het dal dat vanaf Cògolo naar het noorden loopt. Na zo’n tien kilometer en 750 hoogtemeters, bij Malga Pontevecchio, sluit de route aan op een smalle, in de bergwand uitgehouwen asfaltweg. Als je het niet erg vindt om over asfalt te rijden kun je overigens deze weg al in Cògolo pakken. Dat rolt niet alleen wat lichter, maar scheelt ook zo’n 150 hoogtemeters. Maar hoe je ook rijdt, het eindpunt is een waterkrachtcentrale op 1.950 meter hoogte.

Val de la Mare: na dit punt volgt nog bijna acht kilometer golvende en glooiende singletrack.

Op drassige stukken zijn vlonderpaden aangelegd.

Achtbaanbeleving

Bij die centrale steken we de rivier over en dan begint het feest. Niet dat we nu klaar zijn met trappen, integendeel, vanaf hier tot Peio volgen we min of meer dezelfde hoogtelijn naar het zuiden. Maar het pad ernaartoe is golvend en bochtig. Een beetje zoals de bekende op en neer gaande rondjes als Zeist of Dorst, maar dan op hoogte. Pas een kleine acht kilometer verder, we zijn dan inmiddels Peio bovenlangs gepasseerd, zijn we uitgehobbeld en mogen we de hoogtemeters die we vanmorgen verorberd hebben echt gaan verteren. Over oeroude weggetjes met aan weerszijden dikke stenen muren voor de betere achtbaanbeleving rollen we achter Christian aan. Knallen maar!

“Ook nu weer rijden we over eeuwenoude mulattiere, muildierpaden, die vroeger, toen er nog geen asfaltwegen en auto’s waren, de enig verbinding tussen de bergdorpen en met het dal vormden.”

In Peio mogen de remmen, terwijl wij even een bakkie op het dorpsplein doen, even afkoelen. Daarna gaat het vanuit het hoogstgelegen dorp van Trentino weer volle bak naar beneden. Ook nu weer rijden we over eeuwenoude mulattiere, muildierpaden, die vroeger, toen er nog geen asfaltwegen en auto’s waren, de enig verbinding tussen de bergdorpen en met het dal vormden. En die nu bijna speciaal gemaakt lijken voor fietsen met dikke noppenbanden. Woeha! Met een smile van oor tot oor rollen we de 350 hoogtemeters lager de geasfalteerde weg naar Cògolo op. Het zit erop voor vandaag. Biertje doen Christian? Nee hoor, onze vriendelijke begeleider heeft alweer haast om weg te komen. “Sorry jongens, maar ik moet weer een groepje trainen.” Maakt niet uit, we weten zelf wel een leuk terras in de zon te vinden. Proost Christian! En bedankt voor je goede zorgen. En hopelijk tot een volgende keer…

De laatste hoogtemeters schieten voorbij.

Tijd voor een bakkie.

Reisinformatie mountainbikeregio Val di Sole

Ernaartoe

Val di Sole is een regio in het noorden van de Italiaanse alpenprovincie Trentino. Vanaf Utrecht is het ruim 1.100 kilometer rijden naar Val di Sole.

Verblijf

De uitvalsbasis van ons team in Val di Sole was hotel Stella Alpina in Cògolo di Peio. Een niet al te groot en zeer gastvrij hotel dat zich heeft gespecialiseerd in een sportieve clientèle; klimmers, hikers en bikers. Stella Alpina is een Val di Sole Bikehotel. Dit regionale keurmerk waarborgt dat mountainbikers krijgen wat ze nodig hebben. Denk daarbij aan een beveiligde stalling, routeinformatie, een werkplaats en natuurlijk gezonde en energierijke maaltijden. Meer info vind je op visitvaldisole.it.

Liften, shuttles en bikebussen

De meeste liften in Val di Sole nemen bikers mee omhoog. Waar geen liften lopen kunnen shuttles ingezet worden. Langere afstanden kun je ook met de bikebus afleggen. Check visitvaldisole.it.

Mountainbikeverhuur

Dubbelgeveerde trail- of endurobike huren in plaats van je eigen hardtail? Op visitvaldisole.it vind je de verhuurcentra. Ook Centro Bike Val di Sole, het gidsenbedrijf waarmee we op pad gingen, verhuurt bikes.

Velozine's uitvalsbasis: Bikehotel Stella Alpina in Cògolo di Peio.

Routes en gidsen

Arjan en Sebastiaan gingen op pad met bikeguide Christian Vender van Centro Bike Val di Sole in Commezzadura (naast de gondelbaan). Als je zonder gids rijdt kun je gebruik maken van de Val di Sole Bike Map met ruim dertig routes, wie met gps navigeert kan deze routes inclusief hoogteprofiel en gpx-downloads ook op visitvaldisole.it vinden.

De routes van die Arjan en Sebastiaan gereden hebben vind je ook op de Velozine Komoot-pagina. We hebben ze ook hieronder voor je weergegeven.

Gratis regio-bundel voor nieuwe Komoot-gebruikers

Bespaar €8.99 en download gratis een regiopakket naar keuze met offline kaarten.

Interesse? Ga dan naar www.komoot.nl/account/gift en voer deze code in: VELOZINE, of klik simpelweg hier.

Deze actie geldt tot 31-12-2021.

Geplaatst in Trails & Travel en getagd met , , , , .
guest
0 Comments
Inline Feedbacks
View all comments