Spotcheck mountainbike | MTB-regio Innsbruck: Bikepark Innsbruck

Bochtenpret voor iedereen, van kids tot cracks

Veel mountainbikers kennen Innsbruck alleen als de plek waar de autobahn naar het zuiden afbuigt, naar de Brennerpas en de Noord-Italiaanse Meren. Begrijpelijk, maar toch ook jammer, want het loont absoluut de moeite de snelweg op deze plek te verlaten. Althans, dat vindt de Velozine-crew, nadat die een paar dagen dikke pret heeft gehad op de trails van Bikepark Innsbruck.

Tekst en foto's: Arjan Kruik

De Brennerkam rondom de Brennerpas is magistraal qua uitzicht

Wielerhoofdstad van de Alpen

Sinds het WK Wielrennen van 2018 profileert het Oostenrijkse Innsbruck zich als dé wielerhoofdstad van de Alpen. Of ze dat ook daadwerkelijk zijn moet je zelf maar beoordelen, feit is wel dat er voor fietsers steeds meer te beleven is. Zo is de stad aan de Inn een vaste etappeplaats van de Innradweg, een populaire toerfietsroute die van het Zwitserse Sankt Moritz naar het Duitse Passau voert. En komen gravelliefhebbers uit heel Europa iedere september naar Innsbruck om deel te nemen aan Gravel Innsbruck. Ook het internationale gravity-evenement Crankworx slaat al voor de vijfde keer lang z’n tenten in Tiroolse hoofdstad op. Allemaal om toeristen te trekken, hoor ik je denken. Klopt. Maar ook aan de fietsinfrastructuur in de stad, dus bedoeld voor de Innsbruckers zelf, wordt hard gewerkt. Leuk detail: het gemeentebestuur werkt daarbij samen met Nederlandse experts!

Met de Benz over de autobahn naar Innsbruck. Jeroen en Mark hebben er zin in!

Eerst lezen, dan rijden...

Verkeerd rijden is uitgesloten.

Flowtrails

Wie mountainbikers wil trekken, heeft tegenwoordig flowtrails nodig. En die had Innsbruck nog niet echt. Op de Nordkette, het imposante gebergte aan de noordkant van de stad, ligt sinds jaar en dag de beroemde en beruchte Nordkette Trail. Maar dat is er eentje voor dikke downhillbakken en dito hoden. Leuk voor de hardcore full-face-brigade, maar te extreem voor de gemiddelde Nederlandse mountainbiker. Ik spreek uit ervaring. Ik ben zo onbescheiden om mijn eigen niveau qua afdalen hoger in te schatten dan gemiddeld en bovendien was ik toen bijna tien jaar jonger dan ik nu ben. Desondanks moet ik bekennen dat ik op die trail zo nu en dan moest afstappen...

“De trails op de beroemde Nordkette zijn echt te heftig voor de gemiddelde Laaglander. Gelukkig ligt er aan de andere kant van de stad – op de Mutterer Alm – een prachtig bikepark waar ook polderbikers het naar hun zin kunnen hebben.”


Okay, flowtrails dus. Op de Mutterer Alm, een berg ten zuiden van de stad, is de laatste jaren hard gewerkt om er een hele trits aan te leggen. Zeven in totaal en dan tel ik de pumptrack, de dual-slalom en de jumpline niet eens mee. En alhoewel het dorp aan de voet van die trails Mutters heet, draagt het park de naam van de stad: Bikepark Innsbruck. Niet onlogisch overigens. Het bikepark op de Mutterer Alm is vanuit de stad weliswaar niet zo idioot makkelijk bereikbaar als de trails op de Nordkette – die zijn letterlijk met een gondel vanuit het centrum bereikbaar – maar met behulp van een tram en een gondel ben je vanuit de binnenstad toch relatief vlot op het op 1.600 meter hoogte gelegen bergstation van de Mutterer Alm, waar de flowtrail-pret begint.

De Brennerkam ligt vol met militaire wegen, ook dóór tunnels

The Chainless One

De Velozine-crew en ik hebben het echter nóg makkelijker. We hebben voor ons bezoek aan Bikepark Innsbruck namelijk een kamer geboekt in bikehotel Seppl, vlakbij het dalstation van de gondel. Zijn we er zo! Althans, die conclusie trok ik na een snelle blik op Google Maps. Dat toonde een rechte weg van iets meer dan anderhalve kilometer tussen ons hotel en de gondel. Appeltje-eitje, toch? Toch niet, zo blijkt in de praktijk. Want die anderhalve kilometer loopt vanaf de eerste tot de laatste meter kneitersteil omhoog! Tsja, dat laat Google dan weer net niét zien…

“Dan zijn we alvast warm gedraaid”, vindt de altijd positief ingestelde Mark. “Weinig uitzicht vanuit de kabelbaan, met een beslagen cabine…!” antwoord de wat meer sceptische Jeroen. Tsja, ik hou wijselijk mijn mond en trap met de ketting helemaal links rustig omhoog. Maar gelijk heeft Mark wel, het is niet verkeerd om een beetje ingereden aan het bochtenspektakel op de Mutterer Alm te beginnen. Want ook al is de eerste trail van de dag er eentje van de makkelijkste soort, je rijdt de ‘The Chainless One’ – want zo heet-ie – zeker niet met twee vingers in je neus naar beneden.

“Want ook al is de eerste trail van de dag er eentje van de makkelijkste soort, je rijdt de ‘The Chainless One’ – want zo heet-ie – zeker niet met twee vingers in je neus naar beneden.”

En ook niet met eentje trouwens. Maar dat heeft vooral te maken met het feit, dat wij – de polderbikers die we zijn – flink moeten inkomen. Laat ik het anders zeggen: de flow zit wel in de trail, maar nog niet in ons. Maar gedurende 7,6 kilometers en 600 hoogtemeters meters afdalen komen de oude reflexen langzaam maar zeker weer tot leven en tegen het eind van de Chainless One rollen we met een smile van oor tot oor het dalstation weer binnen. “Eén van de tofste flowtrails is die ik ooit gereden heb”, glundert Mark. Die conclusie wil ik nog niet trekken, maar een toppertje is het zeker! Vloeiend, glooiend, nooit te moeilijk en met de potentie om steeds sneller te gaan zonder dat het risico op vallen gevaarlijk toeneemt. Nog een keer jongens?

Bocht na bocht na bocht na bocht... Jeroen wordt er gewoon draaierig van.

Mark geeft vliegles.

Net een achtbaan.

The Jumpline

Na een kwart van de Chainless One afgedaald te hebben treffen we een nogal apart vierwielig karretje. ‘Mountain Bike Movement’ staat erop. Het apparaat blijkt bij trailbouwer Christoph Matze te horen, die een stukje lager aan een klaarblijkelijk nieuwe trail aan het werk is. “Regio’s die biketrails op hun berg willen, huren Mountain Bike Movement in”, legt Christoph uit als we even een praatje maken. “Echte specialisten. Ze hebben hier de Chainless One en de Straight One aangelegd. En afgelopen jaar ook de Jumpline hier beneden. Maar bijvoorbeeld ook de Hahnenkamm Trail in Kitzbühel en de enduro-trails bij Nauders zijn van hun hand. Ik werk zelf voor de bergbahnen hier, wij verzorgen het onderhoud.”

“We hebben hier een mooie bodem, met veel kwarts. Dat levert superveel grip op. Maar de ondergrond is hier ook als een spons en kan enorm veel water opnemen. Het managen van dat water is eigenlijk onze grootste uitdaging.”

Als Jeroen vraagt of dat lastig werk is moet Christoph lachen. “Je moet de grond op precies de juiste manier plat slaan”, grijnst hij. “Haha, nee natuurlijk is er altijd veel onderhoud nodig. We hebben hier een mooie bodem, met veel kwarts. Dat levert superveel grip op. Maar de ondergrond is hier ook als een spons en kan enorm veel water opnemen. Het managen van dat water is eigenlijk onze grootste uitdaging. Want je wilt niet dat er water op de trails blijft staan. En al helemaal niet dat de trail wegspoelt. Ik heb dus genoeg te doen!” Goed om te horen. En respect voor Christoph en zijn collega’s, die onze trailpret mogelijk maken.

Voor het bouwen van serieuze trails heb je blijkbaar serieus materiaal nodig.

In het seizoen heeft Christoph een dagtak aan het netjes houden van de trails.

"Hier gaat het om, om met preciés de juiste swung de grond plat te slaan. Anders is het niks." Jaja, Christoph, 'tuurlijk joh...

The First One

Als we de tweede run over de Chainless One weer boven zijn, is het tijd voor een bakkie. Want ondanks dat we niks anders doen dan afdalen, laten m’n spieren weten dat ze wel een cafeïneshotje kunnen gebruiken. Dat klinkt trouwens oneerbiediger dan ik bedoel. Want of het komt door de nabijheid van Italië of omdat ze er zelf ook gewoon veel verstand van hebben, in Tirol schenken ze altijd perfecte espresso’s en cappuccino’s. En altijd met een glaasje water ernaast. Kijk, dat is aandacht voor detail. Terwijl de prijs lager is dan wat je op een Nederlands terras alleen al voor dat glas water zou betalen.

“Is de Chainless One een soort oneindig lange Harry Slinger – Heuvelrugrijders weten wel welke trail ik bedoel en anders google je ’m even – de First One is steiler, steniger en gemener. Even schrikken dus.”

Maar goed, je zit natuurlijk niet op deze site om te lezen wat ik van de Oostenrijkse koffieprijzen vind. Daarom snel verder met ‘The First One’, de trail die we na onze koffiepauze verkennen. Die First One, dat is heel andere koek! Is de Chainless One een soort oneindig lange Harry Slinger – Heuvelrugrijders weten wel welke trail ik bedoel en anders google je ’m even – de First One is steiler, steniger en gemener. Even schrikken dus, maar ook hier blijken de oude reflexen na een paar honderd meter nog springlevend en kan de snelheid omhoog. Fijn, want ondanks dat de snelheid hier vanwege alle stenen, keien en worteltapijten waarschijnlijk lager ligt dan op de Chainless One, gutst de adrenaline halverwege de run m’n oren uit. Logisch, want je kunt je hier echt geen enkele onoplettendheid veroorloven; de Chainless One is spelen, de First One is écht mountainbiken. Minder aangelegd, natuurlijker, ruiger. Kortom: schandalig lekker!

We vragen ons wel af, welke diepe gedachten de hoofdredacteur van Velozine op dit soort koffiemomenten heeft...

The Straight One

Na 2,4 kilometers en 350 hoogtemeters stopt de First One. Je moet nu kiezen: ga je verder over de Chainless One of pak je de ‘The Straight One’? Die laatste is de downhill-track van de laatste Crankworx-editie en die lijkt voor polderboys zoals wij echt te hoog gegrepen, zéker als we de steile drop-in even bekijken. Wat doen we jongens? “Mwah, we nemen die andere wel…”

“Ja, het is op deze trail alle hens aan dek. Op sommige heftige wortelsecties stuiteren de vullingen uit je kiezen! Maar desondanks: ook op onze trailbikes komen we hier verrassend prima naar beneden. Woeha!”


Als we een paar honderd meter lager de Straight One weer kruisen, duiken Mark en ik er toch even in. Gewoon, even kijken. En dan blijkt onze eerdere angst ongegrond. Ja, het is op deze trail alle hens aan dek. Op sommige heftige wortelsecties stuiteren de vullingen uit je kiezen! Maar desondanks: ook op onze trailbikes komen we hier verrassend prima naar beneden. En die grote drops dan? Het zijn er maar een paar en ze hebben allemaal een chicken-run. Woeha!

Als je van worteltapijten, dan moet je de Chainless One hebben. Jeroen laat 'm even lekker gaan.

The Rough One en The Wild One

Time flies when you’re having fun. Hoe zouden ze dat hier zeggen? Die Zeit vergeht wie im Fluge, wenn Sie Spaß haben? Mwah, dat bekt toch een stuk minder lekker. Hoe dan ook, de middag is al flink op weg als we beseffen dat we nog niks gegeten hebben. Lunch, anyone? Uitgehongerd schuiven we voor de tweede maal vandaag aan op het terras van de Mutterer Alm. En we gaan natuurlijk volledig local: pommes mit bratwurst voor Mark, een pan (letterlijk!) käseknocke voor Jeroen en mij. Je ziet het, het is helemaal niet moeilijk om je aan te passen aan een andere cultuur. Nou ja, toch wel. Want de grote halveliterglazen bier die aan de tafels om ons heen vlot weggeklokt worden, slaan wij toch maar even over. We moeten immers nog rijden.

“Omhoog trappen? Denk het niet”, vindt Jeroen. “Met een hele pan kaasnoedels in mijn maag kan ik echt nog maar één kant op en dat is naar beneden!”

Vraag is alleen: waarheen? The Rough One en The Wild One hebben we nog niet gereden. Maar om daar te komen moeten we niet alleen eerst nog een stuk omhoog trappen, maar ook komen we niet in Mutters terecht, maar in het dorp Götzens. “Omhoog trappen? Denk het niet”, vindt Jeroen. “Met een hele pan kaasnoedels in mijn maag kan ik echt nog maar één kant op en dat is naar beneden!”. En zo komt het, dat we nog een keer de Chainless One afrollen. Helemaal niks mis mee. Bovendien: zo hebben we ook morgen nog wat te ontdekken.

Pommes mit bratwurst als lunch; Markt integreert altijd erg snel.

Altijd in beeld vanuit het bikepark: de imposante wanden van de Innsbrucker Nordkette.

"Okay Mark, nog één runnetje dan..."

Andere biketrails rond Innsbruck

Klik hier voor nóg meer trails

Nordkette-trails, Nordkette

In het verhaal over Bikepark Innsbruck kwam de lange (1.020 hm) en vooral lastige Nordkette Trail al aan bod (die dit jaar dichtblijft vanwege groot onderhoud). Maar op de Nordkette liggen tegenwoordig ook een paar minder extreme singletracks: de Arzler Alm Trail en de Hungerburg Trail. De eerste is 3,8 km lang met 480 hoogtemeters, de tweede is slechts een halve kilometer lang, met een hoogteverschil van 100 meter. De trails zijn bereikbaar met de Hungerburgbahn en de Seegrubebahn. Info op innsbruck.info voor meer info.

Vanuit het stadscentrum omhoog!

Puur Nordkette: dit uitzicht vind je nergens anders in de wereld.”

Elfer-trails, Stubaital

Wie nog méér lekker trails wil rijden kan ook even gaan buurten in het nabijgelegen Stubaital, waar de uitdagende EinsEinser [https://www.velozine.nl/specials/trailhunting-betoverende-bergwereld/] en de flowy ZweiZweier Trail liggen, beide met bijna 600 meter hoogteverschil. Absoluut een aanrader, met zeker ook omdat deze trails eveneens vanuit het centrum van Innsbruck (bijna) met het OV bereikbaar zijn. Alleen de laatste zeven kilometer moet je fietsen (over een relatief vlak gravelpad). Check voor openingstijden en prijzen de website van het Stubaital. O ja, je bike mag gratis mee in de gondel!

Nice: je bike mag gratis mee omhoog.

Lekker flowen in het Stubaital.

Bikepark Innsbruck, Mutterer Alm

Bikepark Innsbruck op de Mutterer Alm ten zuiden van de stad Innsbruck heeft zeven verschillende trails, plus een jumpline, een dual-slalom, een pumptrack en een beginnersplek. Dagkaarten voor volwassenen kosten € 37,-, jongeren betalen € 29,- en kinderen € 23,-. Voor minder koop je ook tickets voor drie of voor vier uur. De openingsperiode is sterk afhankelijk van hoe lang de winter duurt en hoe vroeg-ie weer begint. Check voor openingstijden de website van Bikepark Innsbruck. Vanaf Innsbruck rijd je met de auto in zo’n twintig minuten naar het liftstation onder het bikepark, maar je kunt er (met je bike!) ook met het OV naartoe,

Eerst even de trails checken…

…en dan lekker bochtjes draaien!


Reisinformatie MTB-regio Innsbruck

Algemeen

Jeroen, Mark en ik hebben Bikepark Innsbruck gereden als onderdeel van een meerdaagse biketrip naar Innsbruck. Ze hebben niet alleen het bikepark bezocht, maar ook gewone mtb-routes gereden. Op innsbruck.info vind je niet alleen de 20 mooiste routes, maar ook al het andere dat je wilt weten over een mtb-vakantie in en rond de (fiets)hoofdstad van Tirol.

Ernaartoe

Het is ongeveer 900 kilometer met de auto van Utrecht naar Innsbruck. Treinen kan via München en Kufstein. Er is ook een uitstekende vliegverbinding van meerdere luchthavens in Nederland naar Innsbruck.

Verblijf

Jeroen, Mark en ik verbleven in Hotel Seppl van de Bernhard Fritz. Deze jonge hotelier, inmiddels de derde generatie die in Seppl aan het roer staat, is zelf fanatiek mountainbiker en kent de omgeving als z’n broekzak. Bernhard helpt je graag bij het uitzoeken van routes. Het hotel beschikt over een beveiligde fietsenstalling, inclusief werkplaats. Diverse sauna’s en een zwembad vormen een perfecte afsluiting van een dag bikkelen. Naast fietsen in het bijzonder staat bij Seppl een gezonde levensstijl in het algemeen centraal. Dat vind je niet alleen terug in het culinaire aanbod met voornamelijk biologische producten uit de eigen streek, maar ook in de diverse yoga-programma’s die gegeven worden.

Innsbruck Bike City Card

Met de Bike City Card heb je toegang tot alle trails rondom Innsbruck: de Nordkette, Bikepark Innsbruck en de Elfer-trails in het Stubaital. Een dagkaart kost € 38,-, vier dagen komen op € 122,-. Kijk voor verkooppunten op innsbruck.info.

Eten en drinken

Omdat ons verblijf in het naseizoen plaatsvond, was – op de eerste avond na – de keuken van Hotel Seppl al gesloten. Geen probleem met een stad als Innsbruck vlakbij! Wil je authentiek Tirools eten in een supertoffe ambiance, dan moet je écht een keer naar de Stiftskeller in de altstadt. En voor pasta en pizza is de Pizzerei mijn favoriete adres in Innsbruck, met perfecte pizza’s uit de houtoven. Alhoewel, met Pizzeria Santa Lucia – een paar honderd meter bij Seppl vandaan – heb ik er nieuwe favoriet bij. Wat een toptent!

Velozine's uitvalsbasis: Bikehotel Seppl in Mutters, een paar honderd meter bij het bikepark vandaan en een kleine tien minuten rijden van Innsbruck.

Gereden trails

De trails die we gereden hebben vind je op de Velozine Komoot-pagina. Echt nodig zijn die gpx-data natuurlijk niet, want je kunt in Bikepark Mutters simpelweg niet verkeerd rijden. Maar het is natuurlijk wel leuk om de hoogteverschillen uit te lezen.

Gratis regio-bundel voor nieuwe Komoot-gebruikers

Bespaar €8.99 en download gratis een regiopakket naar keuze met offline kaarten.

Interesse? Ga dan naar www.komoot.nl/account/gift en voer deze code in: VELOZINE, of klik simpelweg hier.

Deze actie geldt tot 31-12-2021.


 


Reisauto van Europcar

Voor onze trip naar Innsbruck hebben we bij Europcar een Mercedes-Benz Vito 114 CDI geleend. Een bus met dubbele cabine en een flinke laadruimte. Voorin ruimte voor 6 man, achterin voor hun bikes en bagage. Wij waren maar met z’n drieën op pad, maar wél met 7 bikes omdat we óók gravelbikes bij ons hadden voor deelname aan Gravel Innsbruck.

Onze gehele trip betrof net geen 1.800 km, waarvan het merendeel van de kilometers over de Duitse Autobahn. Op de heenweg inclusief veel filerijden. Daar waar het wél doorreed, gebeurde dat aan een kruissnelheid van 125 km/u. Ter plaatse in en rondom Innsbruck was de snelheid uiteraard lager en ging dat gepaard met veel klimwerk. Niettemin was het dieselverbruik over de gehele trip afgerond 1:14. Niet alleen voor ons was een bestelbus een prima oplossing; ook wanneer je zelf met je bikevrienden op pad wil, kan het huren van een bus interessante optie zijn. Zodra je met vier of méér bikers op pad wil, moet je als snel twee auto’s inzetten en dat hakt er ook wel in wat brandstofkosten.

Goed, een bus huren is óók niet gratis. Naast brandstof betaal je in vrijwel alle gevallen een huurprijs per dag. Afhankelijk van de afstand en de duur kan huren financieël aantrekkelijker zijn. Beter voor het milieu ook, trouwens… Bij Europcar huur je een bestelbus met dubbele cabine al vanaf circa € 90 per dag. Alternatief kun je er voor kiezen om een personenbus met 9 zitplaatsen te huren. Wanneer je meerdere dagen op pad gaat, kan zo’n optie per dag en per gereden kilometer goedkoper zijn. Je doet er dus slim aan om even goed te kijken wat de gunstige optie is, gewogen tegen het aantal personen en de lengte van je reis.

Past best wel veel in, in zo'n Vito van Europecar!
Geplaatst in Trails & Travel en getagd met , , , , .
guest
0 Comments
Inline Feedbacks
View all comments