Tekst en foto’s: Arjan Kruik

Vinschgau / Val Venosta: onbelemmerd trails rijden
Vinschgau, dat klinkt Duits. Maar toch ligt het in Italië. Die Duitse plaatsnamen zijn een relict uit de Eerste Wereldoorlog. Tot 1918 maakte deze vallei aan de zuidkant van de Alpenhoofdkam deel uit van het Oostenrijkse Tirol. Maar omdat dit land verliezer was in die gruwelijke oorlog en tegenstander Italië bij de winnaars hoorde, kwam dit stuk Tirol als oorlogsbuit toe aan de zuiderbuur en werden Zuid-Tirol en de Vinschgau omgedoopt in Alto Adige en Val Venosta.
Alhoewel in de afgelopen eeuw in veel delen van Zuid-Tirol een Tirools-Italiaanse mengcultuur is ontstaan – zeg maar knödel meets pasta en pilsner meets prosecco –, houden de Vinschgauers nog stevig vast aan hun Oostenrijkse wortels. En dat gaat verder dan het Tiroolse dialect dat vrijwel iedereen spreekt. Zo wordt er in de meeste bars, restaurants en hotels geen Peroni of Moretti getapt, maar het lokale Forst-bier. En wat dacht je van auto’s? In de Vinschgau rijden nauwelijks tot geen Italiaanse modellen rond. Geen Fiats en Alfa’s, maar Volkswagens en Audi’s. Ja, ik zag dat ook niet toen ik er de eerste keer was. Tot iemand me er op attendeerde. En dan valt het inderdaad op.
Saharaklimaat
Goed, de Vinschgau dus. Na een verrassend voorspoedige rit door Duitsland en Oostenrijk, checken Sebastiaan en ik in de Waldhof, een bikehotel in het dorpje Rabland. Omdat we onderweg al wat gegeten hebben, houden we het bij een biertje aan de bar. En in mijn geval een nul-punt-nul van Forst, want als ik na zo’n lange autorit alcohol ga innemen, kan je me opvegen. Bij het tweede glas schuift hotelchef Peter even aan. Ook met een nuller, zoals ze dat hier in het Tiroolse dialect noemen. En waarom ook niet, want Peter is aan het werk. Zoals iedereen in hotels eigenlijk áltijd aan het werk zijn, zo is mijn ervaring.
Omdat we Peter de indruk heeft dat het onze eerste keer in de Vinschgau is, steekt hij vurig de loftrompet over zijn vallei. Of meer precies: over het weer in die vallei. “De drieduizenders aan aan weerskanten van het dal houden bewolking tegen. Daardoor hebben we hier een microklimaat op dat qua dagen met zon en qua regenval vergelijkbaar is met de Sahara,” vertelt hij. Zelfs de winters zijn mild: “Ik krijg steeds vaker gasten die met kerst niet meer gaan skiën, maar hier komen biken. Die pakken dan de paden op de zonnige, open hellingen aan de noordkant van de vallei. En zomers, als het heet is, vind je juist verkoeling op de trails aan de dichtbeboste zuidkant.”
Vaste prik in april
We durven Peters enthousiasme niet te temperen door hem te onderbreken, maar voor ons is dit een bekend verhaal. Niet voor niets rijden we al een paar jaar achter elkaar in april naar deze streek om trailbikes te testen. Zoals ook nu, met achterin de bus een Giant Trance (test hier), een Rose Root Miller (test hier) en een Specialized Chisel Evo (test hier). Maar er is méér dan het lekkere weer. Ook de regels zijn minder streng dan aan noordkant van de Ötztaler Alpen, het gebergte dat Italië en Oostenrijk scheidt. Dat betekent dat je op (bijna) alle paden gewoon mag biken.
Niet streng is overigens niet hetzelfde als niet goed georganiseerd. Integendeel; aan wat in de Vinschgau op mountainbikegebied gerealiseerd is, kunnen ook veel Oostenrijkse gebieden nog een puntje zuigen. De hellingen liggen bezaaid met goed aangelegde, goed gemarkeerde en goed onderhouden routes. Dat maakt deze streek tot een ideale bestemming voor veeleisende trail-rijders.
“De trails aan de zuidkant van het dal zijn vanwege de sneeuw nog niet toegankelijk”, waarschuwt Peter als Sebastiaan daarnaar vraagt. “Er is vorige maand nog sneeuw gevallen op de hoger gelegen hellingen. Alleen de Stuanbruch-trail hier aan de overkant schijnt al goed te zijn, maar dat moet ik nog even checken.” Oké, dat beperkt de mogelijkheden met minstens de helft. Maar geen man overboord, want de helft van heel veel is nog steeds heel veel. Bovendien: trails op de zonnige zuidhellingen hebben zo vroeg in het seizoen sowieso mijn voorkeur. Trails als de Propain, de Montesole, de Tschilli en – als het weer een beetje goed blijft – de Latscher Panoramaroute.


Propain-trail: omhoog op spierkracht
Misschien wel belangrijk om te weten als je van plan bent af te reizen naar de Vinschgau: veel trails zijn weliswaar met een gondel bereikbaar – bij Latsch, bij Rabland – maar het is géén bikepark à la Kronplatz of Paganella. Je moet dus in de meeste gevallen op spier- of batterijkracht naar boven pendelen. Zo ook de Propain-trail waarmee we beginnen. Deze trail ligt boven het dorp Vetzan, een paar kilometer westelijk van ons hotel. De ingang ligt op een kleine 1.400 meter hoogte, wat betekent dat we een klim van zo’n zevenhonderd hoogtemeters voor de boeg hebben. Die kan je op meerdere manieren overwinnen: via een smalle asfaltweg of – in het begin – via een glooiende brandweg met aansluitend een gematigd stijgende trail, die op duizend meter hoogte weer aansluit op de asfaltweg. Pittig, maar erg fraai.
De Propain-trail is een van de vele mountainbike-trails die hier de laatste jaren zijn aangelegd. Sommige secties zijn bikers-only, andere moet je delen met wandelaars, waarbij die laatsten voorrang hebben. Niks mis mee. Dankzij het share-the-trail-principe is de Propain-trail namelijk een fijne mix van natuurlijke wandelpaden en aangelegde biketrails, met flow als primaire kwalificatie. En die flow duurt bijna 700 hoogtemeters lang. Met de Utrechtse Heuvelrug als referentie is dat best veel, maar uiteindelijk zijn ze toch snel op, zo blijkt als we de laatste meters door de boomgaarden rollen die het onderste deel van de berghelling (en de rest van de dalbodem) bedekken





Montesole-trail: als de brandweer!
De tweede route die voor vandaag op de rol staat is de Montesole-trail, iets ten oosten van de Propain. Om tijd (en onze benen) te sparen, pakken we in het dorp Latsch de kabelbaan naar het op 1.740 meter hoogte gelegen bergdorp St. Martin. Leuk, die gondel. De bewoners van St. Martin gebruiken ‘m zoals wij bus of tram. En dus staan we met onze bikes tussen scholieren en dames met volle boodschappentassen. Eenmaal boven rollen we niet gelijk door, maar schuiven we eerst even aan in het kleine restaurantje dat bij de kabelbaan hoort. De middag is inmiddels al aardig op weg en de brandstof is behoorlijk op, dus een bord goulashsoep met brood gaat er goed in!
Net als bij de Propain-trail hebben de trailbouwers ook bij de Montesole-trail bestaande wandelpaden en nieuw aangelegde bike-trails aan elkaar geknoopt, waardoor een afwisselende route is ontstaan. En niet te vergeten: tevens tamelijk toegankelijk. Alhoewel de trail op het routebordje als S2 geclassificeerd is, heb ik ‘m probleemloos op een Giant Trance met 130 millimeter veerweg voor en 120 millimeter achter gereden. Ja, meer dan dat kan geen kwaad, maar is zeker geen noodzaak om van deze trail te kunnen genieten. Waarvan acte.


Tschilli-trail: schizofreen
Als we voor de twee keer de gondel naar St. Martin genomen hebben genomen, volgen we eerst een stukje van de Montesole-trail, maar al snel duiken we de Tschilli-trail in. Die begint gemoedelijk, wordt vervolgens lekker flowy en muteert dan plotsklaps in een ruig rotsspektakel met schijnbaar willekeurig rondgestrooide rotsblokken waarbij het alle hens aan dek is. Wat een schizofrene trail! Alhoewel officieel geclassificeerd als S2, is het in de praktijk toch eerder een S3.
Vol adrenaline bereiken we Hofschank Oberratschill, een mooie oude bergboerderij waar je wat kunt eten en drinken. Nou vooruit dan, snel even een drankje. En weer verder! We vinden van onszelf dat we als polderbikers hier in de bergen best wel tof bezig zijn. Maar dan komt de reality check: de vader en zoon die we ook al op het terras van de Hofschank zagen, komen over de rotsen naar beneden geboenderd alsof het geen enkele moeite kost. De leeftijd van die zoon? Nog maar acht jaar!


Latscher Panorama-trail: ook uitdagend omhoog
De tweede dag van ons verblijf in de Vinschgau hebben we gereserveerd voor de Latscher Panorama-trail. Al op de kaart zie je dat het een droompad is, want vanaf de start in het bergdorp St. Martin im Kofel tot aan de aansluiting op de Propain-trail, ruim vierhonderd hoogtemeters lager, volgt het pad slingerend en golvend de hoogtelijn. Omdat de trail vanwege de wandelaars pas ’s middags toegankelijk is en we onszelf ook wel eens met een stevige beklimming willen uitdagen, pakken we deze keer niet met de gondel in Latsch, maar besluiten we de duizend hoogtemeters naar de ingang van de Latscher Panorama-trail met spierkracht te overwinnen.
Dat valt tegen! De smalle asfaltweg die langs de flanken van de berg slingert is kneitersteil. En als na het imposante Schloss Annenberg het asfalt overgaat in gravel, wordt-ie nóg gemener. Eén sectie van bijna een kilometer lang is zelfs steiler dan twintig procent. Au! Onze frustratie neemt nog meer toe als we halverwege ingehaald worden door een Duits stelletje op twee fraaie carbon Specialized Stumpjumpers. Wat een kanjers! Maar ook: hoe doen die lui dat? Is mijn conditie dan zó slecht? Als ze even later stoppen om naar een enorme stoet processierupsen te kijken – het lint van rupsen is wel vijf meter lang – komt de aap uit de mouw. Het zijn geen Stumpjumpers, maar Levo SL’s. Oftewel: die lui hebben gewoon een minimotortje in het vooronder!
Gelukkig sluit de route na die helse passage aan op de asfaltweg naar St. Martin, die een stuk minder steil is. Als we even buiten St. Martin een berghut passeren, zitten onze vals spelende Duitse vrinden al op het terras. Of we willen aanschuiven. Graag natuurlijk!


Geen hoogtevrees
Na een gezellige lunch volgen we de bordjes met Latscher Panorama Trail. Eerst over een smalle asfaltweg, maar al na een paar honderd meter gaat de weg over in een pad. Wat een waanzinnige trail! Hoogtevrees moet je alleen niet hebben, want is het pad loopt op sommige stukken gevaarlijk dicht langs de afgrond. Een beetje redelijke bike-techniek kan ook geen kwaad; de grote keien en rotsen die het pad op veel plaatsen blokkeren vragen om de nodige stuurmanskunst. Jammer dat de lucht wat grauw is. Het weerbericht waarschuwde er al voor: een krachtige zuidelijke luchtstroom brengt stof mee uit de Sahara, een fenomeen dat zich hier wel vaker in het voorjaar schijnt voor te doen.
Op iets meer dan 1.400 meter, nadat we een indrukwekkend hangbrug zijn overgestoken, sluit de Latscher Panorama-trail aan op de Propain-trail die we gisteren ook al gereden hebben. Ook als je deze trail voor de tweede keer rijdt is-ie leuk. Of misschien zelfs wel leuker. Omdat we nu min of meer op bekend terrein zitten, kan de snelheid wat omhoog en permitteren we ons een wat speelsere rijstijl. Heerlijk! Maar als we niet veel later de parkeerplaats van de Waldhof oprijden, is de koek voor mij toch echt op. Althans, voor vandaag. Want morgen pakken we aan de overkant van het dal een pad waarvan de onderste secties inmiddels toegankelijk is: de Stuanbruch-trail.
Maar voordat het zover is, gaan we eerst even een saunaatje pakken, wat rondhangen in het zwembad, lekker eten en vervolgens een welverdiend tukkie doen. Bike, eat, sleep, repeat. Wat wil je nog meer…?




Reisinformatie Vinschgau / Val Venosta, Italië
Algemeen
Het is ongeveer duizend kilometer met de auto vanuit Utrecht naar de Vinschgau in Südtirol, op z’n Italiaans respectievelijk Val Venosta en Alto Adige genoemd. Deze Italiaanse regio is namelijk tweetalig, met als hoofdtaal Duits. De de Vinschgaubahn, de spoorweg die door het dal loopt, stopt in vrijwel alle grote dorpen.
Verblijf
Arjan en Sebastiaan verbleven in Bikehotel Waldhof in het dorp Rabland, op een kleine tien kilometer van Meran/Merano. Een prima plek, want in alle windrichtingen ben je verzekerd van uitdagende routes. De Waldhof is lid van de gespecialiseerde hotelorganisatie BikeHotels Südtirol, wat nogmaals een garantie is dat goede faciliteiten, gratis huurbikes, een lunchpakket voor onderweg, een wasservice én diepgaande kennis van de lokale trails gegarandeerd zijn. Ook kun je afspreken dat je aan het eind van je tocht opgehaald wordt, zodat je niet terug hoeft te fietsen. In de Vinschgau zijn naast de Walhof zijn nog eens vijf andere bikehotels lid van BikeHotels Südtirol. Je vindt ze op hun website.
Begeleide tochten
Drie keer per week gaan de bike-guides van de Ötzi Bike Academy, Klaus en Freddy, met de gasten van de Waldhof op pad. Meestal rijden mountainbikers en e-bikers apart, maar de groepen worden soms ook gemengd. De gidsen stellen de groepen sowieso samen op basis van rij-niveau en conditie. Naast tochten kunnen de gidsen ook techniektrainingen verzorgen. Een aanrader voor iedereen die in de Alpen nog niet helemaal lekker op z’n bike zit; een paar goede tips doen vaak al wonderen!
Mountainbikeroutes
Van de Stelvio- en de Reschenpas in het westen tot Merano in het oosten; mountainbikemogelijkheden in de Vinschgau zijn echt eindeloos. Als je in Bikehotel Waldhof verblijft en op zoek bent naar routes, dan kan je zoals we je al vertelden het best hotelbaas Peter om advies vragen. Op de website van de plaatselijke VVV, Vinschgau.net, vind je een grote hoeveelheid trails, evenals op de site van BikeHotels Südtirol. Mer op: de trails op de zuidhellingen zijn een groot deel van het jaar sneeuwvrij, maar de op de noordhellingen gesitueerde routes kunnen in de wintermaanden wegens sneeuwval gesloten zijn.
MTB-trails in de Vinschgau / Val Venosta
Bij Velozine steken we een hoop tijd, geld en moeite in de productie van reisverhalen. We willen je inspireren er op uit te trekken en aanmoedigen dezelfde mooie mountainbikeavonturen te beleven als wij. Je vindt de mountainbikeroutes die we in en rond Kurtatsch an der Weinstraße gereden hebben hieronder.














